100 JAAR (16); Citizen Kane

Volgens Martin Scorsese heeft geen film zo veel regisseurs geïnspireerd om zelf aan het werk te gaan als Citizen Kane (1941). Dat is ook de reden dat in elke enquête, onder filmmakers en -critici, naar de beste film aller tijden het debuut van Orson Welles (1915-1985) bovenaan eindigt. Om diezelfde reden werd bij de uitreiking van de Oscars in 1942 elk van de negen nominaties door het Hollywoodpubliek met vijandige reacties begroet. Welles wist als kunstenaar precies wat hij wilde, trok zich niets aan van tegenstand en maakte op 25-jarige leeftijd zijn meesterwerk. De commerciële flop leidde tot leedvermaak onder zijn minder getalenteerde collega's. De enige toegekende Oscar was voor het scenario, een credit die Herman Mankiewicz zijn co-auteur Welles openlijk betwist had.

De parallellen tussen Charles Foster Kane, de fictieve, door regisseur-producent-scenarist Welles vertolkte hoofdpersoon, en Welles zelf zijn minstens zo groot als die tussen Kane en William Randolph Hearst, de legendarische krantenmagnaat, die vergeefs Louis B. Mayer van MGM trachtte te chanteren tot het opkopen van Citizen Kane en het vervolgens vernietigen van het negatief. Hearst wist immers wat de ware betekenis was van het woord 'rosebud', het laatste woord van Kane in de film en de sleutel van het mysterie. Met vilein plezier had Welles het hem ter ore gekomen koosnaampje van Hearst ('rozeknop') voor het geslachtsdeel van zijn vriendin Marion Davies in de film verwerkt.

Veel belangrijker is de autobiografische overeenkomst tussen Kane en Welles. 'Rosebud' is de naam van de slee, die de jonge Kane moet prijs geven, wanneer ze hun kind verkopen aan een rijke voogd. Die slee is een symbool van het normale leven dat ook het door zijn ouders in de steek gelaten wonderkind Welles een leven lang heeft trachten te compenseren met een jacht naar roem, bewondering en andere indirecte vormen van affectie.

In het beroemdste beeld uit de film, een totaalshot zoals de meeste revolutionaire beeldcomposities van cameraman Gregg Toland, houdt Kane, zonder een schijn van twijfel aan zijn overwinning, een verkiezingsrede tegen de achtergrond van een enorm affiche met zijn eigen beeltenis. Toch zal Kane geen gouverneur worden; zijn grootste tegenstander speelt een buitenechtelijke relatie door naar de pers en dat pikken de kiezers niet. Tijdens de opnamen van Citizen Kane had Welles een heimelijke relatie met de getrouwde ster Dolores Del Rio, op wie hij verliefd was geworden toen hij elf jaar was en haar in een film had zien zwemmen. Ook op zijn tweede echtgenote Rita Hayworth was Welles gevallen via een affiche.

Net als Kane verving Welles persoonlijk geluk door mythen, fabulaties en projecties. De onderzoeker in Citizen Kane, die de gefragmenteerde puzzelstukjes van de biografie aan elkaar legt, zien we alleen op de rug. Over de gezichten van zijn opdrachtgevers laat Toland schaduwen vallen en de interviewer blijft in het donker zitten, net als wij. Volgens Welles was dit procédé overgebleven uit de film, die hij van Hollywood niet mocht maken, een verfilming van Joseph Conrads Heart of Darkness. Het effect is dat Citizen Kane, samen met Griffiths The Birth of a Nation (1914) en Eisensteins De slagkruiser Potemkin (1924) de invloedrijkste film aller tijden, ook commentaar levert op de essentie van de filmische ervaring, verwant aan Plato's mythe van de grot en het onvermogen om het daglicht te verdragen.