Indiase garnalenteelt geeft veel milieuproblemen

De Indiase regering en de Wereldbank bevorderen de teelt van garnalen, een belangrijke bron van inkomsten in tal van ontwikkelingslanden. Maar de schaaldieren zijn kwetsbaar voor virussen. Soms mislukt een hele oogst. De garnalenteelt geeft ook milieuproblemen. Indiase vissers klagen dat hun drinkwater steeds zouter wordt omdat de garnalenfarms veel water gebruiken. Intussen wordt aan de Wageningse Landbouwuniversiteit onderzoek gedaan om vaccins tegen virussen en bacteriën te ontwikkelen. “Het aantal ziekten neemt toe naarmate de teelt intensiever van aard is.”

De potige vissers van het dorpje Kurru kunnen tegen een stootje, maar wanneer ze na een dag hard werken op hun wankele bootjes hun dorst niet meer kunnen lessen met een goed glas water, capituleren ook zij. Bijna de helft van de bewoners van het plaatsje aan de Golf van Bengalen in het zuiden van de deelstaat Andhra Pradesh heeft zijn biezen gepakt en is landinwaarts getrokken. Hun snel in verval geraakte huisjes van leem en riet staan er als verwelkte bloemen bij.

Urenlang zijn de overgebleven vrouwen van Kurru elke dag in de weer om brak water te filteren in zandkuilen aan het strand. Daarna scheppen ze het water op en gieten het in een pot, met een doek als laatste filter. Het resultaat van al hun inspanningen is, ze geven het zelf toe, uiterst mager. Alleen zeer dorstige kelen kunnen de neiging onderdrukken het walglijke vocht onmiddellijk uit te spuwen. “Vroeger”, mijmert een visser, “smaakte ons water heerlijk, als zuivere kokosmelk.”

Over de schuldigen aan hun problemen zijn de vissers het eens: de nieuwe grote garnalenfarms, die volgens hen verzilting van de grond veroorzaken. Rond Kurru alleen zijn er de afgelopen paar jaar vijf grote en enkele kleine garnalenfarms verrezen, die grote hoeveelheden zeewater naar hun bassins pompen. Aanvankelijk stelden de ondernemers, overtuigd van de hoge winst die hen te wachten stond, water van goede kwaliteit uit tankauto's beschikbaar voor de lokale bevolking. Aan die service kwam snel een einde toen een virus de kop opstak dat de garnalenoogst van vier van de farms totaal verwoestte. Sindsdien vallen er ook in lokale ondernemerskringen geen vrolijke gezichten meer te zien. Sommigen hebben zelfs uit pure wanhoop een eind aan alles gemaakt. “Die hadden zich diep in de schulden gestoken”, zegt garnalenboer Ravi Kuram, “en door het verlies van hun oogst zagen ze hun hele bestaan ineenstorten. Een paar hebben er toen zelfmoord gepleegd.”

Zelf wacht Kuram met spanning af hoe zijn eerste oogst zal uitpakken. Nog ruim een maand en dan zal hij weten hoeveel zijn teelt op 70 hectare heeft opgeleverd. Ook als hij zijn garnalen gezond weet te houden, is hij nog allerminst van succes verzekerd. De wereldprijzen zijn door het inzakken van de markt in Japan de afgelopen maanden bijna gehalveerd.

Tot dusverre is de garnalenteelt ondanks een snelle expansie niet het overdonderdende succes geworden dat de Indiase regering en ook internationale instellingen als de Wereldbank ervan hadden verwacht. Maar dr. M. Sakthivel van de Aquaculture Foundation of India, een organisatie van garnalenfarms, blijft overtuigd van de fraaie toekomstperspectieven van de garnalenteelt. Na de 'groene revolutie' die de Indiase graanproduktie een geweldige impuls gaf, is volgens hem nu de tijd aangebroken voor een 'blauwe revolutie', die de hulpbronnen van de zee optimaal benut.

“Tien jaar geleden was er in heel India nog maar 25.000 hectare voor de garnalenteelt in gebruik en nu is dat 135.000 hectare”, aldus Sakthivel in zijn kantoor in Madras. “En dan te bedenken dat we nog maar tien procent van het beschikbare areaal in India gebruikt hebben. Het groeipotentieel voor deze tak van visteelt is geweldig. We hebben nu al 12 procent van de wereldmarkt in handen en de dag is niet ver meer dat we de grootste producent ter wereld zullen zijn.” Op het ogenblik schommelt de Indiase produktie volgens Sakthivel rond de 100.000 ton per jaar, waarmee 750 miljoen dollar wordt verdiend. Vrijwel de totale produktie gaat naar het buitenland: voor de helft naar Japan, een kwart naar het Westen en de rest naar andere landen. De voornaamste concurrenten voor India zijn Thailand, Indonesië en Ecuador.

De grote commerciële garnalenfarms zijn geconcentreerd langs de Golf van Bengalen in de deelstaten West-Bengalen, Orissa, Andhra Pradesh en Tamil Nadu. Tot dusverre hebben de garnalenboeren zich vooral toegelegd op de teelt van de tijgergarnaal en de witte garnaal. Over het virus, dat de oogst hier en daar heeft gedecimeerd, tasten Sakthivel en de garnalenlobby nog in het duister. Door een betere waterhuishouding hopen ze het probleem te ondervangen.

De Indiase regering ziet in de garnalenexport een welkome bron van buitenlandse valuta en heeft de farms de afgelopen jaren sterk aangemoedigd. Ook de Wereldbank meende dat India met zijn uitzonderlijk lange kustlijn en gunstige natuurlijke omstandigheden voor de garnalenteelt uitermate geschikt was. De Bank stelde 85 miljoen dollar beschikbaar voor de verdere ontwikkeling van de bedrijfstak over een periode van drie jaar.

Zo zonnig als Sakthivel, de Indiase regering en de Wereldbank de toekomst voor de garnalenteelt inzien, zo somber gestemd is de non-gouvernementele organisatie Prepare, die al jaren voor de belangen van de vissers in Andhra Pradesh, Tamil Nadu en Orissa opkomt. Volgens Prepare zijn veel garnalenfarms op oneigenlijke wijze aan het terrein van hun farms gekomen. Het zou gaan om land, dat eigenlijk aan de gemeenschap toebehoorde. Ook vertelden ze vissers, van wie ze het land kochten, niet dat ze van plan waren een garnalenfarm te beginnen. “Vroeger deed de lokale vissersbevolking zelf op bescheiden schaal aan garnalenteelt”, aldus K. Elangovan van Prepare, “en daar verdiende ze een aardige zakcent mee bij. Nu is dat door de grote bedrijven om hen heen veel moeilijker geworden.”

Prepare dat door het Nederlandse Novib wordt gesteund, wijst er ook op dat de biodiversiteit langs de kust met zijn kenmerkende mangroves gevaar loopt. De organisatie beschuldigt de farms ervan de grond sterk te verzilten en bovendien met chemicaliën, pesticiden en antibiotica te doordrenken. Ook is het tamelijk vlakke landschap plotseling ontsierd door grote omheiningen en betonnen constucties. De vissers moeten tegenwoordig dikwijls een grote omweg maken om hun bootjes te bereiken. Prepare nam begin dit jaar de advocaat M.C. Mehta in de arm, die faam heeft verworven in talrijke milieuzaken. Het Hooggerechtshof in New Delhi heeft inmiddels gelast dat er voorlopig geen nieuwe garnalenfarms mogen worden opgezet, zolang niet vaststaat wat darvan precies de milieu-effecten zijn. Een definitieve uitspraak hierover wordt spoedig verwacht.

Sakthivel en de zijnen zijn er rotsvast van overtuigd dat ze de rechtszaak zullen winnen. Er valt inderdaad veel af te dingen op de beweringen van Prepare. De verzilting van de grond aan de kust, o.a. als gevolg van zoutwinning nbij Kurru, is al tientallen jaren gaande.

Met enige regelmaat doen er zich cyclonen voor, waarbij het zeewater diep het land binnenspoelt. Prepare zelf werd in 1977 in het leven geroepen om hulp te verlenen aan de slachtoffers van een zware cycloon. De laatste grote cycloon met overstromingen deed zich voor in de herfst van 1994. Het is dan ook lang niet zeker of de drinkwaterproblemen van de dorpen in de eerste plaats aan de farms zijn te wijten. Ondanks romantische voorstellingen van het verleden, kampten de vissers ook toen dikwijls met drinkwater van lage kwaliteit.

Voorts wijzen de grote garnalenboeren erop dat het met de vervuiling niet zo'n vaart loopt. “Vooral jonge garnalen zijn enorm kwetsbaar”, zegt Glen Bieber, een energieke Amerikaan die een grote farm in Tamil Nadu exploiteert. “De minste vervuiling kan al fataal zijn. Er is geen sprake van dat we met pesticiden of herbiciden zouden werken. Dat hebben we al zo vaak uitgelegd, maar het is net als met de O.J. Simpson-zaak: de feiten lijken er niet toe te doen.”

Om het gebied rond de garnalenfarms als een ecologisch rampgebied te beschouwen, is zwaar overdreven. In de afvoerkanalen van de farms, die volgens de tegenstanders van de farms vol schadelijke stoffen zitten, krioelt het van de vis, die op zoek is naar voedselresten. Volgens Sakthivel is het een kwestie van jaloezie. “De vissers hebben hun land verkocht en beseften pas daarna dat de nieuwe eigenaars veel geld konden verdienen met de garnalenteelt. Wat is er toch in hemelsnaam verkeerd aan, wanneer duizenden hectares onbenut, improduktief land worden omgezet in iets nuttigs, dat werkgelegenheid oplevert voor de lokale bevolking en veel buitenlandse valuta voor het land? De tegenstanders hebben als het er op aankomt de plaatselijke bevolking geen enkel alternatief te bieden.”

Zoals veel actiegroepen in India heeft ook Prepare een diepe afkeer van grootschaligheid in de economie en wantrouwt ze elke buitenlandse zakenman of adviseur. Die zijn er slechts op uit om de lokale man te plunderen. Wat heeft India aan produkten die het alleen maar naar het Westen exporteert, zo redeneert Prepare, dat meer in autarkie dan in handel gelooft. Buitenlandse hulpfondsen om de eigen kantoorfaciliteiten in Madras draaiende te houden, zijn uiteraard wel altijd welkom. Voorlichtingsmateriaal van Prepare leest als marxistische propaganda van een voorbije tijd: “De rijke landen van de wereld, die zijn uitgerust met financiële macht en technologie, zijn de afgelopen twee decennia begonnen met neo-imperialisme en monopoliseren de natuurlijke hulpbronnen van de wereld, speciaal voedsel. Dit leidt tot een snelle uitputting van de traditionele visgronden voor garnalen, wat weer heeft geresulteerd in de ontwikkeling van de kunstmatige teelt.”

De vissers van Kurru en veel andere dorpen ergeren zich intussen vooral aan het feit dat er ondanks een stroom van gewichtige bezoekers - juristen, ambtenaren, hulpverleners en journalisten - nog niets is verbeterd in hun toestand. “Alweer een bezoeker”, keft een verontwaardigde vissersvrouw. “Wat heeft het allemaal voor zin. Er gebeurt toch niets. Maar wij hebben geen water.”

    • Floris van Straaten