VEB wil positie van kleine belegger versterken

ROTTERDAM, 27 DEC. De Vereniging van Effectenbezitters, de VEB, wil regels om de positie van minderheidsaandeelhouders bij beursgenoteerde bedrijven te versterken. De aanleiding voor de oproep is het voorstel dat de Belgische Generale Bank vrijdag deed om de minderheidsaandeelhouders in Generale Bank Nederland, de nieuwe naam van Credit Lyonnais Bank Nederland, uit te kopen.

Volgens stafjurist mr. L. Vervuurt van de VEB is het aanbod van de Generale Bank een goedkope en ondoorzichtige oplossing. De Belgische grootaandeelhouder, die ruim 94 procent van de aandelen bezit, is een maand bereid de aandelen van de Generale Bank Nederland te kopen die op de beurs worden aangeboden. Volgens een woordvoerder van de effectenbeurs is er “wel wat op het bod aan te merken, maar niet erg veel.” De meerderheidsaandeelhouder moet rekening houden met de belangen van de minderheid en dat gebeurt. Daarbij speelt ook een rol dat het bod hoger is dan de laatste beurskoers en bovendien publiekelijk bekend gemaakt is.

De laatste tijd is steeds vaker sprake van openlijk verzet van minderheidsaandeelhouders tegen het overwicht van grootaandeelhouders. Zo ligt een aantal kleinere beleggers overhoop met de directie van de beleggingsmaatschappij Wester Suiker over een plotselinge beleidswijziging om het enige bezit, een pakket aandelen in voedingsbedrijf CSM, te verkopen.

Volgens Vervuurt zitten er voornamelijk nadelen aan het aanbod van de Generale Bank. Beleggers die hun aandelen verkopen moeten transactiekosten op de effectenbeurs betalen en zij hebben geen inzicht in de tot standkoming van de biedprijs. De Generale Bank zal geen officieel biedingsbericht publiceren en evenmin een informatieve aandeelhoudersvergadering organiseren waarin over het voorstel tekst en uitleg wordt gegeven.

Na afloop van de inkoopperiode zal de Belgische grootaandeelhouder de effectenbeurs vragen om het fonds uit de notering te nemen. Dat betekent dat aan- en verkoop van deze aandelen heel moeilijk wordt en bovendien kostbaar, omdat er een notaris aan te pas moet komen. Verder kan de Generale Bank de minderheidsaandeelhouders wettelijk verplichten om hun aandelen te verkopen, als zij meer dan 95 procent van de aandelen heeft. De bank, die nu ruim 94 procent van de aandelenbezit, gaf afgelopen vrijdag op een aandeelhoudersvergadering van haar Nederlandse dochter aan dat zij niet van plan is deze zogeheten uitkoopregeling toe te passen. Dat maakt de hele procedure volgens Vervuurt nog onduidelijker voor beleggers. “Het is vaag wat er straks gaat gebeuren.”

De gang van zaken bij Generale Bank Nederland vertoont opmerkelijke overeenkomsten met de manier waarop het bedrijf Vereenigde Glasfabrieken eerder dit jaar van de beurs verdween. Vereenigde Glasfabrieken had een grootaandeelhouder, het Franse voedingsbedrijf Danone, die zijn belang tot meer dan 95 procent uitbreidde door ondershands de laatste grote aandelenpakketten bij professionele beleggers op te kopen. Vervolgens bood Danone aan om de resterende aandelen op de beurs in te kopen. Nog voordat deze periode was beëindigd stapte de Franse grootaandeelhouder al naar de rechter om zijn belang tot 100 procent te verhogen.

Vervuurt pleit voor regels, bij voorkeur in de vorm van wetgeving, om de positie van minderheidsaandeelhouders te verbeteren. De VEB wil een biedplicht, zoals die ook in de Angelsaksische wereld bestaat, waarbij een aandeelhouder die een controlerend belang verwerft ook een bod moet doen op de overige aandelen. “De uitkoopregeling bij 95 procent van de aandelen is wettelijk verankerd, dus waarom een biedplicht ook niet?”