Tilburg gruwt nog van moord op Marietje

De moord bijna honderd jaar geleden op het Tilburgse meisje Marietje Kessels houdt de gemoederen nog altijd bezig. Over wat steevast de “gruweldaad” heette is een toneelstuk gemaakt. Een film volgt wellicht.

TILBURG, 23 DEC. Op woensdagmorgen 22 augustus 1900 verlaat de elfjarige Marietje Kessels de ouderlijke woning in Tilburg. Ze is gekleed in een roze japonnetje, wit schort, rijglaarsjes en zwarte kousjes. Ze moet een brief posten. Bij het passeren van de H. Hartkerk in de wijk Noordhoek - de kerk is inmiddels gesloopt - besluit ze even binnen te gaan om de kruisweg te bidden, want Marietje komt uit een braaf rooms gezin. Haar vader is een in Tilburg geachte fabrikant van muziekinstrumenten.

Twee dagen later wordt haar lijkje gevonden in het verwulfsel. Zo wordt de loze met loopplanken afgeschotte ruimte in het gewelf van de kerk genoemd. “Geheel ontkleed op de zwarte kousjes na. Om de hals was een wit kledingstuk gesnoerd”, zoals een getuige destijds zei. Ze blijkt verkracht en daarna vermoord te zijn. Haar stoffelijk overschot rust op het kerkhof in de Noordhoek. Daar is een zerk te zien met een kruis, dat door een engeltje wordt omarmd, want een engeltje moet Marietje zijn geweest.

De dader van wat later zou worden genoemd “de gruweldaad”, die jarenlang niet alleen Tilburg maar heel Nederland in de ban hield, is nooit achterhaald. Was het de huisschilder August Mutsaers die in de kerk aan het werk was? Was het de koster Johannes van Isterdaal? Of was het misschien pastoor dr. George van Zinnicq Bergmann, telg uit een fameus Brabants geslacht?

In zijn in 1988 geschreven boek Moordhoek meent de Tilburgse publicist Ed Schilders dat het “zeer waarschijnlijk” de pastoor is geweest. Hij citeert hem als hij bij de familie Kessels zijn rouwbeklag gaat doen: “Och, mevrouw, het kindje is gelukkig en voor u is het een troost dat u een engel in de hemel hebt gewonnen. Maar voor mij is het erger. Ik heb alles verloren, er is geen troost meer voor mij.”

Als het juist is dat straffen door de rechter een vergeldende en absolverende werking heeft, dan is in de kwestie van Marietje Kessel bewezen dat niet straffen ertoe leidt dat een wandaad bijna een eeuw nadat hij werd gepleegd nog altijd aanleiding geeft tot emoties en mythevorming.

Na het verschijnen van zijn boek kreeg Schilders “nogal wat” dreigtelefoontjes. “De familie Van Zinnicq Bergmann”, aldus Schilders, “was heel boos en liet weten over documenten te beschikken waaruit zou moeten blijken dat de pastoor gezuiverd was van alle blaam. Ik zegde toe ze in een eventuele tweede druk van mijn boek te willen opnemen, maar de familie blies de zaak af.”

Advocaat J. van Zinnicq Bergmann in Den Bosch, telg uit het zelfde geslacht als dat van de pastoor: “Het boek levert zelfs geen schijn van bewijs. Daardoor is het op het grievende af. Op de vraag over die documenten willen we liever niet ingaan. De familie heeft geen enkele behoefte aan dit soort verhalen.” Hij verzocht de mensen van de Tilburgse toneelgroep ONS niet de naam Van Zinnicq Bergmann te noemen bij het spelen van het stuk. “Ik heb ze gevraagd: hou het gewoon op 'de pastoor', anders wordt er opnieuw onnodige schade toegebracht. Als het in het toneelstuk tè gek wordt, dan overweeg ik de verantwoordelijken daarop aan te spreken”, aldus Van Zinnicq Bergmann. (In het toneelstuk wordt de familienaam van de pastoor overigens wèl genoemd).

Nadat begin deze maand bekend werd dat de kans bestaat dat Schilders' boek wordt verfilmd, verscheen in het Brabants Dagblad een ingezonden stuk van een vrouw: “Het is zo gemeen en laag om iemand die zich niet meer kan verdedigen als mogelijke dader naar voren te brengen. Laat de overledenen rusten in vrede. Ze vragen niet om een boek en een film. Dat doen alleen maar mensen die er groot geld mee willen verdienen.” Toen in deze krant een aantal dagen geleden in de marge van een bericht werd gewezen op de uitvoering van het toneelstuk Marietje Kessels door ONS-Theaterprodukties, kwam er een brief van een lezer uit Oudenbosch: “De schrijver weet kennelijk niet wat destijds algemeen bekend raakte dat de werkelijke dader, de in de kerk werkzame schilder, op zijn sterfbed bekende.” Maar vermoedelijk interpreteerde deze lezer een feit verkeerd. Het was namelijk niet de schilder, maar koster Van Isterdaal die op zijn sterfbed verklaarde dat hij Marietje Kessels niet had vermoord.

ONS speelt op 1 februari in het theater Plaza Futura in Eindhoven de première. Regisseur René Jagers: “Het stuk heeft de intrigerende mengeling van religie en begeerte. Het is actueel omdat het ook de hedendaagse kinderverkrachting, incest en kinderporno ter discussie stelt. Of de pastoor wel of niet de dader is geweest is voor mij niet zo interessant. Interessanter is om te zoeken naar de motieven.”

Marietje Kessels houdt dus nog altijd de gemoederen bezig. Niet alleen haar graf herinnert aan haar, maar ook bijvoorbeeld de naam van een zelfverdedigingscursus voor leerlingen van de Tilburgse basisscholen, het Marietje Kessels Projekt. Op kermissen werd destijds een lied gezongen: “Wat ziet men nu gebeuren, zoo een wreedelijke misdaad. Gansch Tilburg moet ook treuren over dat afgrijselijke kwaad.” De verdediger van de aanvankelijk verdachte schilder, de Tilburgse advocaat F. Pels Rijcken, zei in zijn pleidooi: “Er ging een schok, een rilling door het heele land, want het slachtoffer was een onschuldig, rein kind, de oogappel van de ouders, het zonnetje in huis.”

Schilders poneert in zijn boek de stelling dat het openbaar ministerie en de rechters in Breda en Den Bosch “schijnvertoningen” opvoerden. “Als de koster zou bekennen, zou het spoor naar Van Zinnicq Bergmann leiden en zou de schade voor de katholieke kerk in Nederland desastreus zijn. De processen brachten het drama en de passie waarop het volk rekende, maar niet de gerechtigheid.” In de socialistische pers werd kritisch over de kwestie geschreven. Het zou de socialisten goed uitkomen, mocht blijken dat de pastoor de dader is. In het toneelstuk van ONS ontspint zich daarover een discussie tussen het dienstmeisje van de familie Kessels, Cato, en de pastoor. Cato: “Daarom zijn er ook mensen die jou als dader zien.” De pastoor: “Socialisten, ja, maar de parochianen niet.”

De pastoor overlijdt in 1910 op 59-jarige leeftijd. Zijn dossier bij het bisdom Den Bosch vermeldt dat hij tijdens zijn laatste levensjaren zwaar geleden heeft onder de herinnering aan “de gruwelijke verkrachting” en voegt eraan toe: “waarbij men steeds poogde de verdenking op de pastoor te werpen”. Hij en Marietje verdwenen in een mist van werkelijkheid, vermengd met vooral veel fantasie. “Ze werden een mythe en Marietje werd een heilige”, aldus de woordvoerster van ONS.