Chinees hof verwerpt beroep van dissident Wei

PEKING, 28 DEC. Een Chinees hof heeft vandaag het beroep van de dissident Wei Jingsheng tegen zijn gevangenisstraf afgewezen. Wei werd op 13 december tot veertien jaar gevangenisstraf veroordeeld omdat hij gepoogd zou hebben de huidige Chinese regering omver te werpen.

De broer van de dissident, Wei Xiaotao, zei gisteren al dat hij “geen enkele hoop” had dat het Stedelijke Hogere Volksgerechtshof in Peking de strafmaat van Wei zou verminderen. Het officiële Chinese persbureau Nieuw China, dat in een korte verklaring de afwijzing van het beroep meldde, gaf geen reden waarom het hof niet op Wei's verzoek tot herziening van de straf was ingegaan.

Wei werd in 1979 al veroordeeld tot veertien jaar gevangenisstraf wegens het 'laten uitlekken van staatsgeheimen'. In april vorig jaar, zeven maanden nadat hij was vrijgelaten, werd hij opnieuw gearresteerd. Pas in november werd hij in staat van beschuldiging gesteld. De zware straf die hij op 13 december kreeg, leidde tot grote onrust onder dissidenten in Peking.

Gisteren, een dag voor de afwijzing van het beroep, kwam de Chinese regering, de Staatsraad, met een rapport waarin het de situatie van de rechten van de mens in China prijst en andere landen ervan beschuldigt de mensenrechten te gebruiken als voorwendsel om zich in de interne aangelegenheden van de Volksrepubliek te mengen. De kritiek van andere landen op China is vaak oneerlijk, aldus het rapport, “hoewel er (in China, red.) niet altijd een volledig respect voor de rechten van de mens mogelijk is door de beperkingen die worden opgelegd door de geschiedenis en het niveau van ontwikkeling”.

Volgens het rapport is het criminaliteitscijfer in China betrekkelijk laag en is het percentage van de Chinese bevolking dat in de gevangenis zit, slechts eenvijfde van dat in Westerse landen. De situatie in de Chinese gevangenissen, aldus het rapport, is sterk verbeterd door een nieuwe gevangeniswet. Het rapport vermeldt overigens niet dat deze nieuwe wet niet van toepassing is op politieke gevangenen in werkkampen en in gevangenissen die onder de verantwoordelijkheid vallen van het ministerie van staatsveiligheid.

De laatste keer dat China een rapport over de rechten van de mens publiceerde was in november 1991, twee jaar na het neerslaan van de pro-democratiseringsbeweging op het Plein van de Hemelse Vrede. In maart zal de Commissie voor de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties zich tijdens haar jaarlijkse vergadering opnieuw over de mensenrechten in China buigen. Vorig jaar kreeg een resolutie waarin Peking werd veroordeeld, juist een stem te weinig om aangenomen te worden. (AP, AFP, Reuter)