Euro

Vrijwel dagelijks kunnen we iets lezen over de komst van de Europese monetaire unie.

Merkwaardigerwijs wordt in geen van die beschouwingen aandacht besteed aan wat toch wel de achillespees van de hele opzet kan blijken te zijn: de stilzwijgende, voetstootste aanname dat landen die zich eenmaal, al is het met hangen en wurgen, hebben weten te kwalificeren voor toetreding, ook tot in lengte van dagen aan de eisen van staatsschuld, begrotingstekort, inflatie etc. zullen weten te voldoen. Alsof toekomstige Franse regeringen zich met evenveel verve zullen verdedigen tegen agressieve pressiegroepen als de huidige. Mogelijk staart men zich blind op het feit dat regeringen in EMU-verband niet meer 'de bankbiljettenpers kunnen laten draaien' en 'dus' weerstand zullen moeten bieden aan egoïstische pressiegroepen. De bankbiljettenpers is echter niet de enige mogelijkheid. Men zou zich kunnen spiegelen aan de ervaringen in de VS. Amerikanen koesteren van oudsher een gezond wantrouwen tegen spilzieke politici. Niettemin ging in 1975 de stad New York failliet, waar men het financiële wanbeheer jarenlang had kunnen rekken door creatieve financiering. De inwoners van de staat New York en de federale belastingbetaler draaiden voor de schade op.

Hetzelfde mag men in een Europese monetaire unie verwachten: Duitsers, Nederlanders en Luxemburgers zullen de salarisverhogingen betalen van, zeg, ambtenaren in landen met sterke bonden en zwakke regeringen. Waigel is de enige die deze bui ziet hangen. Zijn remedie van boetes bevat echter een groot gehalte aan wishful thinking. Sommigen zien hierin misschien een nobele overdracht van rijkdom. Maar waarom mag daar niet over gediscussieerd worden?