Film vermag historie te herschrijven

Het historische moment is daar: morgen, 28 december, is het precies honderd jaar geleden dat de gebroeders Lumière in Parijs de eerste bioscoopvoorstelling organiseerden. Ter gelegenheid van het eeuwfeest van de speelfilm verscheen in Amerika het boek Past Imperfect, waarin meer dan 60 historici zich buigen over het genre van de historische film.

Mark C. Carnes (gen. ed.): Past Imperfect - History According to the Movies. Uitg. Henry Holt and Company, 304 blz. Prijs ƒ60,-

Hoe hachelijk de verhouding tussen geschiedenis en de speelfilm is, bleek weer eens vorige week, toen in de Verenigde Staten de speelfilm Nixon in première ging. Nabestaanden van de oud-president beschuldigden regisseur Oliver Stone van karaktermoord, vooraanstaande historici vonden dat hij zich te veel historische vrijheid had gepermitteerd, en Stone's verdediging dat hij met zijn portret van Nixon een klassieke tragedie had willen scheppen (“mijn eigen versie van Citizen Kane”) werd afgedaan als hypocrisie. Want was het niet Stone die in zijn vorige films naar eigen zeggen altijd streefde naar de waarheid die niemand onder ogen wil zien?

Met Stone's visie op het verleden moet je oppassen, zullen de criticasters gedacht hebben. Sinds het succes van JFK, Stone's overrompelende en controversiële reconstructie van de moord op Kennedy, schijnt een meerderheid van de Amerikanen te geloven dat hun favoriete president door de CIA en het militair-industrieel complex werd vermoord omdat hij de Amerikaanse troepen uit Vietnam wilde terugtrekken - in weerwil van het feit dat Kennedy een verklaard aanhanger van de domino-theorie was en zelfs op de fatale 22ste november in Dallas nog een speech had willen houden over de noodzaak van Amerikaanse inmenging in Zuidoost-Azië.

De reacties op JFK en de gevaarlijke vrijheden die Stone zich in de film veroorlooft, komen uitgebreid aan bod in Past Imperfect: History and the Movies, een rijk geïllustreerde essaybundel waarin films over gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis worden besproken en geannoteerd door meer dan 60 (Anglo-) Amerikaanse historici. Iedere wetenschapper mocht schrijven over een film die zich beweegt op zijn of haar vakgebied: de paleontoloog Stephen Jay Gould behandelt de wetenschappelijke stereotiepen in Jurassic Park, de oudhistoricus W.V. Harris analyseert de verborgen kritiek op de heksenjachten van senator McCarthy in Spartacus (1960), Peter Gay wijdt een essay aan Freud (1962, met Montgomery Clift in de titelrol), en de altijd graag tussen feit en fictie zwalkende Simon Schama sluit het boek af met een postuum interview met Napoleon over de 'biopic' die Abel Gance in 1927 naar zijn leven maakte.

Niet alle 60 essays zijn even briljant of lezenswaardig. Soms is de behandelde film te weinig bekend om interesse te wekken: wie heeft ooit Young Winston gezien, of The Molly Maguires? Soms is het historische onderwerp te ver van het bed van de Nederlandse lezer, zoals in het geval van Khartoum, een in Engeland ooit populaire filmbiografie van een Victoriaanse avonturier. En soms wordt een goed onderwerp (Jeanne d'Arc, Columbus) om zeep geholpen door een te academisch ingestelde scribent, die het als zijn taak zag om braaf en kribbig op te sommen welke details uit de film stroken met de werkelijkheid en vooral welke niet. Maar de meeste essays zijn geschreven door mensen met liefde voor film en begrip voor de onvermijdelijk semihistorische werkwijze van de makers van historisch drama. Zoals de samensteller van de bundel, Mark C. Carnes, al opmerkt in zijn introductie: je gooit Shakespeare ook niet in de prullenbak omdat hij in Henry V niet vertelt dat de koning honderden weerloze gevangenen liet afslachten.

Past Imperfect staat vol met verrukkelijke weetjes en anekdotes. Zo schreef Jean Paul Sartre in de jaren vijftig voor John Huston de eerste versie van het scenario voor Freud, waarin de grondlegger van de psychoanalyse werd voorgesteld als een man die het liefst bevallige naakte dames masseert. Marlon Brando maakte in 1962 een lachwekkend theatrale en historisch onzinnige bewerking van Mutiny on the Bounty die een van de essayisten verleidt tot de opmerking: 'There was never a past more imperfect than Brando's Mutiny.' En de regisseur Michael Mann herschreef in The Last of the Mohicans (hoofdrol: Daniel Day-Lewis) vol goede bedoelingen de bloedige geschiedenis van de indiaans-Amerikaanse verhoudingen, onder het motto 'If you don't like the first take of the past, you can reshoot it.'

Naast regisseurs die de historie bij voorkeur mythologiseerden (zoals John Ford schreef: 'When the legend becomes fact, print the legend'), waren er ook die in hun films commentaar gaven op gebeurtenissen uit hun eigen tijd. Het verhaal van Cecil B. DeMille, die met The Ten Commandments het geestloze materialisme van Amerika in de jaren vijftig wilde hekelen, is bekend. De mentaliteitshistoricus Robert Darnton komt in Past Imperfect met een ander mooi voorbeeld. Hij analyseert hoe de Poolse regisseur Wajda de botsing tussen de gematigde revolutionair Danton met de Terreur van Robespierre gebruikt om de strijd van Solidariteit tegen het stalinisme te verheerlijken. Vervolgens laat hij zien waarom de film bij de première in Frankrijk, in 1983, onderwerp werd van verhitte polemieken in linkse kringen. Socialisten en communisten veroordeelden toen om het hardst Wajda's vermeend onorthodoxe visie op de Franse Revolutie, omdat ze in het werkelijke leven moesten toezien hoe president Mitterrand na een desastreuze radicaal-linkse politiek 'de socialistische revolutie verried.'

Ook Bonnie and Clyde van Arthur Penn blijkt een film die - bewust of onbewust - minder zegt over de tijd waarin hij speelt (de jaren dertig) dan over het jaar waarin hij gemaakt werd (1967). Alleen al de make-up van hoofdrolspeelster Faye Dunaway is very sixties; om maar niet te spreken van de belangrijkste onderliggende thema's van de film: de confrontatie van een samenleving met zinloos en excessief geweld, de strijd van underdogs tegen het Systeem, en niet te vergeten de geëmancipeerde daadkracht van een vrouw die sigaren rookt en met revolvers schiet.

Te midden van al deze dramatiseringen van de geschiedenis is één film uit Past Imperfect een vreemde eend in de bijt: Dr. Strangelove, Or: How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb uit 1964. Dat Stanley Kubricks satire op de nucleaire afschrikking toch in de bundel is opgenomen, komt doordat ze in de loop der jaren is uitgegroeid tot een historisch document van de paranoia van de Koude Oorlog - een voorbeeld van self-fulfilling history. Wat in het begin van de jaren zestig nog absurd leek - het bestaan van een 'Doomsday machine', de mogelijkheid van een atoomoorlog als gevolg van een menselijke fout - bleek jaren later werkelijkheid te zijn geweest. Zelfs de beroemde voorlaatste scène, waarin Peter Sellers als president van de Verenigde Staten via de rode telefoon inpraat op een dronken Russische leider had een parallel in de geschiedenis. Op het hoogtepunt van de Cuba-crisis, zo maakten ex-adviseurs van John F. Kennedy een paar jaar geleden bekend, kwam er op het Witte Huis een boodschap binnen van Nikita Chroesjtsjov. De boodschap was zo onsamenhangend en sentimenteel dat het crisisteam maar één verklaring kon verzinnen: de Russische president was stomdronken.

    • Pieter Steinz