EMMANUEL LEVINAS 1906-1995; Eruditie en de Ander

Op eerste kerstdag is de Frans-Litouwse filosoof Emmanuel Levinas op 89-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Parijs overleden. Levinas was de belangrijkste vertegenwoordiger van de joodse filosofie van deze eeuw. Hij liet zich door zowel de Europese wijsbegeerte als door de joodse Talmoed inspireren. In Nederland vond zijn religieus humanisme al vanaf het eind van de jaren zestig grote weerklank. De Universiteiten van Leiden en Leuven verleenden hem in 1975 een eredoctoraat. Vrijwel zijn gehele werk is in het Nederlands vertaald. Levinas werd op 12 januari 1906 (volgens de Russische kalender 30 december 1905) geboren in het Litouwse Kaunas (Kovno) in een joodse familie van boekhandelaren. Van jongs af aan werd hem het belang van lernen en eruditie ingeprent. Na de Eerste Wereldoorlog, die het gezin Levinas tot in de Oekraïne verstrooide, werd hij voor zijn studie naar West-Europa gestuurd, waar joden gemakkelijker toegang heetten te krijgen tot de universiteit. Nadat Berlijn hem niettemin had afgewezen, bleek de universiteit van het zojuist Frans geworden Straatsburg gastvrijer. Levinas begon er in 1923 filosofie te studeren en sloot er een nogal onwaarschijnlijke vriendschap met de schrijver Maurice Blanchot, destijds een extreem- rechts activist, die vele tientallen jaren stand zou houden. Zijn filosofische inspiratiebronnen vond Levinas pas vijf jaar later tijdens een studieverblijf in Frankfurt, waar hij colleges volgde van Edmund Husserl en waar hij het werk van de jonge Martin Heidegger ontdekte. In 1930 publiceerde hij een studie over Husserls fenomenologie, de eerste die daarover in Frankrijk verscheen. Sartre verslond het boek en reisde zo snel mogelijk af naar Duitsland om zich deze nieuwe filosofie eigen te maken.

In hetzelfde jaar verkreeg Levinas het Franse staatburgerschap dat hem in de Tweede Wereldoorlog het leven zou redden. Gemobiliseerd als dienstplichtig soldaat bracht hij de oorlog door in een Duits krijgsgevangenkamp, waar hij redelijk beschermd was tegen de jodenvervolging. Zijn familie, die in Litouwen was achtergebleven, overleefde de oorlog niet. Wel wist zijn vrouw met de hulp van Maurice Blanchot in Frankrijk onder te duiken.

De oorlog maakte hem nog scherper dan voorheen van zijn joodse identiteit bewust. Hij nam de leiding op zich van een joods internaat in Parijs, waar hij elke zaterdag lessen gaf in de Talmoed. 's Nachts werkte hij aan zijn filosofisch oeuvre, waarin hij vooral polemiseerde met Heidegger. Volgens Levinas was de Europese filosofie verstrikt geraakt in abstracte beschouwingen en was daarmee het belangrijkste vergeten: de mens, en dan vooral de mens die tegenover mij staat. De ander is niet een tweede 'ik', maar is iemand die vanuit zijn eigen waarde en bestaan aanspraak maakt op respect. Dat inzicht was volgens Levinas het belangrijkste wat de filosofie uit te dragen had, maar in plaats van de ander hadden filosofen het onpersoonlijke 'zijn' centraal gesteld. Niemand was daarin - vooral na de oorlog - zo ver gegaan als Heidegger, dezelfde man die in de jaren twintig nog op zo'n indringende manier over de concrete mens gesproken had. Terwijl Heidegger steeds metafysischer werd, beklemtoonde Levinas met toenemende aandrang dat alles in de filosofie draait om de ethiek.

In de jaren zestig en zeventig verschenen de grote filosofische werken waarin Levinas zijn ideeën ontvouwde: De totaliteit en het oneindige (1961), Humanisme van de andere mens (1972) en Anders dan zijn (1974). In diezelfde jaren publiceerde hij een reeks boeken over de Talmoed, maar hij hield beide gebieden zorgvuldig gescheiden. De boeken verschenen (net als hun Nederlandse vertalingen) zelfs bij verschillende uitgevers. Toch is hun wederzijdse invloed onmiskenbaar. De eerbied die het gelaat van de ander afdwingt is in de ogen van Levinas van dezelfde orde als de eerbied die aan God toekomt. Zijn filosofie staat stilzwijgend onder het licht van dat geloof, zoals zijn lezingen van de Talmoed stilzwijgend onder het licht van de rede staan. De wisselwerking tussen beide mondde uit in een oeuvre waarin de filosofie haar oudste roeping weer kon terugvinden en wijsheid werd.

    • Ger Groot