AOW /AWW

AOW

............................................bruto...vakantiegeld

..................................................per......bruto.per

.................................................maand.......maand

Gehuwden, partner ouder dan 65 jaar..............1019,28......59,26

Gehuwden, met maximale toeslag...................2038,56.....118,52

Gehuwden, partner jonger dan 65 jaar

..zonder toeslag (AOW voor 1-2-'94)..............1468,51......82,96

Alleenstaanden...................................1468,51......82,96

Ongehuwden met kind tot 18 jaar..................1833,67.....106,66

Toelichting:

Per 1 januari worden de uitkeringen op grond van de Algemene ouderdomswet (AOW) overeenkomstig de Wet Koppeling met Afwijkingsmogelijkheden (WKA) verhoogd. Dit is een gevolg van de verhoging van het minimumloon met 0,96 procent en van de wijzigingen in belastingen en sociale premies. Op 1 juli 1996 gaan de uitkeringen op grond van de WKA opnieuw omhoog. De netto AOW-uitkering gaat extra omhoog door de fiscale ouderenaftrek van 910 gulden op jaarbasis. Een echtpaar waarvan beide partners 65 jaar of ouder zijn en dat alleen een AOW-uitkering heeft, krijgt er netto per persoon ongeveer 12 gulden per maand bij. Alleenstaanden krijgen er netto per maand iets meer dan 17 gulden bij.

Het AOW-pensioen voor gehuwden is netto gelijk aan 50 procent van het netto minimumloon als beide partners 65 jaar of ouder zijn. Het netto pensioen van een ongehuwde is gelijk aan 70 procent van het netto minimumloon. Een gehuwde met een partner jonger dan 65 jaar ontvangt een pensioen van 50 procent van het netto minimumloon en een toeslag van maximaal hetzelfde bedrag (bruto 1019,28 gulden). Een gehuwde met een partner jonger dan 65 jaar die voor 1 februari 1994 al recht had op een AOW-uitkering ontvangt een pensioen van 70 procent van het minimumloon en een toeslag van maximaal 30 procent van het minimumloon.

Eénouder-gezinnen ontvangen een pensioen dat netto gelijk is aan 90 procent van het netto minimumloon. Het gaat hier om ouderen die ongehuwd zijn en een kind hebben dat jonger is dan 18 jaar voor wie zij kinderbijslag ontvangen.

De gehuwde gepensioneerde met een partner jonger dan 65 jaar kan een toeslag op het ouderdomspensioen ontvangen, die afhankelijk is van het inkomen van die jongere partner. Van dit inkomen wordt een deel buiten beschouwing gelaten. Deze vrijlating bedraagt 15 procent van het bruto minimumloon met inbegrip van de overhevelingstoeslag (360,08 gulden) en een derde deel van het meerdere aan bruto inkomsten. Wat daarna overblijft, wordt in mindering gebracht op de toeslag. Ingeval (AOW voor 1 februari 1994) recht bestaat op een maximale toeslag van 30 procent van het minimumloon (bruto 570,05 gulden) bestaat bij een bruto inkomen (met inbegrip van de overhevelingstoeslag) van de jongere partner van meer dan 1215,15 gulden geen recht meer op een toeslag. Wanneer (AOW vanaf 1 februari 1994) de maximale toeslag 50 procent van het minimumloon (bruto 1019,28 gulden) bedraagt, bestaat bij een bruto inkomen (met inbegrip van de overhevelingstoeslag) van 1889 gulden of meer geen recht meer op een toeslag. AWW ..............................................bruto.... vakantiegeld

.............................................. per........bruto per

..............................................maand........ maand

Weduwen met kind tot 18 jaar..................2412,40...... 160,43

Weduwen zonder kind tot 18 jaar.............. 1755,18...... 112,30

Wezen tot 10 jaar..............................568,06........35,94

Wezen van 10 tot 16 jaar...................... 852,09........53,90

Wezen van 16 tot 27 jaar......................1136,12........71,87

Toelichting:

Het pensioen voor een weduwe met een kind jonger dan 18 jaar, is netto gelijk aan het minimumloon. Voor een weduwe zonder kind jonger dan 18 jaar, is het pensioen of de uitkering netto gelijk aan 70 procent van het minimumloon. Weduwnaars kunnen onder dezelfde voorwaarden als weduwen aanspraak maken op een AWW-pensioen.

Per 1 juli 1996 wordt de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW) vervangen door de Algemene Nabestaandenwet (ANW). In deze nieuwe wet is een inkomenstoets opgenomen, die uiterlijk in 1998 zal worden toegepast. Ook komt er een leeftijdstoets en worden gehuwd en ongehuwd samenwonenden gelijk gesteld.

Weduwen (weduwnaars) jonger dan 65 jaar betalen alle premies volksverzekeringen zelf, in tegenstelling tot bejaarden die geen premies AOW en AAW betalen. De bruto weduwenpensioenen liggen daarom hoger dan de bruto ouderdomspensioenen.