Tuinprijsvraag 1995; Wat doen we met de sloot?

Voordat mijn ouders naar Dublin verhuisden woonden zij op een schiereiland aan een meer in het Westen van Ierland. Het was een vochtige wereld: soms leek het of er evenveel water in de lucht zat als in het meer. Niettemin had een vorige eigenaar in de tuin een uitgestrekte en gecompliceerde waterpartij aangelegd. Dit kunstwerk bestond uit een cascade van drie vijvers geheel omgeven door rotsen, exotische planten zoals een enorme cordyline en, zeer spectaculair, een ingewikkeld stelsel van buizen en pompen waarmee het water van de ene vijver naar de andere werd gestuurd. De installatie had niet meer gefunctioneerd sinds er in 1935 een forel in de pomp terecht kwam, of was het een snoek, maar de overblijfselen waren dertig jaar later nog steeds indrukwekkend.

Ontwerp een watertuin - dat zou een mooie opdracht voor de Buitenlust-prijsvraag van dit jaar geweest zijn. Tuincentra staan bol van accessoires voor het aanleggen van mini-Tivoli's. Maar helaas, dit onderwerp is ecologisch incorrect geworden. In de meeste gevallen wordt er van uitgegaan dat er leidingwater wordt gebruikt, en daarover zijn al vele noodkreten geweest: de verspilling van drinkwater uit de kraan voor tuiniersdoeleinden is bezig catastrofaal uit de hand te lopen en het is niet zinnig daar met een prijsvraag aan bij te dragen.

Jammer is het wel: hoe graag zou ik hebben gelezen over waterpartijen met fonteinen, over het aanleggen van een trompe l'oeil zoals de Fontaine Médicis in de Jardin du Luxembourg waar het water scheef lijkt te staan, over de waterplanten in postmoderne eendenvijvers en wie weet wat nog meer. Maar in plaats daarvan overwogen wij dat er toch veel oppervlaktewater in dit land beschikbaar is waar geen kraan voor open hoeft te worden gedraaid: al die rivieren, kanalen, weteringen, vaarten en sloten. Een overvloed van tuinen, van kasteeltuinen tot volkstuinen, liggen aan een of ander water, breed en machtig als de River of No Return, of klein en nietig als de greppel naast de weg.

De Buitenlust-prijsvraag van dit jaar is er op gericht op een bescheiden manier het beste te maken van iets werkelijk bestaands, iets dat veel tuinen hebben en die ik altijd uit de trein nieuwsgierig bestudeer, iets dat ook zeer Nederlands is en waarvan geen Engelse Cottage-Gardenversie bestaat: een waterkant, gevormd door sloot of vaart of wat ook: wat zijn daar de mogelijkheden van?

Wat wij willen, is een ontwerp hoe je die moet beplanten. Niet de tuin zelf, alleen maar de strook, zeg een meter of drie, grenzend aan het water, die gesitueerd mag worden zoals u wilt: aan één of meer uiteinden van de tuin, er doorheen, recht of met een bocht, net als in werkelijkheid voorkomt.

Wat niet mag, is iets veranderen aan die sloot of vaart zelf; er mag geen zwembad van worden gemaakt, geen meer en ook geen vijver; je mag hem niet dempen en niet volzetten met waterplanten. De hellingen van de oevers, daarentegen, zijn aan u overgeleverd: ze mogen lang en glooiend zijn of verticaal met betimmering. Welke planten zijn hier geschikt voor? Welke niet? Wenst u tuinplanten of wilde soorten? De aangrenzende tuin mag van alles wezen, van park tot volkstuin, maar vormt geen onderdeel van de prijsvraag.

Zoals in vorige jaren bestaat de jury uit Lien Heyting, eigenaresse van een stuk slootkant, en mijzelf, eveneens slotenbezitster (bij mijn volkstuin); de prijzen zijn boekenbonnen (1ste prijs ƒ250, tweede prijs ƒ150, derde prijs ƒ100 en eervolle vermeldingen ƒ50). Behalve dat er geen sprake mag zijn van vijvers en waterpartijen is de enige restrictie dat uw inzending niet meer dan twee bladzijden mag omvatten. De inzendingen kunnen bestaan uit een beschrijving, een plattegrond met beplantingsschema of een tekening. Te adresseren aan De Waterkant, Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam; poststempel niet later dan 21 januari 1996.

De winnende inzendingen zullen worden bekend gemaakt in het Zaterdags Bijvoegsel van 16 februari 1996.