Begint de 21ste eeuw pas in 2001?

Beleven we over vier of over vijf jaar de eeuwwisseling? Het is een kwestie waarover veel getwist wordt, maar die niets met logica van doen heeft. De jaartelling berust op een conventie die in de zesde eeuw werd vastgelegd. Daardoor begint in 2001 de 21ste eeuw.

Op zich is het niet zo interessant om te weten of de 21ste eeuw op 1 jan 2000 dan wel op 1 jan 2001 begint. Als de mensen het al weten, dan zal men zich er weinig gelegen aan laten liggen. Op 1 jan 1900 werd met allerlei manifestaties het begin van de 20ste eeuw gevierd en zo zal ongetwijfeld op 1 jan 2000 het begin van de 21ste eeuw ingeluid worden, of dit nu het juiste jaar is of niet.

Wèl interessant is het feit, dat er over zoiets verschil van mening kan bestaan. Er is de laatste jaren al heel wat over geschreven in kranten en tijdschriften en er zijn vele argumenten naar voren gebracht ten gunste van de mening die we kortheidshalve met '2000' zullen aanduiden als ten gunste van '2001'. Omdat het voor de hand ligt, dat slechts één van beide beweringen juist is, moet ergens in de argumentaties een punt aan te wijzen zijn waarin '2000' radikaal afwijkt van '2001'. We hebben daarnaar gezocht en geven hier een korte samenvatting. Het zal blijken dat we wel degelijk tot een bepaalde conclusie komen, maar dat de ontsporing zó voor de hand ligt, dat deze materie steeds weer aanleiding zal geven tot nieuwe discussies.

De tijdlijn

We beginnen met het uitzetten van een tijdlijn. Het begin is het tijdstip van de geboorte van Christus en omdat we op dat tijdstip de klok starten zetten we er een 0 bij. Als er een jaar verstreken is zetten we een 1 op de tijdlijn en als er een eeuw (= 100 jaar) voorbij is markeren we dat op de tijdlijn met 100 etc. De cijfers op de tijdlijn geven dus het aantal jaren aan dat sedert de geboorte van Christus verstreken is.

Omdat hier nog geen sprake is van 'het jaar zoveel', kunnen noch de voorstanders van '2000', noch die van '2001' bezwaar maken tegen deze voorstelling die in de exacte wetenschappen gebruikelijk is. De leeftijd van de mens vanaf zijn geboorte tot zijn dood beelden we op dezelfde manier uit, alleen komen daarbij enige taalkundige eigenaardigheden om de hoek kijken. Stel dat op de tijdlijn van figuur 1 de leeftijd van Christus is weergegeven, dan zeggen we over het tijdperk a: dit is Christus' eerste levensjaar en b is Christus' tweede levensjaar. Hier worden dus rangtelwoorden gebruikt.

Maar tegelijkertijd zeggen we dat Christus in periode b één jaar is; in dit geval wordt dus een hoofdtelwoord gebruikt. In verschillende redeneringen worden misverstanden geïntroduceerd die berusten op het hier gesignaleerde spraakgebruik: Christus is één jaar tijdens zijn tweede levensjaar. Verderop zal blijken, dat dit toch geen cruciaal punt is in de redeneringen van '2000' en '2001'.

Pas de volgende bewering brengt de scheiding teweeg tussen '2000' en '2001': onze tijdrekening is niets anders dan de leeftijd van Christus zoals we die in figuur 1 op de tijdlijn hebben uitgezet.

Als u dit kunt beamen is de conclusie: de 21ste eeuw begint dan op 1 jan 2000 onvermijdelijk. De getallen op de tijdlijn zijn dan de jaartallen, die aangeven hoeveel jaren er verlopen zijn vanaf de geboorte van Christus tot het streepje waarbij het jaartal staat. 2000 staat dus op de tijdlijn waar 2000 volle jaren (= 20 eeuwen) sedert het begin van onze jaartelling verlopen zijn. Direct daarna - na de klokslag van 24 uur op oudejaarsavond 1999 - begint het jaar 2000 en daarmee (nogmaals: omdat er dan 20 eeuwen verlopen zijn sedert de klok begon te lopen) de 21ste eeuw.

De afspraak

Hoe voor de hand liggend de gelijkstelling van onze tijdrekening met de leeftijd van Christus ook is... ze gaat niet op. Niet omdat ze onlogisch of onpraktisch zou zijn, maar gewoon door een menselijke beslissing, die ook anders had kunnen uitvallen.

De jaartelling die wij nu gebruiken werd pas in de zesde eeuw ingevoerd. Dionysius Exiguus stelde toen (we gaan niet in op alle details die niet ter zake doen) dat onze jaartelling zou beginnen met de geboorte van Christus - en nu komt het - en dat was 1 januari van het jaar 1.

Dit was in de zesde eeuw helemaal niet zo'n ongewone beslissing. Het begrip tijdlijn met aan het begin 0 zou juist een vreemd element geweest zijn. Ook wij gebruiken bij het aangeven van een datum precies hetzelfde systeem als Dionysius. Wij zeggen bijvoorbeeld: 'Op 1 juni kregen we de sleutel van ons nieuwe huis.' Daarmee duidden we de dag aan die volgt op 31 mei. En die begint niet met 0 juni om pas bij de voltooiing van de eerste (rangtelwoord) dag van juni, dus na 24 uur, over te gaan in 1 juni. Hier wordt voor de dag waarmee de maand begint geen onderscheid gemaakt tussen hoofdtelwoord en rangtelwoord: 1 juni en de eerste dag van juni zijn identiek. Zo is er in onze jaartelling ook geen verschil tussen het eerste jaar en het jaar 1.

Conclusie

De eenmaal vastgelegde definitie van het begin van onze jaartelling heeft geen invloed op de in figuur 1 voorgestelde tijdlijn. Nog steeds stellen de cijfers het aantal verlopen jaren voor. Maar dat zijn niet de jaartallen.

Bij de 0 op de tijdlijn komt nu het jaartal 1, bij de 1 het jaartal 2 etc. Zo verder bij 1999 het jaartal 2000!

Dus bij het begin van het jaar(tal) 2000 zijn er pas 1999 jaren sedert het begin van onze jaartelling verlopen. En een jaar later (jaartal 2001) zijn er 2000 jaar (= 20 eeuwen) voorbij en beginnen we aan een nieuwe eeuw ... de 21ste. De bewering: de 21ste eeuw begint op 1 januari 2001 is dus in overeenstemming met de definitie van het begin van onze jaartelling en de '2000'-bewering niet.

Ofschoon de vergissing alleen bij de eeuwwisselingen aanleiding geeft tot discussies is ze altijd aanwezig. Als U aan iemand in 1995 vraagt: 'Zijn er sedert het begin van onze jaartelling nu 1995 jaren verlopen?', denk ik dat de kans groot is dat hij dat zal beamen. Toch zijn het er maar 1994.

Laten we nog even kijken hoe het zit met de tijdrekening als we vanaf het jaar 1 terugtellen. Links op de tijdlijn komt eerst het jaar 1 vóór Christus en dat is natuurlijk één jaar voor het jaar 1 begonnen. We kunnen het ook het jaar -1 noemen en bij het begin ervan het jaartal -1 plaatsen; de tijd wordt namelijk altijd van links naar rechts geteld. Door die merkwaardige asymmetrie rond het begin van onze jaartelling loopt naar links de notatie van de jaartallen gelijk met de notatie op de wiskundige tijdlijn.

Inconsequenties

Moderne geschiedschrijvers gebruiken de jaartelling correct en ook computerprogramma's waarin de tijd een rol speelt (bijvoorbeeld astronomische) zijn correct afgestemd op de algemeen aanvaarde definitie van het begin van onze jaartelling. In de loop der eeuwen zijn echter een aantal inconsequenties op dit gebied aan te wijzen waarvan we er hier enige zullen aanstippen.

In de katholieke kerk is het sedert lange tijd gebruikelijk dat de Paus het eerste jaar van elke eeuw uitroept tot Heilig Jaar. Ik ga er niet op in wat dat inhoudt, maar alleen op de keuze van het jaartal. De eerste schriftelijke getuigenis daaromtrent is: Bonifatius VIII riep het jaar 1300 uit tot Heilig Jaar. Hetzelfde gebeurde ook voor het jaar 1900. Een jaar te vroeg dus, want men wilde het beginjaar van een nieuwe eeuw kiezen. Ook nu zal de afkondiging wel voor het jaar 2000 gebeuren, evenals de viering van de burgerlijke feestelijkheden in dat jaar zullen plaatsvinden. De reden? Ik denk de suggestie die uitgaat van het mooie ronde getal.

Een ander geval was ook gemakkelijk te traceren. De geleerde Karthuizer Werner Rolewinck schreef op het einde van de 15de eeuw een uitgebreide wereldgeschiedenis waarbij hij jaartallen in de marge plaatste, met daarnaast de gebeurtenissen die in dat jaar plaats vonden.

Nu vinden we het verhaal dat Jezus debatteert met de schriftgeleerden in de tempel van Jerusalem vermeld onder het jaar 12 (Anno Christi XII). Hij vermeldt er echter bij (geheel conform de gegevens uit de bijbel): 'Jhesus Christus een kijnt van XII jaren'. Hier valt aan de leeftijd niet te tornen, maar volgens de afgesproken tijdrekening had Rolewinck in de marge het jaartal XIII moeten plaatsen. Wie ernaar zoekt zal zonder twijfel nog vele van zulke voorbeelden kunnen vinden.