Hoe goed is de FIOD?

Menigeen siddert bij de gedachte aan de FIOD, de fiscale inlichtingen en opsporingsdienst. De belastingrechercheurs behoren tot de machtigste ambtenaren van Nederland en ze hebben de reputatie rauw op te treden. Wat erger is, ze oefenen hun macht op een ongecontroleerde manier uit want de Tweede Kamer, die eigenlijk toezicht moet houden, heeft het in het verleden lelijk laten afweten. Dat althans verkondigden de Kamerleden Ybema (D66) en Van Rey (VVD) dit voorjaar voor de televisie in de RTL4-programmaserie De Stand van Zaken die geheel aan de FIOD was gewijd. De parlementariërs toonden zich evenwel volop bereid de hand in eigen boezem te steken. En wat Van Rey betreft mocht de burger nu vertrouwen op de tanden van de Kamer.

Ondertussen verweerden het hoofd van de FIOD, mr. Van Blijswijk, zo goed als de directeur-generaal der Belastingen, mr. Van Lunteren, zich verbeten tegen elke aantijging van machtsmisbruik van hun dienst. Het valt hen op dat de media, waaronder de programmamakers van De Stand van Zaken, met opvallende hardnekkigheid alleen oude koeien uit de sloot weten te halen. Na de cultuurverandering die in de hele Belastingdienst en dus ook bij de FIOD zijn beslag heeft gekregen, zouden de zaken er anders voorstaan. De FIOD-rechercheurs opereren misschien als bloedhonden als ze zich ergens in vastbijten, maar van de belastingontduikers die voor de rechter worden gesleept, krijgt 95 procent daadwerkelijk een veroordeling wegens belastingfraude aan de broek. Ybema liet zich door dat soort mededelingen niet imponeren. Onderzoek van de Kamer zou de onderste steen wel boven krijgen, zo liet hij weten.

Deze maand was het zo ver. De vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer rapporteerde over het parlementaire toezicht op de FIOD. Het is een ontluisterend rapport geworden. Niet zozeer voor de FIOD alswel voor de Tweede Kamer. De FIOD heeft de laatste jaren meer dan 4.000 onderzoeken uitgevoerd. Alle dossiers mocht de Kamer vertrouwelijk inzien. De parlementariërs kwamen met vier zaken. “De selectie van de dossiers was nog niet zo eenvoudig; dat was een moeizaam proces”, zo onthulde Ybema deze zomer in het blad Tribuut van de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs. In de wandelgangen van de FIOD las men deze opmerking met enige meewarigheid. De 'speurtocht' van de Kamer was nauwelijks verder gekomen dan de ene belastingadviseur die alle vier onderzochte en deels oude zaken aanleverde. De Kamer heeft daarnaast nog contacten met 'enkele juristen' gehad. Om hoeveel juristen het gaat, wie dat zijn en wat hun expertise is, blijkt niet uit de tekst. Eigenlijk blijkt er maar heel weinig uit het rapport. Er worden veel en soms ernstige klachten over FIOD-optreden geïnventariseerd. Sommige klachten blijken terecht, al valt uit het onderzoek niet op te maken welke klachten dat betreft. Andere eveneens onbenoemde klachten achten de Kamerleden geloofwaardig.

Is met die onbestemde conclusie de onderste steen boven gekomen? De Kamer belooft 'wellicht meer dan voorheen' de vinger aan de pols houden. Zijn dat de tanden van de Kamer? Zij benadrukt dat zij de FIOD niet in het verdachtenbankje wil plaatsen. Dat kan ook niet met zo'n vaag rapport. Maar ze haalt de FIOD evenmin uit het verdachtenbankje. Dat is niet fair tegenover de FIOD-ambtenaren die immers duidelijk claimen dat ze hun taak voorbeeldig vervullen. Tegenover suggesties dat ze bij een stalinistische organisatie horen, heeft de leiding zich consequent, in het openbaar en gemotiveerd verweerd. Zowel tegenover de klagers als de FIOD hebben de controlerende volksvertegenwoordigers de plicht concreet aan te geven wat er wel en niet deugt aan het FIOD-optreden. Ze kunnen na een jaar onderzoek niet volstaan met het opsommen van beschuldigingen en het losweg constateren dat ze niet allemaal terecht, maar ook niet allemaal onterecht zijn. In juni wilde Ybema de burger beschermen door een 'statuut voor de FIOD' op te stellen. Nu doet de Kamer de suggestie aan Vermeend om een 'korte brochure' te maken waarin de rechten en plichten van een verdachte staan. Dat is kenmerkend voor het verwateren van stoere uitspraken voor de televisiecamera tot halfzachte oplossingen in de praktijk. Een proces dat de politiek een slechte naam bezorgt.

“De mensen moeten het gevoel krijgen dat de Kamer voldoende controle uitoefent op de praktijken van de FIOD. Ik verzeker u dat dit traject wordt afgewandeld tot de laatste meter”, aldus Ybema in Tribuut. In 1996 zijn nog wel enige meters te gaan. De Belastingdienst heeft een royaal onderzoeksbudget waarmee universiteiten en andere onafhankelijke instellingen openbaar onderzoek doen naar het functioneren van de dienst. De Kamer heeft meer te winnen bij een greep op dat onderzoeksbudget dan door zelf amateuristisch het onderzoeksterrein op te gaan.