Trucs helpen Tuur aan zege

AMSTERDAM, 27 DEC. Bescheidenheid is hem vreemd. Vraag Regilio Tuur naar zijn kunnen en tien tegen één dat de vuistvechter uit Hoogvliet een stortvloed aan superlatieven aanwendt om zijn eigen prestaties te bewieroken. De lofzang eindigt steevast met een krachtig uitgesproken one-liner in knauwerig Amerikaans. Think positive! luidt de succesformule van de 28-jarige profbokser-zakenman die zowel binnen als buiten de touwen furore maakt.

Zaterdagnacht had de zelfbewuste wereldkampioen opnieuw alle reden tot grootspraak nadat hij met succes zijn titel had verdedigd tegen uitdager Giorgio Campanella uit Italië. De jury riep hem na twaalf ronden unaniem uit tot winnaar in de hoofdact van A Christmas bam in Amsterdam, zoals de aankondiging van het profgala de ruim vierduizend toeschouwers in de Rai toeschreeuwde. “Ik heb gebokst als een ware kampioen. Ik heb het gevoel dat ik bijna niets fout heb gedaan. Het was een waanzinnige partij, misschien wel de beste uit mijn loopbaan. We kunnen 1996 met een smile beginnen”, sprak hij na afloop niet zonder trots.

Met de mond of met het lichaam, het is Regilio Tuur om het even. Al zwijgt de bokskampioen, nog praat hij als een winnaar. Uit de lichaamstaal van de zelfingenomen pugilist spreekt een air van onoverwinnelijkheid. Wie hem de ring ziet binnengaan, beseft eens te meer niet langer van doen te hebben met de wat schuchtere jongeling die ruim zeven jaar geleden op de Olympische Spelen voor het eerst van zich deed spreken. Onbegrensd zelfvertrouwen is anno 1995 één van de pijlers van Tuurs succesreeks sinds hij als prof onder Amerikaanse hoede de weg naar de top insloeg.

Met diezelfde pedante houding betrad Tuur zaterdagavond het canvas om voor de vierde keer zijn wereldtitel in het zwaarvedergewicht te verdedigen. Terwijl het publiek vol ontzag de triomfale intocht van het Team Tuur gadesloeg, kon Giorgio Campanella een flauwe glimlach niet onderdrukken. Roerloos keek de 25-jarige uit Crotone even later toe hoe de titelverdediger, gehuld in een fonkelende goudkleurige peignoir, hem angst probeerde in te boezemen met een arsenaal aan psychologische plaagstoten.

Tuur kent de regels van de intimidatie. De kampioen van de World Boxing Organisation (WBO) weet hoe het voorspel gespeeld moet worden. Van doorslaggevender belang zijn de subtiele geniepigheden die hij zich in rap tempo eigen heeft gemaakt en die de geboren Surinamer zaterdag herhaaldelijk van pas kwamen. Campanella dreef hem bij vlagen in het nauw, maar telkens ontkwam de titelhouder uit de greep van zijn belager. Of hij plaatste een stoot onder de gordel van de Italiaan, of hij gebruikte zijn elleboog en als dat niet hielp, bood zijn voorhoofd uitkomst.

Met veel misbaar deed Campanella zijn beklag bij scheidsrechter Paul Thomas over het onreglementaire optreden van zijn opponent. Maar verder dan enkele nietszeggende vermaningen wilde de Britse arbiter niet gaan. Na afloop suggereerde de gehavende en aangeslagen Italiaan dat het uitblijven van een officiële waarschuwing wellicht te maken had met het thuisvoordeel van zijn tegenstander. “In Italië was het gevecht waarschijnlijk anders verlopen.”

Tuur dacht daar uiteraard anders over. “Je gaat zover als de scheidsrechter toestaat”, verklaarde hij op zijn beurt gedecideerd. “Mijn wenkbrauw ligt toch ook open? En echt niet van één stoot, hoor. Zulke dingen gebeuren nu eenmaal in de hitte van de strijd. Campanella kent ook alle trucs. Maar ik ken ze net even iets beter. Dat is het grote voordeel van mijn lange ervaring in Amerika.”

Oftewel de fijne kneepjes van het vak, die Tuur - gelouterd als hij inmiddels is na 45 profpartijen - volledig beheerst. De vijftig wil hij niet volmaken. Als het aan hem ligt, zet hij zijn titel volgend jaar nog drie keer op het spel. Nederland mag meegenieten, verzekerde hij in Amsterdam. Na Rotterdam, Groningen, New Orleans, Arnhem en Amsterdam strijkt de Tuur on Tour-karavaan bij een volgende titelstrijd waarschijnlijk neer in Tilburg of Den Bosch. Daarna is het over en de beurt aan zijn erfopvolgers uit dezelfde stal van manager Stan Hoffman: Don Diego Poeder, Raymond Joval en Orhan Delibas. De eerste won zaterdag overtuigend zijn elfde profwedstrijd op rij, de tweede onttroonde met enige moeite Benelux-kampioen Hassen Mokthar uit België.

Voor nieuwkomer Delibas wacht nog een lange weg. In zijn tweede wedstrijd als professional moest de Nederlandse Turk het opnemen tegen ene Dusan Komora, een slungelachtige Hongaar met het postuur van een basketballer en de motoriek van een angsthaas. Net als drie maanden geleden in Arnhem meldde de oorspronkelijke tegenstander van The Turkish Delight zich vorige week plotseling af voor het Amsterdamse profgala en daarom werd Komora in allerijl bereid gevonden om als bokszak te fungeren van de voormalige topamateur.

Na amper twee minuten maakte de Hongaarse coach een einde aan het schijngevecht. Om zijn pupil verder leed te besparen, wierp de trainer de handdoek in de ring. Wat Delibas van de partij had geleerd, wilde een verslaggever na afloop weten. “Niks”, antwoordde Delibas. Waarna Regilio Tuur zich in het gesprek mengde en de noodzaak van het geloof in eigen kunnen nog maar eens benadrukte.