Dichtende schilder Feddema op dada-veldtocht in Friesland

Dada herleeft in Drachten, waar de Friese kunstenaar Anne Feddema zijn eigen werk combineert met dat van dadaïsten als Schwitters, Van Doesburg en Rinsema. Feddema schildert niet alleen, hij dicht ook in de geest van de dadaïsten: 'Nullehakkebaitsjebokse!'

Anne Feddema, Immûun, Museum Smallingerland, Museumplein 2, Drachten. T/m 13 jan. Di t/m vr 10-17u, za 11-17 u, in 1996 ook zo open. Feestdagen gesloten. Fersen, vertaalde gedichten Schwitters ƒ 35; cat. Immûun ƒ 75. Werk van Feddema is ook te zien in het Fries Museum in Leeuwarden op expositie Ter Visie t/m 16 jan, en op de expositie Looking back in Wonder in galerie Nouvelles Images, Westeinde 22, Den Haag, t/m 17 jan.

DRACHTEN, 28 DEC. In de vertaling van poëzie gaat altijd iets van het origineel verloren, zeggen mensen vaak. Vandaar dat de Friese dichter en schilder Anne Feddema in zijn bundeltje vertalingen van gedichten van de Duitse dada-kunstenaar Kurt Schwitters het gedicht ZA (elementar)/ ZYX/ WVU/ TSRQ/ PONM/ LKIH/ GFE/ DCBA uit 1922 als volgt in het Fries vertaalde: A (elemintêr)/ Y/ WVU/ TSR/ PONM/ LKIH/ GFE/ DCBA.

Het Fries kent, vertelt Feddema, geen woorden die beginnen met een z, x of q. Maar dat is dan ook het enige dat verloren is gegaan in de vertaling, want de overige gedichten van Schwitters behouden in het Fries hun speelse en absurde karakter, zoals het beroemde An Anna Blume, dat in het Fries Oan Anna Blomke wordt: 'Oh do, leafste fan myn 27 sinnen, ik leavje dy!/ Do, dinent, dy, dyn, ik dy, do my, wy?' ('Oh Du, Geliebte meiner 27 Sinne, ich liebe Dir!/ Du, Deiner, Dich Dir, ich Dir, Du Mir, wir?')

Schwitters droeg het gedicht Anna Blume voor op de dada-avond in Drachten op 13 april in 1923, de laatste avond van de zogenoemde 'dada-veldtocht' in Holland. Die ondernam hij samen met onder anderen dada- en De Stijl-schilder en -architect Theo van Doesburg en diens vrouw. Ze traden in verschillende plaatsen in Nederland op om met gedichten, voordrachten en blaffend als honden de kunststroming dadaïsme te propageren en het publiek te ontregelen. Schwitters, die in Hannover woonde, was al eerder in Drachten geweest, op bezoek bij de gebroeders Rinsema, schoenmakers en kunstenaars, die hij via Van Doesburg had leren kennen. Hij kwam er graag, en samen met de schilderende Thijs Rinsema stroopten ze de omgeving af, en verzamelden papiertjes, verpakkingen en dergelijke, die ze onderweg op straat vonden. Daarvan maakten ze collages. Alles kon voor dadaïsten als materiaal voor kunst dienen.

Het museum in Drachten, museum Smallingerland, gevestigd in een klein klooster in het centrum van de stad en onlangs schitterend verbouwd, heeft een aantal kunstwerken van Schwitters, de gebroeders Rinsema en Van Doesburg in zijn bezit.

Museumdirecteur Jaap Bruintjes heeft Feddema (1961), als dichtende en schilderende geestverwant van Schwitters, de vrije hand gegeven om met werken uit die collectie en eigen werk een tentoonstelling te maken. Dat dat een gouden greep is geweest, blijkt uit de zeldzame taferelen die dat oplevert, zoals het volgende. Links en rechts op een grote wand zien we smalle manshoge glas-in-lood-ramen, met daarin voorstellingen van geabstraheerde worsten en vlees, ontworpen door Thijs Rinsema voor een plaatselijke slager. De worsten en het vlees zijn driehoekjes en strepen van bruin-oranje glas. Tussen die twee ramen hangt het schilderij van Feddema, getiteld: 'Kurt Schwitters fietst door het avondlijk Hannover tussen bierbrouwerijen en chocoladefabriek'. We zien van bovenaf een mannetje op een fiets, we zien de bovenkant van een hoed met voor en achter een streepje voor de fietswielen. Hij rijdt op een lichtbruin geschilderd fietspad, tussen de fabrieken die we van opzij zien, in een golvend landschap dat zich keurig aan de perspectivische regels houdt. De prachtige, losjes geschilderde bruine kleuren, die een warme glans hebben, alsof er van achter het schilderij licht door schijnt, lijken terug te komen in het bruin in de ramen.

Het is weer een beetje dada in Drachten dank zij Anne Feddema. Niet omdat zijn werk uiterlijk lijkt op dat van de dada-kunstenaars - integendeel zelfs. Hij maakt poëtische schilderijen, vol virtuoos geschilderde kleurvlakken, waarop even makkelijk kleurige kantoorstickertjes als stripfiguren, als middeleeuwse heiligen kunnen figureren. Uit zijn werk spreekt een even ernstige als speelse geest als die van de dadaïsten.

Hij voelt zich verwant met hen zegt hij, als we door de expositie lopen die hij Immûun noemde: “Ik ben immuun voor mensen die zeggen: jongen, hou toch op met schilderen, je bent dichter, of stop toch met dichten, concentreer je op schilderen. Dat hadden de dadaïsten ook, ze deden waar ze zin in hadden, schilderen, schrijven, optreden, alles. Uit die houding put ik inspiratie. Ik hoop dat ze later zullen zeggen: Die Feddema, die schilderde prachtige literatuur.”

Feddema heeft niet alleen werk van Van Doesburg, Schwitters en Rinsema uit de collectie gehaald. Ook van de betrekkelijk onbekende Friese schilder Sierd Geertsema (1896-1986) uit Appelscha, van wie onlangs ook al werk op de grote tentoonstelling Salut au Monde in het Fries Museum was te zien, koos hij schilderijen en tekeningen. Geertsema, die aan iedere hand slechts twee vingers had, maakte wonderlijke, drukke kleurpotloodtekeningen van sprookjeslandschappen en bossen. Het is al bijzonder die te zien, en de werken die Feddema daaromheen toont, maken het geheel nog verrassender. Ze vormen een van de hoogtepunten van deze expositie. Natuurlijk zijn er wel gedeeltes in de tentoonstelling aan te wijzen die niet zo spannend zijn. Maar over het geheel genomen heeft Feddema met zijn eigen werk en de keuzes uit de collectie (een schilderijtje van zand van Geertsema) een bijzonder verrassende expositie gemaakt, die nog nasuddert in de rest van het museum. Want daar heeft hij tussen de vaste opstelling op de bovenverdieping, met vaandels van de Drachtster vereniging tot afschaffing van alcoholhoudende dranken, vuistbijlen en Philishave-ontwerpen (de Philips-scheeraparatenafdeling is gevestigd in Drachten) ook nog kunstwerken gehangen. Zo staat er bij een beeld op de bovenverdieping onder meer een koffer met aardappelen, en dat is een verwijzing naar Schwitters die volgens de overlevering als hij in Drachten kwam altijd honger had. Schwitters reisde met een koffer vol aardappelen en een spiritusbrandertje, zodat hij goedkoop een maaltje kon bereiden. Feddema heeft drie aardappelen in de koffer beschilderd, en wel in de Stijl-kleuren rood, geel en blauw. Het werk heet dan ook Aardappelen koken met Stijl. De hele expositie is op te vatten als een hommage aan Schwitters, en Feddema besluit zijn bundel met vertaalde Schwitters-verzen dan ook met een eigen gedicht, opgedragen aan Schwitters, dat als volgt begint: 'De buorman rint graach op nullehakken!/ De buurfrou rint graach yn in baitsjebokse!/ Baitsjeboksenullehakke!/ Roppe se de hiele dei./ En oarsom:/ Nullehakkebaitsjebokke! (...)' Vrij vertaald is dat: 'De buurman loopt graag op naaldhakken, de buurvrouw loopt graag in een overall. Overallnaaldhakken! roepen ze de hele dag. En andersom: Naaldhakkenoverall!' 'Ik rop:' besluit Feddema zijn gedicht -ik ik roep: 'Nullehakkebaitsjebokkebaitsjeboksenullehakke!'