Rechts wijst coalitie af; Moslim-partij wint Turkse verkiezingen

ANKARA, 27 DEC. De moslim-fundamentalistische Welvaartspartij is met 21,3 procent van de stemmen als de grootste partij uit de zondag gehouden parlementsverkiezingen in Turkije gekomen. Maar het is zo goed als uitgesloten dat de politieke islam aan de macht komt in Turkije.

De twee grote rechtse partijen, de Partij van het Juiste Pad (PJP) van demissionair premier Tansu Çiller en de Moederlandpartij van Mesut Yilmaz, hebben inmiddels de rijen gesloten en Bülent Ecevit van de grootste sociaal-democratische partij, de Democratisch Linkse Partij (DLP), gevraagd om samen een regering van brede samenstelling te vormen. De drie partijleiders hebben de intentie uitgesproken om de politieke verschillen en persoonlijke animositeit ondergeschikt te maken aan de noodzaak om tot een consensus te komen.

Daarmee hebben ze Necmettin Erbakan, de leider van de zegevierende Welvaartspartij, tot 'persona non grata' verklaard en de politieke islam in een isolement geplaatst. Ook al zou president Süleyman Demirel Erbakan toch als eerste de formatie-opdracht verstrekken, wat onwaarschijnlijk is, dan is het zo goed als onmogelijk voor hem om een meerderheidsregering te vormen. Erbakan dringt daar evenwel nog steeds op aan. “Het volk heeft zich duidelijk in die richting uitgesproken”, aldus de leider van de Welvaartspartij. Erbakan neemt nu afstand van alle verkiezingsretoriek en toont zich bereid tot compromissen, waartoe hij ook de andere politieke partijen oproept, om de mogelijkheid open te houden voor deelneming aan een coalitieregering. “Coalitie betekent compromis”, zei hij gisteren. Hij voegde eraan toe met een coalitie-aanbod te willen komen dat niemand zou kunnen afwijzen.

De winst van de Welvaartspartij was gering ten opzichte van de gemeenteraadsverkiezingen in maart vorig jaar (2 procent), maar aanzienlijk in vergelijking met de parlementsverkiezingen in 1991 toen de moslim-fundamentalisten via een lijstverbinding met de ultra-rechtse Partij van Nationale Actie (PNA) 16,88 procent behaalden.

De twee rechtse partijen, de PJP en de Moederlandpartij, behaalden zondag respectievelijk 19,2 en 19,66 procent van de stemmen, wat hun niet voldoende zetels (267) in het 550 leden tellende Turkse parlement oplevert om samen een coalitieregering te vormen. Bij de parlementsverkiezingen in 1991 behaalden ze respectievelijk 27,03 en 24,01 procent van de stemmen. De aanhang van zowel premier Çiller als Yilmaz is dus duidelijk gedaald.

De DLP eindigde met 14,6 procent op de vierde plaats. In 1991 behaalde men 10,75 procent. De enige andere partij die in het parlement is vertegenwoordigd is de Republikeinse Volkspartij (RVP) van Deniz Baykal met 10,7 procent van de stemmen, tegen 20,75 (via een lijstverbinding met de nu ontbonden pro-Koerdische DEP) in 1991. De andere partijen, waaronder de ultra-rechtse PNA en de pro-Koerdische HADEP, bleven onder de nationale kiesdrempel van 10 procent. In het Koerdische zuidoosten van het land schaarde evenwel gemiddeld 40 procent van het electoraat zich achter de HADEP.

    • Froukje Santing