Gecontroleerde appellatie; De wijnen van het lage land

Niet iedereen zal het beseffen, maar Nederland is een wijnproducerend land. Met een kleine honderdduizend flessen per jaar, is de produktie marginaal in vergelijking met andere wijnlanden. Maar de vraag naar Nederlandse wijn overstijgt het aanbod ver, zodat steeds meer akkerbouwers op de wijnbouw overstappen.

Wijn kopen kan bij De Linie in Made (NB) op afspraak. ƒ 17,50 per fles. Inl 0162-683546. De Apostelhoeve in Maastricht verzorgt op afspraak rondleidingen en wijnproeverijen. Inl 043-3432264. Een compleet overzicht van Nederlandse wijngaarden (groot en klein) is gratis verkrijgbaar bij het Wijninformatiecentrum. Inl 070-3708326.

Wie aan wijnbouw denkt, krijgt visioenen van zonovergoten wijngaarden langs heuvelachtige oevers van zuidelijke rivieren. Maar ondanks relatief lage gemiddelde temperaturen, weinig zonuren, de bodemgesteldheid en nauwelijks accidentatie, blijkt wijnbouw ook in Nederland mogelijk.

Het resultaat is echter wisselend. In deze jonge bedrijfstak is het gros van de wijnboeren het experimentele stadium nog niet ontgroeid en in een enkel geval moet worden gevreesd, dat ze dat ook nimmer zullen doen. Met veel vallen en opstaan hebben de produkten van bijvoorbeeld De Apostelhoeve in Maastricht en De Linie in Made zich echter ontwikkeld tot goede witte wijnen. “Het is geen straf om ze te drinken”, stelt wijnschrijver Hubrecht Duijker met gevoel voor understatement. “Het zijn schaarse wijnen, die vanwege hun curiositeitswaarde relatief veel worden gevraagd. Ze zijn dus wel overpriced. Voor een bedrag tussen de vijftien en twintig gulden kun je prachtige wijnen kopen, waar het Hollandse produkt niet tegenop kan. Hoe goed dat ook is.”

Duijker adviseerde de KLM om op alle vluchten Nederlandse witte wijn te serveren. Uiteindelijk zag onze nationale trots daar vanaf, omdat de produktie onvoldoende is om de wijn gedurende een paar maanden per jaar aan boord te kunnen schenken. In menig restaurant staat wel een Nederlandse wijn op de kaart. En in deze tijd van het jaar duiken de made in Holland-wijnen ook op in kerstpakketten en relatiegeschenken.

De Nederlandse wijnbouw bestond al in de middeleeuwen. In de omgeving van Maastricht waren diverse wijngaarden met een totale oppervlakte van meer dan duizend hectare. De wijnbouw verdween daarna voor lange tijd volledig uit ons land, maar is nu dus bezig met een serieuze come back. Het Wijninformatiecentrum meldt dat Nederland momenteel 36 wijngaarden van enige omvang telt, de meeste in Limburg, maar er is er ook één in Lelystad, dat met Château Flevo de meest Noordelijk gelegen wijngaard heeft. Zeven bedrijven pakken de wijnbouw bedrijfsmatig aan, met oppervlakten groter dan een hectare. Het areaal groeit nog steeds.

Nederlands grootste wijnbouwbedrijf ligt op de Louwberg, net onder Maastricht. De Apostelhoeve is van oudsher een fruitteelt-bedrijf, maar vijfentwintig jaar geleden werden er 'voor de grap' 800 wijnranken op een waardeloos stuk grond geplant. Dat waardeloze stuk was toevallig een zuidhelling en de grap groeide uit tot een profijtelijke tak van het bedrijf. Inmiddels beslaat de wijngaard 3,5 hectare. Deze winter wordt opnieuw een halve hectare bijgeplant.

“Er is al heel wat geld van de appeltjes naar de wijn gegaan”, lacht Mathieu Hulst van Wijngaard De Apostelhoeve. Door de overproduktie van fruit in de Europese Unie, zijn de fruitprijzen gekelderd. De wijnbouw wordt steeds meer de kurk waar het bedrijf op drijft. “Dat betekent dat we ons niet meer kunnen veroorloven om een jaar mindere kwaliteit te leveren. Onze wijn is het stadium van curiosum ontgroeid. Een paar jaar geleden was Nederlandse wijn zo bijzonder, dat het bij wijze van spreken nergens naar hoefde te smaken. Inmiddels heeft een aantal Nederlandse wijnen een goede naam opgebouwd. Op blindproeverijen komt onze wijn er niet slecht uit. En er zijn diverse goede restaurants die onze wijnen op de kaart hebben staan. Er is door ons veel geïnvesteerd. Er mag dus niets misgaan.”

Om de kwaliteit te waarborgen, wordt soms tot 50 procent van alle druiven weggeknipt, opdat de overgebleven vruchten beter groeien. Vanzelfsprekend daalt daarmee wel de opbrengst, die bij De Apostelhoeve tussen de 30.000 en 35.000 flessen schommelt.

Het ligt voor de hand te veronderstellen dat de uitzonderlijk goede zomer van 1995 de Nederlandse wijnboeren een topjaar heeft bezorgd. Maar zo eenvoudig ligt dat niet. Hulst: “Een goed wijnjaar is het resultaat van een ideale optelsom. Dit jaar hadden we weliswaar een goede zomer, maar een koel voorjaar. Daardoor liepen de planten later uit en is de rijpingsperiode korter geweest dan normaal. In '93 hadden we een veel minder goede zomer. Toch was dat voor ons een topjaar.”

Heeft De Apostelhoeve nog iets van het traditionele beeld van een wijngaard, De Linie is zo Hollands als het maar kan. Ingeklemd tussen de bebouwde kom van Made en de snelweg liggen de 1,5 hectare op een terrein zo plat als een dubbeltje. Wijnbouwer Marius van Stokkum is wèl optimistisch over de kwaliteit van het wijnjaar '95. “Bij extreme warmte is het verleidelijk om te sproeien, om droogtestress te voorkomen. Maar ik zeg altijd: laat de druif het zelf uitzoeken. De opbrengst is minder, maar de smaak is zonder meer beter dan voorgaande jaren.” De Linie stelt een wijn samen uit zeven druivenrassen, anders dan De Apostelhoeve die van vier druivensoorten vier wijnen maakt. De totale produktie bedraagt 8.000 à 12.000 flessen.

Van Stokkum is - wonderlijk genoeg - eigenlijk bierbrouwer. Hij werkt als procestechnoloog bij Oranjeboom en begon in 1977 als hobby met wijnbouw. “Bier maken is een kwestie van hygiëne, de juiste ingrediënten, de juiste temperatuur en dan komt alles wel goed. Goede wijn maken is veel moeilijker.”

Fanatiek zocht hij jarenlang naar de druiven die het beste gedijen op de Brabantse grond en in het Nederlandse klimaat. Toen na lang proberen zijn wijn zowaar als zodanig begon te smaken, kreeg Van Stokkum zelf ook de smaak te pakken. Ieder vrij uur steekt hij in zijn wijngaard, want zijn werk op de bierbrouwerij heeft hij uit angst voor een misoogst nog niet op durven geven. “Het is slecht voor de rikketik”, zegt Van Stokkum, terwijl hij met vlakke hand op zijn borst klopt. “Gelukkig heb ik stalen hartkleppen.” Mevrouw Van Stokkum trekt haast onmerkbaar haar wenkbrauwen iets omhoog.

De beroerde situatie van akkerbouwbedrijven doet steeds meer bedrijven besluiten op de commercieel interessante wijnbouw over te gaan. Van Stokkum is bezorgd over de aanzuigende werking van het succes van Nederlandse wijn. Hij pleit voor een proefpanel, dat een minimumkwaliteit moet waarborgen. “Veel Nederlandse wijn kan absoluut niet door de bocht. Wat zeg ik; is bocht! Steeds meer bedrijven planten maar hectares aan om geld te verdienen. Dat bederft de naam van de wijn die kwalitatief wel goed is. Het duurt jaren voordat je een goede wijn kunt maken. Ik zeg dus: breng die wijn niet op de markt voordat je een goed produkt hebt.”