'Eigenlijk is het zonde er mee op te houden'

De 35-jarige wielrenner Steven Rooks kreeg in 1995 geen nieuw contract aangeboden bij zijn ploeg TVM. Hoewel hij nog graag een seizoen zou willen rijden, bereidt hij zich daarom voor op een jaar zonder asfalt. “Die onzekerheid, dat is het ergste. Die knaagt aan me.” De teloorgang van Rooks staat in schril contrast met de wederopleving van wereldkampioen Danny Nelissen, die werd uitgeroepen tot sportman van het jaar.

Zijn hoogtepunt was de Tour de France van 1988, toen Steven Rooks het bergklassement won en als tweede eindigde in Parijs. Zijn dieptepunt beleefde hij in de Tour van 1994. Wegens privéproblemen kreeg hij de trappers niet meer rond. Huilend stapte hij van zijn fiets. Sindsdien gaat het weer wat beter met de eigenzinnige Westfries. Hij ging in therapie en is een ander mens geworden. Openhartiger vooral.

Als wielrenner heeft Rooks de laatste jaren weinig meer kunnen toevoegen aan een veelbelovende loopbaan. En toch voelt hij zich sterker dan in 1983, toen hij doorbrak met een overwinning in de zware klassieker Luik-Bastenaken-Luik. Het is de vraag of Rooks zijn kwaliteiten komend seizoen kan etaleren. Na het vertrek bij TVM heeft zich nog steeds geen nieuwe werkgever aangediend. Hij vult de winterdagen met boslopen, mountainbiken en verhuizen. Vanaf volgende maand woont hij in Baarle-Nassau. In het zuiden leven de meeste wielercollega's. In het zuiden zijn de meeste bossen om te crossen.

“Ik zou er graag nog een jaartje aan vast willen plakken. Maar als een ander dat anders ziet, houdt het natuurlijk op. Lichamelijk en geestelijk voel ik me nog prima. Eigenlijk is het zonde om er mee op te houden. Ik heb een schat aan ervaring opgedaan, waar nog heel wat jonge renners van zouden kunnen profiteren.

“Ik ben nog niet te oud. Zoetemelk won de Tour toen hij 38 was. Dan spreken we wel over een andere tijd, maar toch... In principe rijd ik nog net zo goed als tien jaar geleden. Misschien moet ik het wat meer van de momenten hebben. Het voornaamste verschil met vroeger is dat de top veel breder is geworden en dat er meer kanshebbers zijn.

“Het laatste half jaar heeft in mijn nadeel gewerkt. Ik wilde niet naar de Tour en dan weet je dat niemand meer op je let. Vervolgens werd ik lichamelijk ziek en viel ik geestelijk ook weer een beetje terug. Als het lichaam effe tegenstribbelt, ga je toch weer zitten piekeren. Ik kan best begrijpen dat de leiding van TVM dat heeft gemerkt. Maar een beetje gevoel was op zijn plaats was geweest. Helaas kijken zakenmensen niet naar de menselijke kant van het verhaal.

“Er lopen nog wel wat contacten, maar de beslissingen die genomen moeten worden zijn nog niet genomen. Die onzekerheid, dat is het ergste. Die knaagt aan me. Om het geld is het mij niet te doen. Ik fiets nog voor m'n plezier. Ik wil nog graag een paar koersen rijden. De Waalse klassiekers en de Goldrace waren perfect voor mij. Daar heb ik me altijd het beste gevoeld. Ach ja ...”

Na zijn scheiding bezocht Rooks een psychologe, die zijn leven vergeleek met het bouwen van een huis. Zonder fundament vallen alle stenen naar beneden. Zonder goede basis kun je nooit gelukkig worden. “Ik voel me sterk omdat ik me veel vrijer voel dan een paar jaar terug. Ik ben een ander mens geworden, daar krijg je ook energie van. Voor de scheiding was ik een heel gesloten type. Nu probeer ik er alles uit te gooien.”

“Ik kan nu wel denken: 'was ik maar eerder zo geweest, dan had ik nog veel meer gewonnen'. Maar dat is allemaal lullerij. Ik ben tevreden, ik heb een perfecte tijd gehad. Je hebt altijd mensen die blijven zeggen dat ik meer uit mijn carrière had moeten halen. Dat ik meer had moeten afzien. Het zag er op de televisie altijd heel soepel uit. En eerlijk gezegd, als ik de beelden terugzag dacht ik ook wel eens: 'had er niet meer ingezeten'?

“De laatste jaren is het minder gegaan. Mijn privéproblemen gingen ten koste van de prestaties. Als je te veel aan je kop hebt wat niets met fietsen te maken heeft, dan lukt het niet. Je moet je al genoeg concentreren. Het is niet zo dat je alleen maar hard hoeft te trappen. Na de Tour was het definitief over en uit, toen stortte ik helemaal in elkaar.”

Rooks vertelt over zijn zege in Luik-Bastenaken-Luik, toen hij nog een kleine jongen zonder zorgen was. Hij woonde bij zijn ouders. “Dat kostte geen drol.” De jaren daarna kreeg hij steeds meer verantwoordelijkheid, in het wielerpeloton en in zijn privéleven. Hij werd kopman en hij kocht een huis. En thuis dacht hij meer aan de fiets dan aan de vrouw.

“De wielerwereld is een heel kleine wereld. Als je in de gewone maatschappij staat, ga je naar je werk, kom je thuis, ga je naar je vrienden. Dan heb je toch een ruimer beeld van het leven dan als je alleen een sport beoefent. Ik zat altijd met dezelfde mensen. En er werd alleen maar over fietsen gepraat. Noem maar een paar renners op, ze kunnen uren over die ene wedstrijd ouwehoeren.

“De meesten kunnen nergens anders over lullen. En dat kan ten koste gaan van je privéleven. Je komt als wielrenner in een wereldje terecht waar buitenstaanders niet makkelijk worden toegelaten. Je bent constant op pad en als je eenmaal thuis bent, blijf je in dat wereldje zitten. Dan moet je een bepaalde knop kunnen omschakelen, maar dat is mij nooit gelukt. Je bent verblind. Je zegt tegen je vrouw: 'niet zeiken, je hebt een mooi huis, je kan kopen wat je wilt'. Maar zo werkt het natuurlijk niet.

“Na de scheiding heb ik veel steun gevonden bij mijn vrienden hier uit de buurt, maar niet bij mijn collega's. Die leven allemaal voor zichzelf. Ze hebben altijd gezegd dat Theunisse en ik vrienden van elkaar waren, omdat we bij elkaar op de kamer sliepen en dezelfde talenten hadden. Maar onze relatie was juist heel oppervlakkig. De gevoelige dingen, daar werd nooit over gesproken. Dat blijkt nu ook wel. We hebben geen contact meer.

“Toen mijn contract bij TVM niet werd verlengd, verwachtte ik wel wat telefoontjes. Maar je hoort niks, van niemand niet. Er heeft geen renner gebeld, behalve Maarten den Bakker. Die heeft zijn zus verloren, die begrijpt zulke dingen. Voor de rest leeft iedereen voor zichzelf. Ikzelf was vroeger ook altijd zo. Ik stond er nooit zo bij stil als een collega in de put zat.”

Vrienden heeft hij niet overgehouden aan dertien jaar wielersport. Of het moet Marc van Orsouw zijn, een nieuw maatje bij het mountainbiken. “Hij heeft mij een beetje omgepraat. Lekker ploegen door het zand, best wel geinig. Misschien dat ik een privé-sponsor kan vinden voor een paar duizend gulden. Een bedrijf dat mijn onkosten kan betalen. Als ik in het mountainbiken stap, komt zo'n zaak toch in de belangstelling.”

En daarna, wat is Steven Rooks van plan als het lichaam gaat tegensputteren? Hij heeft altijd goed op zijn centen gepast, in financieel opzicht heeft hij geen zorgen. Maar echt stilzetten zal hij nooit kunnen.

“Ik heb een diploma elektrotechniek, dan spreek je over 1980. De techniek is zo veranderd, ik kan daar niks meer mee. Misschien ga ik wel een beetje op het land werken. Van de zomer heb ik nog in de prut gestaan. Kool geraapt voor een kennis die me na de scheiding heeft opgevangen. Wat dat betreft ben ik altijd een eigenzinnige boy geweest. Ik voel me nergens te goed voor. Andere topsporters zullen dat minder hebben. Ik zie Van Basten nog niet zo gauw als putjesschepper aan de slag gaan.”