Geen theater voor Wim Kan

Wout van Liempt, jarenlang de manager van wijlen Wim Kan, heeft één grote wens: dat het Nieuwe de la Mar-theater in Amsterdam ooit Wim Kan-theater zal heten.

Zo stond het althans vermeld op de aftiteling van de documentaire die de KRO vorige week uitzond over de inmiddels danig vergeten cabaretier.

Maar die mededeling is op zijn minst onvolledig en ook allang door de tijd achterhaald.

De gedistingeerde Van Liempt, met wie Kan al die tijd omging op voet van 'meneer Van Liempt' en 'meneer Kan', laat desgevraagd weten dat de gedachte in 1983 bij hem opkwam - na de dood van zijn opdrachtgever. “Mijn uitgangspunt was dat de naam Nieuwe de la Mar voor niemand meer iets te betekenen heeft”, zegt hij, “en het leek mij een mooie manier om de naam Wim Kan zo lang mogelijk levend te houden. Ik heb toen voorgesteld de nagelaten gelden van het door Kan bestierde ABC-Cabaret in een stichting onder te brengen, die een aandeel in dat theater kon nemen op voorwaarde dat het dan ook voortaan de door ons gewenste naam zou dragen. Ik zag het al helemaal voor me: dat dan tot in lengte van jaren in de uitgaansagenda's in de kranten de naam Wim Kan zou blijven staan, en ook op de gevel en op de toegangskaartjes. Het was een schitterend idee, vond ik zelf.”

Het bonbonnière-achtige theater, waar Kan zo vaak werkte en ook zijn oudejaarsavondconferences liet registreren, dateert van 1947. Het is gebouwd in de voormalige Spieghelschool, die al in de jaren dertig voor het geven van onderwijs was afgekeurd en sindsdien dienst deed als opslagplaats voor decors. Het initiatief om er een theater van te maken was afkomstig van de bouwondernemer Piet Grossouw, wiens opvallend acterende echtgenote Fien de la Mar de artistieke leiding in handen kreeg. Een portret van haar vader, de geliefde acteur Nap de la Mar in de rol van Napoleon, sierde het trappenhuis. “Amsterdam is weer een klein, intiem theater rijker”, berichtte het Algemeen Handelsblad enthousiast.

Fien de la Mar bleek echter geen ideale directrice van een toneelgezelschap te zijn. “Leiding geven kon zij niet”, aldus Jenny Pisuisse, die een biografie over haar schreef. “De keuze van de stukken bepaalde zij zelf, waarbij zij meer keek naar de rol die er voor haar zelf in was dan naar de kwaliteit van het stuk.” Bovendien wreekte zich het feit dat Grossouw slechts 300 stoelen had laten plaatsen, waardoor de recettes zelden in overeenstemming waren met de gemaakte kosten. Een rendabele exploitatie was onmogelijk.

Niet bekend

Toen er vervolgens een bioscoop in dreigde te komen namen de theaterexploitanten Piet Meerburg en Paul Kijzer het initiatief tot een reddingsoperatie. Ze lieten een balkon met 200 extra stoelen bouwen en bedachten dat het profijtelijk zou kunnen zijn er opnieuw een bekende naam aan te verbinden: Wim Kan of Wim Sonneveld. De eerste die op hun voorstel inging - en bereid was er ook financieel in deel te nemen - was Sonneveld. Het was ook zijn idee het theater voortaan Nieuwe de la Mar te noemen. Fien de la Mar toonde zich over dit voorvoegsel dermate beledigd dat ze er nooit meer een voet heeft willen zetten.

Op 23 december 1952 ging het weer open. “Wij menen niet teveel te zeggen als wij beweren dat het één van de charmantste theaters van de hoofdstad is geworden”, aldus Het Parool de volgende dag. In de daaropvolgende decennia heeft Wim Kan er overigens veel vaker opgetreden dan Wim Sonneveld.

Samen met de accountant van het ABC-Cabaret onderzocht Wout van Liempt in 1983 en 1984 de mogelijkheden om in het theater te participeren. Daarop legden ze hun plan voor aan de weduwe Corry Vonk, die weliswaar na de dood van haar echtgenoot danig uit haar evenwicht was geraakt, maar als mede-directeur van het cabaret-ensemble nog altijd het laatste woord had. “Ze wilde niet”, zegt Van Liempt. “Of ze het helemaal begrepen heeft, weet ik niet, maar het antwoord was nee. Het geld is toen naar allerlei achterneefjes gegaan - en naar de belastingen, vrees ik. Daarmee was het plan definitief van de baan. En nu is het te laat.”