Afscheid

Er is een dorp, een Wim Sonneveld- dorpachtig dorp, en in dit dorp is een Dillenburgstraat, een Kastanjelaan en een Schoolstraat. In deze drie straten staan drie scholen. De scholen zijn een paar jaar geleden gefuseerd. Zoals alles in dit land in naam van de vooruitgang vernietigd en verwoest wordt, zullen het kloeke gebouw aan de Kastanjelaan en het lieftallige schooltje in de Schoolstraat in het voorjaar leeggeruimd worden nadat kinderen en hun pedagogen zijn verhuisd naar de blinkende, postmodern gebogen nieuwbouw aan de Dillenburgstraat.

Ik hoor thuis aan de Dillenburgstraat maar sinds september geef ik op vrijdagochtend twee lessen aan de Schoolstraat. In dit jaargetij vol nostalgie wil ik afscheid nemen van deze school, die ik nauwelijks ken. Ook mijn 3 atheneum-leerlingen zijn vreemd in deze vroegere huishoudschool. Overal in het gebouw zijn sporen van de moederkloekerige zorg die daar hoort. Een vitrine bij de ingang is iedere keer weer anders kunstzinnig ingericht. Tussen de twee lessen rep ik me naar het wonderlijk mooie koffie-apparaat, waar ik altijd verkeerd grijp naar kopje, melk en suiker. Maar de conciërge, een man met haar zo plat en dun als dat van mijn vader, helpt zorgzaam.

Het kleine schooltje heeft een piepkleine noodbouw: twee lokalen, uitgevoerd in weerbestendig karton. Lokaal 9 is een hol tjokvol tafels en stoelen, een houten vloer, een tv, video, planken vol mappen en atlassen, een radio, ja er staat zelfs een elektrisch orgel waarvan heel sympathiek een aantal registers niet werkt. Toen ik er vijftien vrijdagen geleden voor het eerst binnenstapte overviel me onmiddellijk een stiekeme joligheid.

Daar hebben de klassen, die er ik er les geef, ook last van. Iedere vrijdagochtend, voor tienen nog en fris, erger ik me mateloos aan hun herrie. Ik schreeuw en brul en dan kijken ze even of ik het echt meen, en dan gaan ze weer gewoon door. De andere lessen aan de Dillenburgstraat zijn ze best. Pendelen maakt druk, zegt een collega.

Het begin van de les wil nog wel. Als ik mij concentrerend op ernstige onderwerpen de klas in staar en dan op negentiende eeuwse wijze tegen het bord om stilte tik, zakt het rumoer. Ik leg dan wat uit. Ergens op de derde rij - het is er allemaal zo krap dat zelfs die rij nog bijna binnen handbereik is - schiet Carola voor het eerst en waarschijnlijk voor het laatst die dag in de concentratie, staart met zwaar gemascarade ogen naar het wetenschappelijke betoog voor haar en steekt haar duim in de mond. Ik bezie het sensuele uitzicht, waar ik nauwelijks met droge ogen naar kan kijken en ben van m'n a propos.

Deze klas is op een hinderlijke manier weetgierig. Zodra een enkeling het vermoeden heeft dat kennis wordt uitgedist, steekt deze de vinger op om herhaling van de voordracht verzoekend zodat hij eventuele gemiste kenniskruimels alsnog op kan slobberen. Laat ik dat ook maar doen, zie je dan denken, en nog drie vier vingers schieten omhoog. Zoals de klanten bij de ANWB gratis wegenkaart, reis- en kredietbrief, verzekering, zakboekje, sneeuwket- tingen en gevarendriehoek halen onder het motto ''je weet maar nooit''.

Het duimzuigende dier daar, die vingers, het lawaai van de stoelen op de houten vloer, vrijdagochtend. Het wordt weer niks deze les. De herrie begint. Een half uur later vlucht ik terug naar m'n eigen nest aan de Dillenburgstraat. En toch, wat vreselijk dat binnenkort dit schooltje verdwijnt. Het is er zo....leuk.