Thomas Paine (1737-1809); Vijand van het establishment

JOHN KEANE: Tom Paine. A Political Life

644 blz., geïll., Bloomsbury 1995, ƒ63,-

Aan het eind van het vaak bizarre leven van Thomas Paine (1737-1809) verscheen de eerste biografie die bedoeld was met hem af te rekenen, en er zijn daarna nog zo'n vijftig levensbeschrijvingen verschenen. Dit jaar alleen al zagen twee lijvige studies het licht, de één van Jack Fruchtman, Thomas Paine, Apostle of Freedom (New York, Four Walls Eight Windows), de ander van John Keane, Tom Paine. A Political Life. Deze niet aflatende reeks biografieën is begrijpelijk: Paines leven was avontuurlijk en zijn denkbeelden over democratie die tijdens dat leven zoveel stof deden opwaaien, blijven tot de politieke verbeelding spreken.

Paine groeide op als zoon van een korsettenmaker in het Engelse plaatsje Thetford. Zijn moeder was Anglicaans, zijn vader lid van de Quakergemeenschap. Al vroeg stond hij daardoor bloot aan de spanning tussen het establishment en de dissenters. Na de lagere school werd hij in het bedrijfje van zijn vader opgeleid, maar aan het einde van die zevenjarige scholing kreeg hij last van Wanderlust. Hij vertrok naar London en monsterde aan op een piratenschip.

Tijdens de zeevaart had hij nogal wat tijd om te lezen en zichzelf te vormen. Hij raakte in de ban van 'the Newtonian faith', het geloof in de almacht en de praktische toepasbaarheid van de natuurwetenschap. Zijn leven lang zou hij, zoals zoveel tijdgenoten, in de ban van dit Verlichtingsdenken blijven. Zo bleef hij in zijn jaren des onderschieds, die gewijd waren aan de politieke filosofie en de praktische politiek, hardnekkig werken aan het ontwerpen van een éénbogige, ijzeren brug. Zonder succes trachtte hij, rondreizend met een model, zijn brug te slijten in New York, Philadelphia, Parijs en London. Militant

Na zijn korte piratentijd vestigde Paine zich in de plaats Sandwich waar hij een korsettenwinkel opende en daarnaast als methodistisch predikant optrad. Al in Thetford had hij een der grondlegger van die beweging, John Benjamin Wesley, horen preken en kennelijk werd hij door diens dissenting voice aangetrokken. Vooral de nadruk op gelijkheid en het verwerpen van kerkelijke hiërarchieën spraken Paine hem aan. Al snel keerde hij zich tegen iedere vorm van georganiseerde godsdienst en bekende hij zich tot het deïsme dat zo typerend was voor de Verlichting. Maar al gauw ontdekte hij dat zijn eigen disenting voice meer in de politiek dan in de godsdienst thuishoorde.

In London verdiende Paine enige tijd de kost met het lesgeven in Engels. Spoedig reeds stapte hij over naar een positie in het bestuur van het dorp Lewes in Sussex. Hier kwam hij in contact met het verschijnsel self-government, een door het methodisme geïnspireerd verzet tegen het traditionele, autocratische en autoritaire bestuurssysteem van het monarchale Engeland. Maar Paine wilde meer dan Engels dorpsleven. In 1774 bezocht hij Benjamin Franklin die toen Amerikaans agent in London was en kreeg van hem een aanbevelingsbrief, waarmee in de Amerikaanse kolonie enkele belangrijke deuren voor hem geopend zouden worden. In Amerika kwam Paine in een samenleving waarin het sociaal, cultureel en politiek gistte en dat was altijd de omgeving waarin hij het beste functioneerde. Via de schoonzoon van Franklin kreeg hij een baantje in Philadelphia bij The Pennsylvania Magazine. Tot zijn komst was die krant wat saai en humorloos geweest. Paines bijdragen vielen meteen op door hun onopgesmukte, directe taalgebruik en niet het minst door hun militante, fel anti-autocratische en pro-democratische inhoud. Onder het pseudoniem 'Justice and Humanity' publiceerde hij meteen aan het begin van zijn publicistische carrière al een felle aanval op de slavenhandel. Hoofdthema van zijn betoog: Amerikanen willen zich terecht bevrijden van de feodale onderdrukking uit Europa, maar hun democratie kan alleen succes hebben indien ook de zwarten zich als vrije burgers kunnen vestigen; de slavenhandel is onmenselijk, het lot van de slaven ondemocratisch.

We zien hier de kern van Paines problematische stellingname in de nog prille Amerikaanse democratie: hij spoorde in zijn artikelen de Amerikanen aan zich van het Britse juk te bevrijden en een democratie van burgerlijk zelfbestuur op te richten, maar hij wees er ook telkens weer op dat tal van ondemocratische resten in deze democratie als gloeiende sintels in een uitgedoofd vuur aanwezig zouden blijven.

Democratie, aldus Paine, heeft haar zwaartepunt niet in een regering die door verkiezingen en volksvertegenwoordiging tot stand is gekomen, doch in een burgerlijke samenleving - 'a civilized society' - waarin vrije burgers in vrije organisaties hun leven inrichten en gestalte geven. In zijn biografie scherpt Keane dit punt aan: Paines democratie wortelde in de civil society en hij beschouwde de democratische staat als een afgeleide van deze burgerlijke samenleving. Eenmaal in het zadel van de macht gezeten, zo besefte Paine, zouden politici het maar al te gemakkelijk in hun hoofd kunnen krijgen deze volgorde om te draaien. Paine werd niet moe voor deze degeneratie van democratie te waarschuwen. Hij maakte zich daarmee bij vele gearriveerde politici gehaat, eerst in de jonge Amerikaanse republiek, kort daarna in het revolutionaire Frankrijk. Bij de Britse politici had hij het al helemaal verbruid: daar werd hij al snel min of meer vogelvrij verklaard. Vilein merkte hij eens op dat in Engeland koningen niet zoals in Frankrijk hun kop verliezen, maar wel hun geest.

Paine publiceerde zijn ideeën over de democratische vrijheden in een pamflet dat de titel Common Sense kreeg en begin 1776 in druk verscheen. Het sloeg in als een bom. Op direct bevattelijke toon legde hij uit wat volgens hem democratie is. Wat niemand tot dan had gedurfd, verkondigde Paine zonder omhaal van woorden: Amerika moest zich onafhankelijk verklaren om zich als democratische natie te kunnen ontplooien. Wat werd gefluisterd, stond nu zwart op wit: de monarchie was een despotisch en achterhaald systeem dat radicaal moest worden afgezworen. Paine was op slag beroemd en berucht en dat zou zo blijven tot aan zijn dood in 1809. Hij raakte bevriend met leidinggevende figuren in het Amerikaanse leven - waaronder Washington, Jefferson, Franklin - en deed ook actief mee aan de militaire campagnes tegen het Britse leger. Tegerlijkertijd trachtte hij de moraal van de opstandige kolonisten te sterken door een serie artikelen in de Pennsylvania Journal te publiceren, die hij de titel The American Crisis gaf. Hij probeerde daarin de onafhankelijkheidsgeest van de Amerikanen op peil te houden en te behoeden voor nieuw despotisme.

Wereldburger

Aan de vooravond van de eigen revolutie ondersteunde de Franse regering de onafhankelijkheidsstrijd van de Amerikanen, omdat die de positie van de aartsrivaal Engeland ondermijnde. Paine was inmiddels secretaris van het federale comité voor buitenlandse zaken geworden, en hij kreeg daarover inside information. Hij was fervent voorstander van de publieke verantwoordingsplicht van politici. In 1778 kwam hij op het spoor van geheime wapenleveranties uit Frankrijk, waar een machtige politicus, een zekere Silas Deane, vorstelijk aan verdiende. Deanes contactpersoon in Parijs was de bekende kunstenaar, annex scharrelaar in duistere zaakjes Pierre de Beaumarchais - beroemd geworden als de librettist van Mozarts Nozze di Figaro. Paine maakte de corrupte handel openbaar en joeg daarmee het jonge politieke establishment van Amerika in het harnas. Toen het congres niet ingreep, beschuldigde hij dit instituut van traditioneel monarchale willekeur. Later zou hij het belang van een onafhankelijke rechtbank die als een 'tegenmacht' de rule of law bewaken moest, verdedigen.

Toen de onafhankelijkheid eenmaal een feit was en het verzet tegen hem uit het nog zo jonge Amerikaanse establishment almaar fanatieker werd, begon hij genoeg te krijgen van de Nieuwe Wereld. Hij was geen Brit meer, maar voelde zich ook niet Amerikaan. Hij noemde zich 'a citizen of the world'. In 1787 vertrok hij naar Frankrijk. Hij nam het model van zijn ijzeren brug mee in de hoop dat die ergens in Parijs over de Seine zou worden aangelegd. Weer had hij een aanbevelingsbrief van Franklin bij zich. Zijn verblijf in Parijs, dat tot 1802 duurde, was in vele opzichten bizar. Zijn door Common Sense gevoede faam nam buitensporige proporties aan toen hij in antwoord op het contra-revolutionaire tractaat van zijn voormalige vriend Edmund Burke, een revolutionair pamflet schreef onder de simpele doch duidelijke titel Rights of Man.

In dit onopgesmukte, voor die tijd grove maar wel duidelijke tractaat, trok Paine de lijnen van zijn Amerikaanse publikaties door. In de civil society, betoogde hij, genieten alle burgers - mannen en vrouwen, zwarten en blanken, rijken en armen, jongen en ouden - natuurlijke, uiteindelijk door God geschonken rechten. Ze maken het mensen mogelijk om vrij en vreedzaam, gelukkig en comfortabel met elkaar te leven. Deze natuurlijke en universele rechten echter moeten worden aangevuld door specifieke, grondwettelijk vastgelegde burgerlijke rechten, zoals het recht op een rechtvaardig proces of het recht op periodieke verkiezingen. Regeringen gaan niet aan deze rechten vooraf, maar zijn er het gevolg van. Ook hebben deze regeringen zelf geen rechten. Ze hebben slechts plichten ten opzichte van de vrije burgers. Die plichten moeten in een grondwet worden verankerd. Paine had inmiddels het ereburgerschap van de Franse Republiek gekregen en de stad Calais vaardigde hem af naar de jonge assemblée in Parijs, waar hij met hulp van tolken actief aan de debatten meedeed. In het schijnproces en de veroordeling van de koning speelde Paine volgens het relaas van Keane een niet geringe rol. Zo stemde hij voor diens schuldigverklaring maar tegen de doodstraf. Hij had het geregeld dat citoyen Louis Capet met zijn gezin in Amerika opgenomen zou worden en stelde voor hem daarheen te verbannen. In de uiteindelijke stemming verloren de voorstanders van verbanning het van de Jacobijnen die bloed wilden zien, met één stem. Dit optreden maakte Paine bij de Jacobijnen natuurlijk niet geliefd. Hij trok zich terug naar de voorstad Saint-Denis en begon daar aan een pamflet tegen de georganiseerde godsdienst, The Age of Reason. Hierin beleed hij zijn deïsme en bepleitte hij de scheiding van staat en kerk, hetgeen de vrijheid van alle religies impliceerde. Het atheïsme dat aan populariteit won, verwierp hij als onbeschaafd en dus schadelijk voor de civil society.

Gevangen

Voordat hij dit tractaat kon afmaken, arresteerden de Jacobijnen hem. Samen met een kleine duizend andere buitenlanders - hij werd ineens niet meer als Frans staatsburger gezien - sloten ze Paine op in een tot gevangenis ingericht stadspaleis. Hij zat er vanaf eind december 1793 onder erbarmelijke omstandigheden. Telkens zag hij vrienden en medegevangenen zonder een behoorlijk proces naar de guillotine verdwijnen. Zijn eigen gevangenschap duurde bijna een vol jaar vooraleer hij onder Amerikaanse druk werd vrijgelaten.

In het najaar van 1802 keerde Paine in Amerika terug. Hoewel president Jefferson hem regelmatig ontving en raadpleegde, werden zijn laatste zeven jaren verduisterd door een niet aflatende, vaak persoonlijk gerichte hetze in de pers en de politieke wandelgangen. Vooral door de politieke tegenstanders van de president werd hij afgestempeld als een dronkelap, een lasterlijk godloochenaar en een morele dégéneré. Ook begon hij zichzelf te verwaarlozen, wat tot een pijnlijk verlies aan decorum leidde. Hij vervuilde en vereenzaamde ondanks de vaak aandoenlijke zorg van oude vrienden. De laatste jaren zwierf hij rusteloos van huis naar huis. Zijn sterven was een slopend proces. In de proloog van zijn boek bekent Keane dat hij “de methoden van het narratieve vertellen” voorstaat, maar desalniettemin verliest hij zich niet in subjectieve bespiegelingen en ook tracht hij de nodige distantie tot zijn onderwerp te bewaren. De rest van deze biografie geeft een prachtig beeld van een kleurrijke en vaak ook bizarre figuur wiens leven voortdurend in de politieke en culturele context wordt geplaatst van het monarchale Engeland, het revolutionaire Amerika en het revolutionaire Frankrijk.