Verneukjes en beentje lichten aan het Binnenhof, trefpunt van de vaderlandse democratie; De geur van wilde beesten

De politicus die overeind wil blijven heeft ogen in zijn rug, kaarten in zijn mouw, een mes onder zijn jas en een goede babbel. Want de dolkstoot in de rug is een permanente dreiging. In de wereld van de politiek is iedereen elkaars concurrent, ook binnen dezelfde partij, en achter de zogenaamde zakelijke conflicten gaan vaak botsende karakters schuil. Achterdocht en argwaan aan het Binnenhof.

Moord op klaarlichte dag. Dat was het. Het gebeurde in het jaar 1990 op een van de laatste dagen van april. Nietsvermoedend begaf VVD- fractievoorzitter Joris Voorhoeve zich naar zijn afspraak met het hoofdbestuur van de partij. Al weer bijna een half jaar kon hij zich oppositieleider noemen.

Een direct gevolg van de in het voorjaar van 1989 door hem veroorzaakte kabinetscrisis. Een daad die, zoals later bij de verkiezingen zou blijken, de kiezers de VVD niet in dank hadden afgenomen. Direct na binnenkomst van Voorhoeve nam partijvoorzitter Ginjaar het woord. , Joris”, zei hij, “wij constateren een groot probleem.” Daarmee was het doek voor de VVD-leider gevallen. Er vielen nog termen als 'nadenken over de situatie', 'eer aan je zelf houden' en 'bezinnen op je positie'. Maar dat was allemaal tekst voor de vorm. Twee dagen later droeg Voorhoeve het fractievoorzitterschap over aan Frits Bolkestein. Een half jaar later nam hij afscheid van de politiek.

De dolkstoot. Het is het gevaar dat bij elke politicus op de loer ligt. Meer in het bijzonder: de dolkstoot in de rug. Op het politieke kerkhof liggen talloze mensen die op deze manier zijn omgebracht. Vaak waren het mensen in de bloei van hun carrière, die oprecht meenden te staan voor de goede zaak. Allen kregen ze vrij plotseling te horen dat het niet meer nodig was. Althans dat ze er verstandig aan deden zich ernstig te beraden. Want directheid is onder dit soort omstandigheden ver te zoeken. De goede verstaander begrijpt de boodschap echter.

Twee weken geleden was het CDA-fractievoorzitter Heerma die het mes zag flikkeren. Maar omdat steken nog uitbleven, koos hij voor de tegenaanval. ,Lafbekken'', riep hij tot zijn belagers van wie hij de gezichten niet kon ontwaren. Zijn intuïtie liet hem niet in de steek. Heerma schreeuwde in de goede richting en de messen werden opgeborgen. Sindsdien heet het dat de positie van Heerma is versterkt. Dat wil zeggen: binnen de CDA-fractie.

Het Binnenhof in Den Haag, trefpunt van de vaderlandse democratie. Zo staat het in de boekjes. Zo is het ook meestal. Dan wordt er beraadslaagd over gewichtige onderwerpen als huurquote, BON 3, en het verloop van de TWAO-regeling. In opdracht dan wel in het belang van de kiezer. Maar dan opeens is er dat andere Binnenhof. Het Binnenhof van bloed, zweet en tranen. Het huis van de democratie blijkt te zijn getransformeerd in een slangenkuil, leeuwekuil of piranhavijver. Aan beeldspraak geen gebrek: als er maar roofdieren in voorkomen. Het is het stadium waarin politici bungelen, veranderd zijn in aangeschoten wild, dan wel eenvoudigweg worden vermoord. Het is het moment dat politiek een keihard vak wordt genoemd. De gebezigde vocabulaire past zich gemakkelijk aan. Hoe noemde het toenmalige D66-Kamerlid Kohnstamm indertijd zijn aanvaarde motie van afkeuring tegen de ministers Van Thijn en Hirsch Ballin? “Een sjieke lichte ontmanning van heren die straks toch met pensioen gaan.”

Een apart vak is het altijd. Wie de trucs, de dubbele agenda's, de opzetjes niet kent, komt niet hoog op de politieke ladder. De 49-jarige Jacques Wallage fractievoorzitter van de PvdA en al vanaf zijn 26ste volbloed politicus, noemt de politiek 'een vak met hoekige omgangsvormen'. “Ik zal mijn kinderen nooit aanraden politicus te worden. Het is te hopen dat ze in een milieu komen te werken waar de mensen een beetje opener en aardiger met elkaar omgaan”, zei hij vorig jaar in het boek Regerenderwijs. Open en aardig: het zijn inderdaad geen begrippen die direct met de politiek worden geassocieerd. Achterdocht en argwaan dat zijn de karaktertrekken die tot de standaarduitrusting van een politicus horen. Want altijd dreigt er wel het verneukje, het beentje lichten of gewoon het afhakken van de kop. De politicus die overeind wil blijven heeft ogen in zijn rug, kaarten in zijn mouw, een mes onder zijn jas en een goede babbel.

Concurrenten Het is in het parlement niet partij A tegen partij B. Was het maar zo simpel. Heel veel energie gaat er juist zitten in het in de gaten houden van de interne partijverhoudingen. Want uiteindelijk is daar iedereen elkaars concurrent. De plaats op de kandidatenlijst, de portefeuilleverdeling in de fractie, de mogelijkheden voor een plaats in het kabinet. Het is een ratrace die al gauw het slechtste in de mens naar boven brengt. Wallage in het eerder genoemde boek: “In de PvdA-fractie bestond in 1989 bij sommigen grote weerstand tegen mijn toetreding tot het kabinet. Die fractieleden vonden dat ik te snel boven het maaiveld uitsteeg. In het fractiebestuur is door een aantal collega's expliciet bezwaar tegen mijn kandidatuur gemaakt. Wim Kok heeft dat nadrukkelijk getrotseerd. Hij heeft ingeschat dat een staatssecretariaat nog net gepruimd zou worden maar dat een ministerschap als provocerend kon worden ervaren.” Politiek, het is een omgeving met heel weinig echte vriendschappen en heel veel vijandschappen.

De cartoonisten varen er wel bij. De jury van de Inktspotprijs koos dit jaar uit talloze politieke prenten een klassieker van Opland, pseudoniem voor Rob Wout. Op deze plaat, die eerder dit jaar stond afgebeeld in de Volkskrant, is te zien hoe ten tijde van de kabinetsformatie koningin Beatrix en informateur Kok CDA-leider Brinkman (met een mes tussen de ribben) uit het Torentje wegdragen. Ondertussen holt dader Lubbers weg. Op zijn vlucht verliest hij nog een revolver en een ander mes. Kortom, een echte Opland. Al sinds de jaren vijftig verbeeldt hij op deze wijze de nationale politiek. Messen, revolvers, bloed, zich in spelonken ophoudende politici, het zijn de basisingrediënten voor een originele Opland-tekening. Bijna dertig jaar geleden liet hij Brutus Schmelzer een mes in het lichaam van Caesar Cals steken. Anno 1995 is het een kwestie van l'histoire se répète, alleen met andere namen. Knoeien en friemelen Uit het dagboek van Bram Stemerdink, tot 1994 lid van de Tweede Kamerfractie van de PvdA. Het is 2 november 1989. Partijleider Kok heeft niet Stemerdink, maar zijn collega Ter Beek uitgekozen om minister van defensie te worden: “Ik heb Relus ter Beek niet gefeliciteerd. Kinderachtig? Misschien, maar ik zou het als oneerlijk hebben ervaren iemand te feliciteren als je het eigenlijk niet meent. Iemand die zo achter je rug knoeit en friemelt de hand schudden gaat te ver.” Diezelfde week geeft Stemerdink een interview aan het weekblad De Tijd. “Als je het zo absoluut wilt stellen dan inderdaad, moet ik zeggen dat Wim Kok tekort schiet als politiek leider van de PvdA. En ik heb er ook weinig vertrouwen in dat het straks in het kabinet beter wordt.”

Wraak of rancune? Het onderscheid in de politiek is moeilijk aan te geven. Altijd is het conflict of de onmin zakelijk van aard. Althans, zo wordt het gezegd. Toegeven dat er sprake is van botsende karakters blijkt veel moeilijker. Het is ook riskant. Al snel vervalt men in amateur-psychologie. Den Haag op de divan heet het vorig jaar verschenen boek van psycholoog en publicist Jaap van Ginneken. Hij doet daarin een poging om aan de hand van door hun in het openbaar gedane uitspraken een karakterschets te geven van leidende politici. Zijn stelling is dat privé-emoties en passies van partijleiders wel degelijk een rol spelen in hun handelen. De gemeenschappelijke noemer bij de spelers in Den Haag is de ambitie. Die kan vervolgens verschillende vormen aannemen. Van Ginneken in het slothoofdstuk van zijn boek: “Bij Lubbers staat bijvoorbeeld volgens naasten zijn eergevoel voorop, bij Brinkman zijn rechtlijnigheid, bij Wallage zijn ijdelheid, bij Bolkestein zijn dadendrang, bij Wolffensperger zijn perfectionisme.”

Voorbedachte rade Het zegt allemaal nog niets over eventuele wraakgevoelens die op het soms zo bikkelharde Binnenhof kunnen heersen. Volgens de 'deskundige' Van Ginneken is dit dan ook een moeilijk begrip in de politiek. In elk geval durft hij zich zelf er niet in te begeven. Wat is wraak en wat is een politieke daad? Na de 'nacht van Schmelzer' waardoor het kabinet-Cals ten val kwam sprak toenmalig PvdA-fractievoorzitter Vondeling van “moord met voorbedachte rade”. Schmelzer zelf had het over “de uitkristallisering van zakelijke en politieke meningsverschillen”.

Menselijk drama dat is het zonder twijfel, als in Den Haag de messen weer eens zijn getrokken. Bovendien binnen ieders bereik, want altijd is er wel één televisie-camera in de buurt. De teneergeslagen blik van Willem Aantjes, de tranen van Elske ter Veld, de trilling in de stem van Elco Brinkman, het emotionele afscheid van staatssecretaris Van Eekelen - het is allemaal geregistreerd. Stuk voor stuk werden zij geconfronteerd met de boodschap dat het beter was om te gaan. Altijd moest het hen verteld worden. Politici die op tijd zelf de conclusie trekken zijn er maar weinig. Het ligt ook niet in de aard van het vak dat zij uitoefenen. De strijd voor het eigen gelijk loopt vaak onbewust synchroon met de strijd voor de eigen persoon. De ontnuchtering komt pas als blijkt dat in eigen kring de steun wegvalt. De Britse ex-premier Margaret Thatcher in haar memoires als zij haar laatste dagen in Downing Street 10 beschrijft: “Ik was diep bedroefd. Ik had mij teweer kunnen stellen tegen tegenstanders en potentiële rivalen en die had ik gerespecteerd; maar wat mij het meest griefde was het verraad van degenen die ik altijd had beschouwd als vrienden en bondgenoten en de gluiperige manier waarop zij hun verraad hadden verpakt als openhartig advies en bezorgdheid.”

De politieke arena zit barstensvol rivaliteit. Uitgesproken wordt het alleen veel minder. Voor de buitenwereld zijn politici vaak keurige mensen die elkaar ondanks meningsverschillen altijd nog een hand geven. Hoeveel politici die net een collega hebben gekielhaald, staan er niet even later voor in de rij om te spreken over een “groot persoonlijk drama”. Living apart together: in de politiek, waar zo veel onuitgesproken blijft, is het eigenlijk de enige relatievorm die uitzicht biedt op overleven. Nederland zag hoe in 1994 de CDA-politici Brinkman en Lubbers elkaar steeds meer in de weg zaten. Maar de schone schijn van 'goede vrinden' zijn ze blijven ophouden. Ze moesten op het laatst alleen niet meer te vaak bij elkaar in de buurt komen. Bitter Uitingen van openlijke wraak in de politiek zijn schaars. Het heeft iets definitiefs, terwijl dat nu juist iets is dat niet past bij politiek. Wat zich voordeed in de nadagen van het kabinet Den Uyl, was dan ook een gevolg van wraak. Het was volgens de premier de “bitterste ervaring in het werk dat hij als een opdracht zag”. Hij sprak deze emotionele woorden op 22 maart 1977 in de Tweede Kamer naar aanleiding van de val van zijn kabinet. Vele stormen had zijn kabinet toen al doorstaan, maar vlak voor de eindstreep, twee maanden voor de reguliere verkiezingen, ontstond de breuk tussen christen-democraten en progessieven alsnog.

Struikelblok was de grondpolitiek. Dat wil zeggen: dat was de officiële reden.

Drie jaar geleden erkende de toenmalige beleidsmedewerker van het CDA, Joop van Rijswijk, in zijn boek Repeterende breuken dat de werkelijke oorzaak op een geheel ander vlak lag. De PvdA-fractie had eind februari 1977 het vertrouwen in CDA-minister van justitie, Dries van Agt, willen opzeggen. Dezelfde Van Agt was toen net aangewezen als eerste lijsttrekker van het toen zojuist uit de confessionele partijen KVP, ARP en CHU gevormde Christen Democratisch Appèl. De verkiezingen zouden enkele maanden later, in mei, worden gehouden.

Volgens de PvdA had Van Agt gefaald in de kwestie van de van oorlogsmisdaden beschuldigde kunsthandelaar Pieter Menten. De enige reden dat er geen motie van wantrouwen tegen hem werd ingediend was dat er toch al nieuwe verkiezingen waren voorzien, zei PvdA-woordvoerder Kosto in de Tweede Kamer. Van Rijswijk geeft in zijn boek een aardig doorkijkje in wat er vervolgens bij de christen-democraten werd losgemaakt: “De fracties van KVP, ARP en CHU waren razend. Zij spraken over de kwade trouw van de PvdA. Kosto had Van Agt politiek mogen diskwalificeren, omdat hij daarvoor toestemming had van fractievoorzitter Van Thijn. En Van Thijn zou zoiets niet doen zonder toestemming van de lijsttrekker van de PvdA, Den Uyl. Deze had natuurlijk van tevoren van de coup van Van Thijn en Kosto geweten en er van harte mee ingestemd dat zijn vice-premier maar tevens zijn concurrent als lijsttrekker van het CDA , publiekelijk werd geschoffeerd. De drie fracties hadden geen vergadering nodig om hun politieke conclusies te trekken: het gedrag van Van Thijn en Kosto was een oorlogsverklaring. Die oorlog konden de socialisten krijgen, graag zelfs! De maat was vol!” Daarmee was het lot van het kabinet Den Uyl getekend; het CDA zou het optreden van Kosto in de zaak-Menten vergelden, de grondpolitiek was slechts een excuus.

Volgens Van Rijswijk was Van Agt door de gang van zaken “diep gekwetst” en trok hij zich terug in een “cocon van ontoegangkelijkheid”. In elk geval heeft het incident geleid tot een van de meest gecompliceerde politiek-persoonlijke verhoudingen van na de oorlog: tussen Den Uyl en Van Agt is het nooit meer goed gekomen. De slopende kabinetsformatie die op de verkiezingen van 1977 volgde, was in hoge mate persoonlijk belast. Zonder een graantje spijt nam Van Agt na zes maanden vruchteloos onderhandelen afscheid van 'ome Joop' (zoals hij Den Uyl vaak spottend noemde) en zijn PvdA om binnen enkele weken een kabinet met de VVD tot stand te brengen. In 1981 dwongen de kiezers Van Agt en Den Uyl opnieuw samen in een kabinet. Zoals viel te verwachten werd het geen succes en na negen maanden van louter strompelen was het voorbij. Zo goed als de fractievoorzitters van de coalitie met elkaar in de Tweede Kamer overweg konden, zo slecht gingen de voormannen Van Agt en Den Uyl binnen het kabinet met elkaar om. Het was over en uit. De relatie tussen de twee bleek zelfs zodanig verstoord dat het PvdA-partijbestuur Van Agt begin 1988 dringend verzocht - hoewel hij over een uitnodiging beschikte - niet aanwezig te zijn op de begrafenis van Den Uyl.

En hoe verging het Joris Voorhoeve, de man die zo abrupt de laan werd uitgestuurd? Uit protest tegen wat hem was aangedaan zegden zijn vrouw en zijn twee zonen hun deel van het gezinslidmaatschap van de VVD op. Voorhoeve zelf ging zo ver niet. In de zomer van 1994 kreeg de ex-leider van de VVD , inmiddels directeur van het instituut Clingendael, een telefoontje van zijn opvolger Bolkestein. Of hij wellicht bereid was minister van defensie te worden in het kabinet Kok. Op 24 augustus kwam de partijraad van de VVD in een extra vergadering in Utrecht bijeen om de deelname van de VVD aan het eerste kabinet-Kok officieus goed te keuren. Eén voor één stelde fractieleider Bolkestein de kandidaat-ministers en -staatssecretarissen aan de leden voor. “Minister van defensie: Joris Voorhoeve!” De verloren zoon kreeg het grootste applaus van die avond. Alles was vergeven.