Een goed gevoel

NEDERLAND HEEFT vorige week een royaal gebaar gemaakt. Minister Pronk heeft per Nederlander een dikke drie gulden geschonken voor snelle hulp aan Bosnië, in totaal 51 miljoen. Afgezet tegenover het totale bedrag aan benodigde snelle hulp van 550 miljoen voor Bosnië en ook afgezet tegen het totaalbedrag van de Europese Unie (112 miljoen) heeft Nederland dus inderdaad vlot en diep in de buidel getast.

Daar valt in deze donkere dagen amper bezwaar tegen te maken. In Bosnië is het koud en desolaat, hier is het warm en gezellig. Een tikkeltje schuldig mogen Nederlanders zich na Srebrenica trouwens ook wel voelen en ook dat rechtvaardigt een fiks gebaar. Toch rammelt het gebaar. Vlak voor de schenking reisde de staatssecretaris voor buitenlandse handel in Bosnië rond. Zij had daar weinig te bieden. En zeker geen 51 miljoen. Die coördinatie was er in elk geval niet.

Bovendien ligt Bosnië midden in Europa. Dat is toch zo evident het werkterrein van de minister van buitenlandse zaken dat hij ook de middelen zou moeten hebben om daar desgewenst mee naar voren te treden. Binnenkort wordt een Nederlandse ambassade geopend in Sarajevo. Had deze niet een sterkere positie verworven indien zij grote sommen gelds kon besteden? En wat te denken van Bosnische vluchtelingen in Nederland, die geleidelijk aan naar hun land van herkomst wensen terug te keren. Zijn zij niet gebaat bij een financiële steun in de rug om ginds op de puinhopen wat op te bouwen? PRONK VERSCHEEN vorige week op de bewuste hulpconferentie in Brussel onverwachts. Andere landen hadden hoge ambtenaren van de departementen van buitenlandse zaken afgevaardigd. Hij betoogde daar dat Nederland in ruil voor zijn goedgeefsheid nauw betrokken moet worden bij de besluitvorming over de civiele hulp-operatie in Bosnië. O ja? Is dat een doelstelling van buitenlands beleid en zo ja, leidt dit royale gebaar tot dat doel?

Kortom, de eerste de beste keer dat de herijking in de praktijk moet worden gebracht en dat er dus sprake moet zijn van een gecoördineerd buitenlands beleid onder verantwoordelijkheid van de minister van buitenlandse zaken, ontvouwt zich het vertrouwde mankement: een delegatie van Economische Zaken loopt wat verloren in de Bosnische sneeuw, Pronk soleert met goede werken en coördinatie op het gebied van doel en middelen is voor de schenkers - het Nederlandse publiek - onzichtbaar. Conclusie: 51 miljoen op deze manier geeft een goed gevoel en ook weer niet.