Dansen, maskerades en spirituele ceremoniën; Nieuwe jaren vegen schoon

Volgens onze juliaanse jaarrekening begint een nieuw jaar in januari. Vanzelfsprekend was en is dat niet. Zoveel cultu- ren, zoveel kalenders, zoveel jaarwisselingen. De overeenkomsten en verschillen, aan het eind van 1995.

Als er een overeenkomst valt te ontdekken in de wijzen waarop in verschillende culturen nieuwjaar wordt gevierd, dan is het de neiging tot schoonmaken. Van Iran tot Japan geldt: een nieuw jaar begin je in een opgeruimd huis. Tibetanen geven hun woning een nieuw likje verf als het oude jaar op zijn eind loopt en in West-Afrika voorzien dorpelingen hun hut van een verse laag modder.

Maar misschien nog opmerkelijker is het feit dat nieuwjaar iets universeels is. Terwijl de halve wereldbevolking aan kerstmis geen boodschap heeft. En terwijl een groot aantal bewoners van deze planeet zelfs in een andere tijd leeft - voor de Chinezen is het nu bijvoorbeeld 4693, het islamitische jaar 1416 zit er ongeveer voor de helft op en het joodse jaar 5756 is pas een paar maanden oud - lijkt iedereen het over één ding eens te zijn: één keer per jaar, wanneer dat ook begint, is het nieuwjaar. De manier waarop dat in Zimbabwe gevierd wordt, verschilt in essentie niet van de wijze waarop wij dat doen.

“De mensen eten en drinken voornamelijk”, zegt Basker Vashee, die in het Oostafrikaanse land is geboren, maar nu werkt bij een onderzoeks- en adviesbureau in Amsterdam. “Het is vakantie. Veel inwoners van de stad gaan naar hun familie op het platteland en nemen cadeaus mee. Kleren, eten en als ze genoeg geld hebben radio's en fietsen. De mensen die achterblijven in de stad proberen zich te vermaken in de 'beerholes'.”

In Zimbabwe zitten ze tegen middernacht niet met z'n allen voor een klok. “De mensen gaan gewoon door met eten en drinken”, aldus Vashee. Hij heeft een aantal keren nieuwjaar in Europa gevierd en vindt het hier geforceerd, niet spontaan.

“Je móet champagne en je móet vuurwerk hebben om je te kunnen amuseren.” Vuurwerk wordt in Oost-Afrika wel verkocht, maar slechts op kleine schaal afgestoken. “In Nederland is dat nogal een dure hobby, niet? Wat hier op een avond de lucht in gaat, is waarschijnlijk meer waard dan het bruto nationaalprodukt van Zimbabwe.”

Ook in West-Afrika wordt rond 31 december veel alcohol geconsumeerd, “zowel bier als traditionele dranken”, zegt Chudi Ukpabi, geboren in Nigeria. “Er is behoorlijk wat machogedrag. Mannen worden daarom vaak door de vrouwen het huis uit gestuurd.”

Ukpabi, adviseur bij een Nederlandse organisatie voor ontwikkelingshulp, komt uit het stadje Onitshe aan de Niger. De voorbereidingen voor nieuwjaar beginnen daar direct na Kerstmis. “Kerstmis is natuurlijk vanuit het westen geïmporteerd, maar nieuwjaar wordt nog heel traditioneel gevierd.” De viering ervan strekt zich uit tot ongeveer twee weken na 1 januari. Ukpabi: “Zaken worden er in die periode nauwelijks gedaan; het is een hele onproduktieve tijd. Zoiets als de maand juli bij jullie.”

Voor en na nieuwjaar zijn er dagelijks dansen, maskerades en spirituele ceremonien, onder andere voor mensen die zijn overleden. Trouwen doen Westafrikanen ook bij voorkeur in deze periode, omdat veel mensen uit de stad dan vakantie nemen en terugkeren naar het dorp waar ze vandaan komen.

“Alle activiteiten richten zich op het nieuwe jaar”, vertelt Ukpabi. De huizen worden schoongemaakt. Ruzies worden uitgepraat. “Het is een tijd vol symboliek. Het oude jaar is iets wat je overleeft. Nieuwjaar is als nieuw leven dat wordt geboren. De mensen zijn blij, ze maken plannen voor de toekomst. Om twaalf uur wensen ze elkaar niet alleen een gelukkig nieuwjaar, zoals hier. Ze feliciteren elkaar uitbundig, omdat ze het nieuwe jaar hebben gehaald en daar als herboren aan kunnen beginnen. Dat intense gevoel mis ik hier. Bij ons is het een persoonlijke prestatie als je het oude jaar overleeft.Zieken die het nieuwe jaar halen, hebben nieuwe hoop dat ze beter zullen worden.”

Zoals in de meeste plaatsen langs de Niger, wordt in Onitshe aan het begin van het jaar een reinigingsritueel uitgevoerd, aan de rand van de rivier. Ukpabi: “Er wordt een kip of een geit geslacht om de voorvaders te plezieren. Onder het uitspreken van allerlei gebeden wordt het dier in de rivier gegooid en daarmee spoelen alle negatieve dingen, zoals ziekten en rampen, weg. Het dorp is 'schoon' voor het volgend jaar.”

Ook Japanners houden in de laatste week van december een grote schoonmaak. “Het is een vermoeiende tijd voor vrouwen”, zegt Nopuko Noda, een Japanse met een eigen bedrijf in Amsterdam. Dat Japanners altijd maar werken - reden waarom Nederlandse werkgevers hen graag ten voorbeeld stellen - is niet helemaal waar. Van 25 december tot en met 5 januari hebben de meeste mensen in Japan vrij. “Met name de ouderen houden van werk en vinden het moeilijk om zich dan te ontspannen”, zegt Noda.

Net als Nederlanders scharen Japanners zich op oudejaarsavond voor de beeldbuis. Niet voor een oudejaarsconference, maar voor een programma waarin een zanger en een zangeres Japanse en westerse liedjes ten gehore brengen. Dit tweetal wordt elk jaar uit een groot aantal kandidaten geselecteerd.

In plaats van een klok verschijnt tegen middernacht een gong in beeld, waarmee het oude jaar wordt uitgeluid. Gerechten die Japanners met nieuwjaar nuttigen zijn zouni (groentensoep met rijstcake) en kazunoku, ofwel rauwe haring. Die vis wordt voor een belangrijk deel uit Nederland geïmporteerd.

Vergeleken met de hoeveelheid tijd die Afrikanen en Japanners erin stoppen, is de anderhalve dag die we hier te lande uittrekken voor oud en nieuw aan de krappe kant. En schoonmaken doen we ook al niet. Tenminste, niet meer. Aan het begin van deze eeuw werd op verschillende plaatsen in Nederland nog het zogeheten 'nieuwjaarsslepen' in praktijk gebracht, weet Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur in Utrecht: “Aan het begin van de winter moest je je boel opruimen. Deed je dat niet dan haalden jongelui met nieuwjaar alles wat los lag weg. Had een boer zijn kar buiten op het erf laten staan, dan hesen ze hem bijvoorbeeld op het dak van het schoolgebouw en laadden hem vol met mest. Zodat iedereen kon zien: die heeft niet goed opgeruimd.”

Alle inwoners van Texel, een van de plaatsen waar Strouken de viering van nieuwjaar onderzocht, wisten dat ze tijdens nieuwjaar op hun hoede moesten zijn. “Maar als er een nieuwe dominee van buiten kwam, dan was die natuurlijk de pineut.”

Dat we nieuwjaar vieren op 1 januari hebben we te danken aan niemand minder dan Julius Ceasar. Die besloot in 44 voor Christus dat ieder jaar op die dag de nieuwe senaat zou worden gekozen. Eeuwenlang probeerde de katholieke kerk vervolgens andere data, die samenhingen met de kerkelijke kalender, ingevoerd te krijgen, zoals Kerstmis en Pasen. Het gevolg was een chaos. “De datum van nieuwjaar varieerde van streek tot streek. Je vierde het gewoon als je omgeving dat deed”, zegt Strouken. In 1575 bepaalde de Spaanse landvoogd Reqeunsens uiteindelijk dat 1 januari in ons land voortaan de datum zou zijn.

Van de vaste ingrediënten van het Nederlandse Nieuwjaarsfeest zijn de oliebollen het oudst. “Die maakte men zeker in de middeleeuwen al. Ze werden gegeten in de winter en bij zwaar werk, niet alleen tijdens oud en nieuw dus, omdat er zoveel calorieën in zaten”, zegt de historica. Het vuurwerk werd in de jaren dertig door Indië-gangers geïntroduceerd. En de goede voornemens kwamen pas na de oorlog echt in zwang. Strouken: “Dat is echt iets van deze tijd. Misschien komt het omdat we tegenwoordig niet meer biechten. Mensen hebben af en toe toch de behoefte om met een schone lei te beginnen, al houden ze het stoppen met roken niet meer dan een dag vol.”

Terug- en vooruitkijken. Dat element lijken nieuwjaarsvieringen in alle culturen ook gemeen te hebben. In Nederland doen we het door middel van jaaroverzichten (Wie overleden er dit jaar? Ging het dit keer slechter of beter met de economie?) en nieuwjaarstoespraken (de kerstboodschap van de koningin vervult een soortgelijke functie).

De gedachte dat nieuwjaar een tijd is om “de balans op maken” is heel sterk aanwezig in de joodse traditie. “Nieuwjaar is de dag van de goddelijke rechtspraak”, legt de Rotterdams rabbijn L.B. van de Kamp uit. Joden geloven dat God ieder jaar, op nieuwjaarsdag, de gedragingen van mensen in het afgelopen jaar beoordeelt. Van de Kamp: “Naar die 'rechtbank' ga je natuurlijk niet zomaar toe; je bereidt je voor. De laatste maand van het jaar zijn er bijeenkomsten om de mensen te helpen bij hun bewustwordingsproces. Het zijn drukke tijden.”

Ook in het joodse geloof speelt (stromend) water een rol tijdens de viering van nieuwjaar. Het is traditie dat joden op nieuwjaarsdag naar een rivier gaan (een nabijgelegen singel in het geval van joodse gemeente van Rotterdam) om daar symbolisch hun zonden in te gooien. Zij doen dit met een verwijzing naar Micha 7, vers 20: “Gij zult werpen onze zonden in de diepten van de zee.”

Het joodse nieuwjaar, Rosj-Hasjanàh, is de eerste dag van een periode van tien dagen. De tiende dag is Grote Verzoendag (Jom Kippoer). Tussen nieuwjaar en Jom Kippoer beginnen de ochtenddiensten in de synagoge vroeger omdat er bijzondere gebeden, Seliechoth of boetegebeden, worden uitgesproken.“Het zijn geen treurige, maar wel serieuze dagen. Er heerst een soort rituele vreugde”, zegt Van de Kamp. Het is een bijzondere tijd voor joden, zoals kerstmis voor menigeen die christelijk is opgevoed. De rabbijn: “Als mensen één keer per jaar naar de synagoge gaan, dan is het in deze periode.”

Het joodse jaar is een zogenaamd maanjaar. Het bestaat uit maanden van afwisselend 29 en 30 dagen (de maan heeft 29,5 dag nodig om haar loop om de aarde te volbrengen) en duurt daardoor 354 dagen. Om in de pas te blijven met het Romeinse jaar van 365 dagen en - belangrijker - met de jaargetijden, voegen de joden om de twee of drie jaar een extra maand in. Nieuwjaar valt daardoor altijd in de herfst.

Moslims werken ook met maanden van 29 of 30 dagen, maar doen niet aan schrikkelmaanden. Nieuwjaar valt bij hen elk jaar iets 'eerder'. Nieuwjaar is voor de Islam geen feestdag. Wel doen veel islamieten van de tweede generatie op 31 december een beetje met de Nederlanders mee, zegt Ibrahim Spalburg, een Surinaamse moslim uit Rotterdam. “Het heeft voor ons geen religieuze betekenis, maar ik blijf wel gewoon wakker. Ik eet misschien wat oliebollen met m'n buren. En op m'n werk wens ik iedereen gelukkig nieuwjaar. Je woont hier. Het zou een beetje onbeschoft zijn om dat niet te doen.” Voor moslims is er een andere periode waarin ze terugkijken en zich voornemen het beter te gaan doen: de ramadan.

Ook Chinezen hanteren maanjaren en net als joden voegen zij zo nu en dan een extra maand toe. Nieuwjaar vieren zij in januari of februari. Veel Chinezen in Nederland vieren ook op de avond van 31 december een beetje feest. “Omdat we met Chinees nieuwjaar geen vuurwerk mogen afsteken”, legt Tak Chueng,secretaris van de Rotterdamse Leeuwendansclub en eigenaar van Chinees restaurant Wah-Ying, uit. Feestvieren betekent voor Chinezen: een bijzondere maaltijd (minimaal acht gangen) eten. Op oudejaarsdag (zowel de Nederlandse als de Chinese) staat meestal speenvarken, eend of vis op het menu. Op nieuwjaarsdag is de maaltijd vegetarisch, “voor Boeddha”. Voordat een maaltijd begint worden de schalen met eten voor een beeldje van Boeddha gezet. Chueng: “Voor het geluk en om te bidden dat de overledenen dat ook een hapje te eten krijgen.”

Op 19 februari 1996 is het Chinees nieuwjaar. De Chinezen uit Rotterdam en omgeving (meer dan 5000) vieren het feest echter twee dagen later, op een woensdag, wanneer de kinderen vrij zijn. De leeuwendansers gaan dan restaurants, kappers, videotheken en boekenwinkels langs om de boze geesten weg te jagen met hun van papier gemaakte leeuwen. De interesse van de kinderen gaat vooral uit naar Tsjoi Sang, het Chinese equivalent van Sinterklaas. De 'geluksman', die helemaal rood gekleed en geschminkt is, deelt envelopjes met geld (in Rotterdam een gulden) uit. Het zijn niet alleen Chinese kinderen die op hem afstormen. Chueng: “Er zijn altijd Nederlandse kinderen die misbruik maken en dan met tien zakjes in hun handen lopen.”

    • Jeroen van der Kris