Drinken in de oudheid; Zout water bij de wijn

Het drinken van pure wijn vonden de Grieken barbaars. Zij lengden het edele vocht aan en dronken ervan tot Dionysus in hen was gevaren.

De tentoonstelling Wijn! Wijn!! Wijn!!! is t/m 10 maart 1996 te zien in het Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28, Leiden. Open: di t/m za 10-17u, zo 12-17u. Inl 071-5163163.

De Egyptenaren hadden het al, en zelfs ook de Mesopotamiërs, maar de Grieken wisten er pas echt iets van te maken: wijn. Niet zozeer de Grieken zelf waren verantwoordelijk voor die prestatie, als wel de bodem waarop ze leefden. De Griekse grond is droog en arm, en een wijnstok geplant op zo'n bodem levert de beste druiven op. In Egypte daarentegen werden jaarlijks grote gebieden overspoeld door de Nijl. Op die vochtige kleibodem kon nog wel een flinke wingerd groeien, maar de druiven die ervan afkwamen waren maar van een matige kwaliteit.

De eerste resten van een gecultiveerde wijnstok werden gevonden in de Kaukasus en dateren al van 5000 v. Chr. Hoe de wijn van daaruit is terechtgekomen in Mesopotamië, Egypte en Griekenland, is onduidelijk. Maar volgens Ruurd Halbertsma, conservator van de klassieke afdeling van het Leidse Rijksmuseum van Oudheden, is het een feit dat de wijnbouw in Griekenland tot een grotere bloei kwam dan in die andere gebieden: “Al in het tweede millennium kun je daar spreken van echte wijnbouw.” Daarom richt de tentoonstelling Wijn! Wijn!! Wijn!!! van het museum zich voornamelijk op wijn in de Grieks-Romeinse oudheid.

Aan het maken van wijn, het gisten van druivesap waardoor er een chemische reactie ontstaat en alcohol vrijkomt, is in de loop der eeuwen niet veel veranderd. Maar drinken wij de wijn nu meestal onvermengd, in het oude Griekenland gold het onvermengd drinken van wijn als barbaars en moest het aangelengd worden met water. Inferieure, zure wijnen werden op een aanvaardbaar smaakpeil gebracht door er koriander, kaneel, honing en zelfs kaas aan toe te voegen.

Maar ook goede wijnen werden aangelengd, met zeewater dat de wijn een speciaal karakter gaf. Halbertsma: “Zeewater was het summum van genot en de wijn van het eiland Kos was er beroemd om. Men had speciale voorschriften opgesteld met betrekking tot het aantal mijlen uit de kust waar water geput moest worden, en op welke diepte. Dat zeewater gaf een hele fijne, zilte smaak aan die wijn. In Italië heeft men later nog wel geprobeerd die wijn te imiteren door Tyrrheens zeewater aan hun wijn toe te voegen, maar dat gaf toch niet dezelfde kwaliteit wijn als op Kos.”

Grieken en Romeinen dronken hun wijn niet uit afgemeten Bordeaux-glazen, maar uit flinke schalen. In een kast in Halbertsma's kamer staat een exemplaar, waar met gemak vijf glazen in passen. In de oudheid werd men waarschijnlijk net zo snel, zo niet sneller dronken dan wij. Dronkenschap was voor de Grieken, die geen chemische processen kenden, een wonderlijk gegeven. Alleen door aan te nemen dat de god Dionysus in hen kwam, konden ze verklaren waarom ze zo verwarmd werden en geïnspireerd raakten tot gedichten, liefde, zang en dans, maar ook tot enorme razernijen, vechtpartijen en agressie.

Om dat laatste te voorkomen was het zaak om maat te houden, want teveel goddelijks in je lichaam leidde tot agressie. En maat houden, vonden de Griekse mannen, was iets wat alleen mannen konden. Regelmatig kwamen ze bij elkaar in kroegjes en taveernen om dan toch vaak te laten zien dat het ook bij hen aardig uit de hand kon lopen.

Naast het alledaagse drinken waren er ook speciale gelegenheden om te drinken. Het beroemdste voorbeeld daarvan heeft men voor de tentoonstelling nagebouwd: het Griekse symposion, dat georganiseerd werd na een overwinning van een wedstrijd of bij een ander feest, en waar het drinken vergezeld werd met het vertellen van verhalen en het houden van verhandelingen over talrijke onderwerpen.

De Romeinen hebben ervoor gezorgd dat de wijn zich heeft kunnen verspreiden over Europa, Noord-Afrika, en het Verre Oosten tot aan de grens van India. Het opmerkelijke is dat de Romeinen zelf aanvankelijk niet zoveel ophadden met wijn. Ze kenden het wel van de Etrusken die in het noorden van Italië woonden en van de Griekse kolonies in het zuiden. Maar in Rome was wijn bij lange na niet zo'n volksdrank als in Griekenland. Het werd er vooral gedronken bij cultische gelegenheden. Pas na hun expansie in Italië kwamen de Romeinen echt in aanraking met wijn. Met het verbouwen ervan begonnen ze pas in de tweede eeuw voor Christus. Halbertsma: “In de Romeinse tijd valt er wel voor het eerst iets van een zeker wijnsnobisme te bespeuren. Het schenken van de betere wijn is dan al duidelijk een middel om je sociaal te profileren.”

Ook in Nederland hebben de Romeinen de wijn geïntroduceerd. Zelfs enkele wijngaarden hebben ze er aangeplant, maar die droegen niet veel vrucht. In Italië zelf bestaan er nog steeds wijngaarden die in de klassieke oudheid zijn opgezet en waar sindsdien de produktie steeds is opgevoerd.