'Tijd van leven' herinnert erg aan 'Heimat'

Tijd van leven. Regie: André van Duren. Met: Anneke Blok, Victor Löw, Rob van de Meeberg, Myranda Jongeling. Tiendelige televisieserie, vanaf 2 januari wekelijks op Nederland 1.

De reputatie die de door de KRO-televisie geproduceerde tiendelige dramaserie Tijd van leven vooruit was gesneld, onder andere door vertoning van drie afleveringen in september tijdens het Nederlands Filmfestival, is die van een Nederlandse Heimat, met voornamelijk acteurs van De Trust in de basisopstelling. Die verwachting blijkt na het bekijken van de complete serie te kloppen. De uit Didam afkomstige scenarioschrijver Albert ter Heerdt en de in intelligente televisieverbeeldingen van het leven in de Nederlandse provincie (Richting Engeland, Het verhaal van Kees) gespecialiseerde regisseur André van Duren hebben een imposant werkstuk afgeleverd dat kan wedijveren met het beste uit de recente Nederlandse speelfilmproduktie, vooral met de produkties waar Theu Boermans en De Trust bij betrokken waren (1000 Rosen, Kracht). Het zijn overigens niet alleen Trust-acteurs, maar ook vele relatief onbekende, door de casting van Hans Kemna en Job Gosschalk ontdekte acteurs, die tesamen een bijna vlekkeloos ensemble vormen. En bij het reconstrueren van auto's, interieurs, televisieprogramma's, muziek op de radio, kapsels en ga zo maar door klopt alles tot in detail. In het fictieve Achterhoekse dorp Oud Greffel - de opnamen vonden voor een groot deel plaats in het vlak aan de Duitse grens gelegen Netterden - worden de maatschappelijke ontwikkelingen tussen 1945 en 1985 weerspiegeld in een dorpskroniek, met hoofdrollen voor de leden van twee families: die van de aannemer Evers en van de boer Kok. Wim Evers (Victor Löw) en Rietje Kok (Anneke Blok) trouwen overhaast in 1945, nadat zij zwanger is geworden. De sterke suggestie dat de vader een Amerikaanse soldaat was, wordt nooit expliciet uitgesproken, maar hangt als een doem over het huwelijk, dat in deel 10 resulteert in een soort van reünie van de dorpsbewoners en van degenen die vertrokken op de veertigjarige bruiloft van Wim en Rietje.

De in gefatsoeneerd Achterhoeks 'plat' uitgesproken dialogen zijn tamelijk spaarzaam. De beeldtaal van Van Duren en Ter Heerdt laat minstens even veel ruimte voor blikken, gebaren, stiltes en dramatische landschappelijke veranderingen, hetgeen meer concentratie van de televisiekijker eist dan hij gewend is bij het kijken naar een dure prestigeserie. Bovendien is enige kennis van de recente Nederlandse geschiedenis mooi meegenomen; het terloops in de handeling verweven van bij voorbeeld het tientje van Lieftinck, het verschil tussen Abe Lenstra en Faas Wilkes, de contingentering in de landbouw en de greep van de Rabobank op de agrarische investeringen of de ontwikkelingen in de katholieke kerk zullen menige jongere kijker voor raadsels stellen.

Ter Heerdt heeft wel degelijk een samenhangende visie ontwikkeld op die veertig jaar, waarin meer veranderde op het Nederlandse platteland dan in enige andere generatiewisseling. Het best komt die visie tot uiting in deel 5 (Kermisgeld, 1956), niet toevallig ook filmisch de meest geslaagde episode. Daarin sterft de oude boer Kok, tijdens de Greffelse kermis, en komt David Bloemberg, de doodgewaande zoon van de joodse smid, met Duitse toeristen meegelift naar zijn geboortedorp, min of meer op doorreis naar Israel. Hij constateert dat Gradus Jansen (Rob van de Meeberg), de knecht van zijn in de oorlog omgekomen vader, de zaak geruisloos heeft overgenomen en veranderd in een bloeiend tankstation. Alle Greffelaren zwijgen, want over de oorlog praat je liever niet. De dan tienjarige Johnny Evers neemt dit zwijgen waar en je ziet, voelt en begrijpt hoe dat noeste, door schuldgevoel gevoede wederopbouw-zwijgen de brandstof zou gaan vormen voor de omwenteling van de jaren zestig, een niet meer te helen culturele generatiebreuk. Het is dan geen verrassing meer dat in deel 6 (Sweet Sixteen, 1963) Johnny (Daniel Boissevain) een nozem wordt. En dat in deel 8 (Verloren zonen, 1971) Johnny's moeder en verloofde, allebei in een bontjas, in een met antiek volgestouwde bungalow vergeefs op hem zitten te wachten.

De Nederlandse Heimat treft maar een enkel ernstig verwijt. Toen ik de in de Hunsrück gesitueerde dorpskroniek van Edgar Reitz in 1984 zag, dacht ik stiekem dat een Nederlandse variant met de helft van die kwaliteiten me zeer veel genoegen zou schenken. Tijd van leven haalt die norm gemakkelijk, alleen de magie en het spelen met een afwisseling tussen kleur en zwart-wit zijn volledig afwezig. Tegelijkertijd lost Van Durens en Ter Heerdts serie de belofte wel heel letterlijk in. De overeenkomsten met Heimat balanceren op de rand van plagiaat.

Het hoofdthema, 'gaan of blijven', is wellicht onvermijdelijk, maar de uitwerking daarvan door het onaangekondigde gaan 'lopen' - naar Canada - van een van de personages komt heel bekend voor, evenals zijn onverwachte terugkeer. Net als in Heimat begint elke aflevering met het becommentariëren, bij wijze van samenvatting van het voorafgaande, van foto's van dorpsbewoners door een niet-hoofdpersoon, in dit geval de kroegbaas. Ook in Tijd van leven wordt sommige essentiele informatie alleen in de proloog overgebracht. Dan is er de centrale rol voor een smidse, de licht-ironische toon, het eindigen met een feestelijke reünie-annex-kermis, het bezoek in een snelle auto van de verloren zoon (Hermannchen/Johnny), de centrale rol voor een in elke aflevering belangrijke vrouw die haar grote liefde tussen de vingers door heeft laten glippen (Maria/Rietje) en zelfs de soms schijnbaar Nikos Papatakis parafraserende muziek van Mark van Platen. De Heimat-formule is sterk, zo sterk dat je er ook onbewust niet helemaal onderuitkomt, wanneer je een vergelijkbare serie wilt maken. Maar ik had er last van bij het kijken naar Tijd van leven, al was het maar omdat de keuze voor realisme, ook in het camerawerk van de van de om onduidelijke redenen van de officiële credits verwijderde Rogier Stoffers, doet verlangen naar de droom-grandeur van het origineel. Alleen in de door Maarten Kramer gefotografeerde aflevering 7 (Lourdeswater) valt een niet-realistisch, aan Douglas Sirk herinnerend melodramatisch anti-realisme te bespeuren.

Tijd van leven verdient het wel om aandachtig en volledig bekeken te worden. Op dit niveau is nog nooit eerder in Nederland eer bewezen aan het gewone, niet door streekroman-clichés gekleurde leven op het platteland. De laatste twee afleveringen vallen tegen, omdat de niet helemaal overtuigend oud-gegrimeerde acteurs iets te veel vervallen in nostalgische gemeenplaatsen en goede voornemens voor de toekomst. Maar ook dat gold voor de laatste delen van Heimat.

    • Hans Beerekamp