IJselijke heksen in toverdoostheater

Voorstelling: Heksen naar De Heksen van Roald Dahl door RO Theater. Bewerking: David Wood; vertaling: Paul Larivière; kostuums: Sabine Kumeling; muziek: Paleis van Boem; licht: Andrew Gardner; regie en decor: Niek Kortekaas; spelers: Lieneke le Roux, George van Houts, Hans Leendertse e.a. Gezien 24/12 Schouwburg, Rotterdam. Te zien t/m 31/12 aldaar. Tournee t/m 25/2.

Om te griezelen zijn ze, heksen. Roald Dahl schreef er een boek over dat, kortweg, De Heksen heet. Nu lopen ze bij het RO Theater in Rotterdam als echte heksen, als demonen in mensengedaante, over het toneelpodium. Ze zijn afzichtelijk lelijk met zweren onder hun pruiken, met hun ijselijk lange nagels, hun gezichten als aangevreten door de ratten en als ze spugen hebben ze blauw bloed. Als kind kun je maar het beste maken dat je wegkomt als je zo'n heks ontmoet.

Want deze heksen lijken in niets op van die fladderende vleermuizen op een bezemsteel. Het zijn net gewone mensen. Iedereen in je buurt kan heks zijn, zelfs de buurvrouw of je juffrouw. Heeft zo'n heks je eenmaal gevangen, dan frituurt ze je of maakt appelmoes van je. Heerlijk. De heksen hebben de opdracht om alle kinderen in een jaar te verslinden.

De toneelvoorstelling die van het boek is gemaakt begint met een autoöngeluk. Hoog in de bergen van Noorwegen vliegt een wagen over de kop. Achterin zit het jongetje Boy. Hij overleeft de valpartij die gepaard gaat met veel vonken en vuurwerk; zijn ouders niet. Nu wordt hij verzorgd door zijn grootmoeder. Zij is heksuoloog: ze weet alles van heksen en waarschuwt het jongetje voor die vreselijke wezens. Maar hij is nog niet een paar tellen alleen, of de ene heks na de andere kruist zijn pad.

Als Roald Dahl over de heksen schrijft, zie je ze voor je. Bij het RO Theater komen er beelden in plaats van woorden. Regisseur Niek Kortekaas heeft een oneindige fantasie. Wanneer grootmoeder en Boy naar Engeland gaan, naar het huis van het jongetje, dan varen ze over een blauw kleed dat telkens door de wind opbolt: dat zijn de golven van de zee. Ze belanden in een eng hotel waar de heksen vergadering houden. Boy en zijn vriendinnetje Bruni worden door de heksen ontdekt en veranderen in muizen. Dat gebeurt met veel lichtflitsen, vonkengespat en een hels kabaal. Nu nemen ze wraak. Samen met de grootmoeder proberen ze het poeder dat hen in muizen omtoverde in de soep van de heksen te roeren. Het wordt steeds spannender. De muziek van Paleis van Boem begeleidt de twee lieve muizen op hun tocht; eerst vinden ze het verschrikkelijk dat ze muis geworden zijn en kunnen ze niets dan 'Piep!' zeggen, later maken ze een wonderlijk avontuur van hun muisachtigheden.

Het is prachtig hoe de beide acteurs als kleine muizen in de grote wereld rondscharrelen. Een reusachtige stekker en stopcontact maakt hen minuscuul. Zo toveren niet alleen de heksen, ook het theater is een toverdoos waarin allerlei geheimzinnige dingen gebeuren. Alles is tegelijkertijd waar en niet-waar: de muizen zijn toneelspelers en ook weer niet; de heksen zijn gewone mensen en tegelijk monster. Oma is geen vrouw maar een man met een soepjurk aan en pantoffels. Het vriendinnetje Bruni is geen meisje maar een jongen met een vlecht. Net als je denkt dat het niet echt is, dan gebeurt er weer iets heel onverwachts en dan geloof je meteen in wat je ziet. Dan zijn de heksen toch weer akelig echt en de muizen echt muis, die een stokbroodje met kaas oppeuzelen.

Grootmoeder, Bruno en Boy winnen het van de toverkollen. Het muizemaker-poeder in de soep doet zijn werk, en ineens beginnen de kwaaie wezens te dansen en te springen, rookwolken stijgen op, Paleis van Boem slaat op pauken en trommels dat het een lust is - en na een paar tellen dansen er zeven witte muizen waar eerst de heksen aan tafel zaten. Alle kinderen in de zaal zijn opgelucht: de boze heksen zijn uitgeroeid terwijl zij alle kinderen in de wereld wilden uitroeien.

Aan het slot zit Boy, nog steeds als muis, bij zijn grootmoeder op de leuning van haar omastoel. Ze kijken terug op een geslaagd avontuur. Oma vraagt: “Vind je het niet erg om je hele leven muis te blijven?” En Boy-de-muis antwoordt: “Helemaal niet, het doet er niet toe wie je bent, als er maar iemand is die van je houdt.” Zolang muis en oma er zijn, hebben de heksen geen schijn van kans. Gerustgesteld gaan alle ouders en kinderen na zo'n verrukkelijke, feestelijke voorstelling naar huis.