Nummer 37 weerstaat kleeftactiek

GRONINGEN, 27 DEC. Zelfs met psychologische oorlogvoering kreeg Henk Angenent zijn rivaal Lammert Huitema niet op de knieën. Tijdens de Nederlandse kampioenschappen marathon in Groningen kroop Angenent zaterdag akelig dicht tegen hem aan, maar in de laatste meters schudde Huitema hem als een lastig insekt van zich af. Voor de derde keer werd Huitema kampioen van Nederland. Een van de weinige spandoeken langs de baan, gedragen door twee kleine meisjes die nauwelijks boven de reclameborden uit kwamen, had voorspellende waarde: 'Stille nacht, heilige nacht, Lammert heeft de meeste kracht'. Het seizoen 1995-1996 is dat van Lammert Huitema.

Als een schaduw kleefde de nummer 7 aan de nummer 37. Al in de eerste van de in totaal 150 ronden van elk vierhonderd meter was duidelijk dat de strijd tussen die twee zou gaan. Een week eerder had Angenent in Deventer Huitema op de streep geklopt. Net zoals hij begin deze maand op natuurijs in het Drentse Veenoord de snelste was. Maar zes van de negen wedstrijden om de KNSB-cup had Huitema op zijn naam geschreven. Op papier was hij dus net iets sterker, reden waarom hij in het programmaboekje als “de te kloppen man” werd omschreven.

Angenent paste dezelfde tactiek toe die hem een week eerder in Deventer de overwinning had bezorgd: in het spoor van Huitema, tot diens grote ergernis. Wanneer Huitema zich een beetje terug liet vallen, deed Angenent dat ook. Ging Huitema even rechtop, dan volgde Angenent zijn voorbeeld. Als Huitema de armen losgooide voor een korte sprint, kon Angenent niet achterblijven.

Beiden speelden hoog spel. De één gunde de ander de overwinning niet. In de finale liep de spanning hoog op. Met nog een half uur te gaan, ontstond een zeven man sterke kopgroep. Met daarin behalve de twee rivalen Henk van Benthem, Huitema's ploeggenoot Ruud Borst, Ubbo Kuper, Rudi Groenendal en René Ruitenberg, Nederlands kampioen in 1992. Toen Kuper, Borst, Groenendal, Ruitenberg en Van Benthem in de laatste ronde een voorsprong van enkele tientallen meters namen, reageerde Huitema niet op die ontsnapping. En Angenent dus evenmin.

De wedstrijd leek aanvankelijk op een anti-climax uit te draaien. Maar met nog driekwart ronde te gaan kreeg Angenent van zijn ploegleider het sein om alsnog de achtervolging in te zetten. Er volgde een wonderbaarlijke versnelling. Al voor de laatste bocht hadden ze de koplopers bijgehaald. Huitema “ging hoog” door de buitenbocht te kiezen, Angenent wilde binnendoor maar moest eerst Ruud Borst omverrijden om in de finale slag met Huitema te kunnen leveren.

“Hij moest dwars door me heen, anders had ie geen prijs gehaald”, zei de onfortuinlijke Borst achteraf over zijn trainingsmaat. Hoewel die botsing kostbare tijd kostte, leek Angenent zijn Deventer prestatie te gaan evenaren. Maar Huitema klopte hem op de streep. Van pure vreugde liet hij zich op zijn kont vallen om met gebalde vuist verder over het ijs te glijden.

Huitema en Angenent hadden in de slotfase de alles-of-niets-tactiek toegepast. “Voor hetzelfde geld gaat het mis”, moest Huitema direct na afloop toegeven. De zenuwen waren hem voor eigen publiek - zijn woonplaats Roden ligt net onder Groningen - niet door de keel gaan gieren toen hij met Angenent op wandeltempo overging en de kopgroep meter na meter zag uitlopen. “Ik ben niet zo gauw nerveus. Een van ons tweeën moest het initiatief nemen en gelukkig kreeg hij van zijn ploegleider de opdracht om te gaan.”

Huitema vertikte het om als eerste de eindsprint in te zetten. In Deventer had hij Angenent op die manier in een zetel naar de zege gereden, op het Nederlands kampioenschap wilde hij niet weer die fout maken. Reden waarom hij juist afwachtte wat Angenent zou doen. Huitema: “Ik dacht, dan maar naast het podium. Als jij het niet doet, doe ik het ook niet.” De ongeveer vijftig meter achterstand bleken de twee verrassend gemakkelijk goed te kunnen maken. “Dat is het voordeel dat ik deze pot al een jaartje of tien doe”, aldus Huitema.

Nee, hij had zijn woede over de kleeftactiek van Angenent niet tijdens de wedstrijd gelucht. “Dat moet je ook niet doen, want dan gooi je je eigen glazen in.” De televisiebeelden lieten wel degelijk een geïrriteerde Huitema zien die Angenent onvriendelijke woorden toeslingert. Wellicht hielp het, want Angenent nam daarna ook regelmatig het initiatief.

Angenent was de teleurgestelde nummer twee. Dat het publiek zijn aanpak niet had gewaardeerd, bleek bij de prijsuitreiking. Behalve een zilveren medaille werd hij getracteerd op luid boegeroep. Borst, die in een kansrijke positie lag tot Angenent hem onderuit reed, was verbitterd. “Het is jammer dat Henk achterop me reed en me uit de wedstrijd ramde. Dit hoort niet. Ik heb dit ook nog nooit meegemaakt.”

Borst was weliswaar “woest” op het moment dat het gebeurde, maar reageerde nuchter toen hij als zevende over de streep was gekomen. “Ik kan wel een protest indienen, maar daar schiet ik niks mee op en ik wil Henk zijn tweede plaats ook niet door de neus boren. In andere wedstrijden moet je toch ook weer tegen elkaar rijden. Bovendien hebben wij als ploeg toch gewonnen.” Borst en Huitema maken deel uit van de Klerk's formatie.

Angenent had volgens Huitema “gewoon waardeloos” gereden, maar door de zoete smaak van het succes was hij dat al gauw vergeten. Of Angenent vanavond tijdens de eerstvolgende bekerwedstrijd in Utrecht weer de slipstream van Huitema kiest, “hangt af van het verloop van de wedstrijd”. Van een oorlog met Huitema is geen sprake. “We vechten het op het ijs uit.”