Kerstmatinee met Rossini; Chailly brengt Guillaume Tell als grand opéra

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Riccardo Chailly m.m.v. Timothy Noble, Stuart Neil, Giovanni Furlanetto, Françoise Pollet, Mario Luperi, Paolo Barbacini, Monica Bacelli, Elizabeth Norberg-Schulz en Hans de Vries. Programma: G. Rossini: Guillaume Tell, actes 3 en 4. Gehoord: 25/12 Concertgebouw Amsterdam.

De traditionele Kerstmatinee van het Koninklijk Concertgebouworkest bracht dit jaar het middenstuk van een drieluik met Italiaanse opera: tussen de derde actes van Verdi's Macbeth en Rigoletto (vorig jaar) en Leoncavallo's I Pagliacci (volgend jaar) klonken nu de laatste twee actes van Rossini's Guillaume Tell (1829). Behalve in ons land en - uiteraard - in Zwitserland, werd de Eurovisie-uitzending slechts in Finland direct uitgezonden. Via de radio was het concert rechtstreeks te horen in zo'n twintig Europese landen.

Guillaume Tell is een wel heel laat voorbeeld van de 'bevrijdingsopera', waarvan Beethovens Fidelio (1805) kort na de Franse Revolutie en nog ten tijde van Napoleon een veel betekenisvoller voorbeeld was. De uitbeelding van het ontstaan van de Zwitserse onafhankelijkheid in de dertiende eeuw met de legendarische Wilhelm Tell als de held die de Oostenrijker Gesler doodschiet, was destijds in het post-napoleontische tijdperk niet meer dan een bevestiging van het heersende nationalisme.

De verheerlijking van de 'Liberté', waarmee de opera eindigt, had vooral betrekking op de vrijheid van de staat, de 'Egalité' en de 'Fraternité' uit het revolutietijdperk lijken ten tijde van het koningschap van Karel X - een Bourbon-telg - alweer vergeten. Beethovens Fidelio (op basis van een Frans libretto) richtte zich tegen machtsmisbruik van de overheid en propageerde, naast de echtelijke liefde, vooral de persoonlijke vrijheid.

Riccardo Chailly dirigeerde de actes 3 en 4 uit de pas enkele jaren geleden gereconstrueerde partituur van de originele Franse versie van Guillaume Tell, een opera die destijds veel te lang werd bevonden en daarom door Rossini werd ingekort en deels herschreven. Ook die versies werden bij uitvoeringen in Frankrijk en Italië nog bekort en de 36-jarige Rossini schreef daarna geen enkele opera meer.

Het merkwaardige was dat deze authentieke versie aan het slot weer korter was dan de Guglielmo Tell die de 24-jarige Chailly in 1978 voor Decca op de plaat zette met een topcast uit die tijd: Milnes, Connell, Pavarotti, Tomlinson, Freni en Ghiaurov. Nu ontbrak de rol van de 'goede' Oostenrijkse prinses Mathilde, in de slotscène.

Charlotte Margiono, aanvankelijk gecast als Mathilde, had de rol teruggegeven toen ze de vocale problemen van deze dramatische coloratuurpartij ontdekte. Françoise Pollet bleek als vervangster de coloraturen aan te kunnen maar demonstreerde niet altijd een ideaal timbre. Ook Stuart Neil had als Arnold een enkel wat minder moment in sommige forte-pasages, maar hij blonk uit in het pianissimo-werk en met veel vertoon van superieure bravoure in de hoge c's sloeg hij zich met groot publiek succes door de lastige lange solo aan het het begin van de vierde acte.

Timothy Noble had als Tell een prachtige en meeslepend sonoor gezongen titelrol - dramatisch wisselend van timbre wanneer hij zich richtte tot de gehate Gesler, of zijn zoontje Jemmy bemoedigend en piëteitsvol toesprak toen hij zijn boog moest richten op de appel op zijn hoofd. De meeste van de negen solisten hadden slechts zeer kleine partijen, maar zeker Elizabeth Norbert- Schulz (Jemmy), Monica Bacelli (Hedwige) en Mario Luperi (Gesler) wisten die maximaal uit te buiten.

Riccardo Chailly liet zijn Concertgebouworkest en het Groot Omroepkoor uitstekend spelen en zingen in de aansprekende en expansieve stijl van de Grand-Opéra, die Rossini hier hanteert. Vooral in de instrumentale delen kon Chailly ook nog de volle aandacht richten op de riante kwaliteiten van het Concertgebouworkest als opera-orkest. In het komende Holland Festival zal dat in het Amsterdamse Muziektheater weer het geval zijn, in Verdi's Otello, mèt Charlotte Margiono als Desdemona.