D66 verbiedt fractie partijnaam te dragen

AMSTERDAM, 28 DEC. Leden en voormalige leden van de D66-fractie in Amsterdam Zuidoost verzetten zich tegen het besluit van het landelijk hoofdbestuur dat geen enkele partij in dat stadsdeel nog de naam D66 mag dragen. Afgelopen week kregen fractie en het bestuur van de deelafdeling een brief met deze mededeling.

In oktober stapten drie deelraadsleden van D66 uit de fractie, omdat zij zich niet langer konden verenigen met de handelwijze van het lokale bestuur. Sindsdien werken zij verder als de 'groep-Sebek', naar het fractielid P. Sebek. De overgebleven twee leden noemen zich nog altijd D66 en zullen dat blijven doen, aldus fractievoorzitter R. Groenhart.

Eerder dit jaar werd 'wijkwethouder' E. Esajas door zijn eigen partij gedwongen af te treden. Volgens woordvoerder J. Nugteren wil het hoofdbestuur “rust in de deelafdeling Zuidoost”. Op 18 januari legt het Amsterdamse bestuur zijn leden de vraag voor of de deelafdeling Zuidoost moet worden opgeheven.

Volgens Nugteren is er geen afdeling nodig als er geen volksvertegenwoordiging meer is. Bovendien “loopt het niet goed in het afdelingsbestuur”. Het hoofdbestuur heeft de afdeling Amsterdam gevraagd de taken van de deelafdeling Zuidoost over te nemen. “Wij kunnen dan bijvoorbeeld de kandidatenlijst voor de volgende verkiezingen opstellen”, aldus Nugteren, tevens voorzitter van de D66-afdeling Amsterdam.

Fractieleider Groenhart beschuldigt het hoofdbestuur van incompetentie en racisme. “Altijd als zwarten op een bepaalde positie komen, wordt opeens naar hun kwaliteiten gevraagd.” De uitgetreden groep-Sebek bestaat uit drie 'witte' D66'ers, de overigen zijn 'zwart'. Racisme, zegt Nugteren, “speelt uiteraard absoluut geen rol”. Hij heeft wel de indruk dat verschillen in de wijze van politiek bedrijven een rol hebben gespeeld. “Bepaalde groepen hebben de neiging om in hun politieke functie vooral aandacht te vragen voor de deelbelangen van de kiezers die hen gekozen hebben. Bijvoorbeeld, als D66 opkomt voor de kansarmen, dan zeggen we: 'Wij komen op voor de werklozen en degenen met weinig inkomen' - anderen zeggen: 'Wij komen op voor de zwarten, want dat zijn in Zuidoost de kansarmen'.”