Wankele vrede is ook vrede

Voor het Westen is de belangrijkste politieke gebeurtenis van het afgelopen jaar het einde van de oorlog in Bosnië. Althans, er zullen niet veel mensen zijn die het daar in deze eenvoud van de constatering niet mee eens zijn. Maar dan: belangrijk op welke manier?

Er zijn twee antwoorden. Het eerste wordt al sinds het begin van de oorlog veel en consequent gegeven door de school van A.M. Rosenthal, genoemd naar de columnist van The New York Times. Hij verdedigt het standpunt dat Bosnië een vraagstuk voor Europa was, dit nog is en altijd zal zijn. Er is geen nationaal Amerikaans belang mee gemoeid en daarom mag daar geen Amerikaanse soldaat verschijnen, niet op het strijdtoneel en ook niet in een vliegtuig erboven.

Rosenthal heeft een wet: het gebruik van luchtstrijdkrachten leidt tot het gebruik van landstrijdkrachten, en dan tot meer landstrijdkrachten. Hij heeft gelijk. Na de luchtaanvallen van augustus, hoofdzakelijk uitgevoerd door Amerikaanse piloten, zijn er 20.000 Amerikaanse soldaten op de grond. Nu al wordt gevraagd of de Amerikaanse verantwoordelijkheid kan worden uitgebreid tot Sarajevo, wat niet was afgesproken.

De wankele vrede kan ieder ogenblik weer veranderen, de van haat vervulde partijen zullen elkaar weer naar de keel vliegen, en wat dan? De vredestichtende troepen zullen, omdat inmenging hun plicht is, alle partijen tot vijand maken. Het volgende moeras heeft zich geopend, de ouverture tot de volgende roemloze aftocht der vredestichters. De belangrijkste politieke gebeurtenis van 1995 is in deze theorie de voorbereiding van de verpletterende nederlaag der 'goedwillenden'. Daarop zal het uitdraaien omdat 'goede wil' opzichzelf nooit goed genoeg is.

Als de school van Rosenthal gelijk heeft is het nu te laat. De Amerikanen hebben het begin van de vrede veroorzaakt, ze hebben met een voor deze tijd onbarmhartige druk het akkoord van Dayton geforceerd en daarna is er volgens deze theorie geen weg terug, behalve de noodlottige aftocht. Bosnië, geen Amerikaans belang, is in ieder geval al tot de inzet van Amerikaanse prestige geworden. De voorhoede is ter plaatse aangekomen, de Republikeinse oppositie heeft zich ermee verenigd en daardoor hoort het ook tot de verkiezingsstrijd. De president en de presidentskandidaten popelen om in Sarajevo op bezoek te gaan. En daarna de zondvloed, wie daarin dan ook mag worden meegesleurd.

Het tweede antwoord is dat van de school waartoe de schrijver van deze column zich rekent. Het bestaat uit twee delen. In het eerste wordt gezegd dat de macht en de vastberadenheid van de partijen in het voormalig Joegoslavië, tot het ingrijpen in augustus, stelselmatig is overschat. Naarmate er meer respect voor de brutaliteit van de oorlogsmisdadigers werd getoond - door alle bemiddelaars, de Europese Unie, de Verenigde Naties, de afzonderlijke 'grote mogendheden' - vestigde zich bij de sterksten vanzelfsprekend de indruk dat ze vrij spel hadden. Dat is de misdadiger eigen. Dit vrije spel heeft bestaan uit de grootschalige voortzetting van de bekende beestachtigheden. Daarmee was geen enkel omschrijfbaar nationaal belang van welk land in het Westen of waar dan ook gemoeid. Het praktisch resultaat van die conclusie was de durende politiek van quarantaine die alleen tot meer beestachtigheden heeft geleid. Overschatting van de macht der strijdende partijen gepaard aan onwil van het Westen om meer dan bemiddelende prevelementen voor zijn rekenig te nemen, heeft de ramp van de oorlog gerekt.

Naarmate de afrekeningen voortduurden in wat naar alle redelijke maatstaven een gesticht voor gevaarlijke krankzinnigen moet heten, en als laatste Srebrenica onder toezicht van de strijdkrachten der VN - toevallig Nederlanders - werd schoongemaakt, groeide het besef dat er meer op het spel stond dan nationale belangen. Wat? In de eerste plaats was in de jaren durende aarzeling tussen niet of wel ingrijpen en zo ja in welke mate en dan toch weer niet, Europa gereduceerd tot een verzameling machteloos ruziezoekende landen, die daardoor al doende, en niets terzake doende, een enclave van misdaad en permanente onrust in hun midden kweekten. Ten tweede raakte in dit proces de 'geloofwaardigheid' van de NAVO verschrompeld. Daarmee is geen bijzonder nationaal belang gemoeid, maar een collectief Westelijk belang dat bijna uit het zicht was verdwenen. Tenslotte is, afgezien van alle aan de stembus ontleende overwegingen, misschien bij de Amerikanen de overtuiging voltooid dat het zo niet langer kon. Ouderwets, onpolitiek, moralistisch, en de Amerikanen in hun beste ogenblikken eigen.

Geen motief afzonderlijk heeft de doorslag gegeven. Alles is van invloed geweest: de presidentsverkiezingen van volgend jaar, het wantrouwen tegen de Europenanen en de wrakke toestand van de NAVO, de groeiende onzekerheid over Rusland, en de weerzin tegen de etnische massamoordenaars. Toen was het zover: wat 'de ontwikkelingen in Bosnië' heet, nam een ongekende wending: de luchtaanvallen, Dayton, Parijs, de oprichting en de aankomst van IFOR.

Het staat als een paal boven water dat daarmee nieuwe moeilijkheden zijn begonnen. Etnische politici bereiden zich voor op chicanes, terroristen maken hun plannen, in het voorjaar zal de corridor naar het door de Serviërs omsingelde Gorazde weer worden 'betwist.' Zo valt voor de komende maanden een pikzwart scenario op te stellen. Met de komst van IFOR is Bosnië niet tot een normaal, veilig land geworden. Het is nog altijd een gesticht, nu met bewaking. Er gebeuren nu dingen die een half jaar geleden niet voor mogelijk werden gehouden: loopgraven worden ontruimd, burgers worden niet meer op straat doodgeschoten, er komt water uit de kraan. Hoe is dat mogelijk? Misschien doordat de politici van de oorlog, Milosevic, Karadzic, zelfs Tudjman hebben begrepen dat de oorlog is afgelopen. Dat begrip is hun in Dayton bijgebracht. Als er geen Dayton was geweest, zou het volgend jaar weer oorlog zijn, in ieder geval.