Terugplanten lukt als hij niet te lang in huis staat en genoeg water krijgt; Een huisvriend in de allerdonkerste dagen

Fijnspar, kunstboom, Servische spar of zilverspar, met of zonder kluit, met of zonder statiegeld. Drie op de vier huishoudens in Nederland hebben dit jaar een kerstboom in huis gehaald. In Nederland werd de eerste kerstboom gesignaleerd omstreeks 1835. Pas dertig jaar geleden werd de boom populair. Zelfs katholieken en streng gereformeerden sleepten het van oorsprong heidense symbool de drempel over. Priester en hoogleraar G. van Tillo: “De kerstboom zelf heeft weliswaar nog geen christelijke duiding, maar je kunt er wel weer engeltjes in hangen.”

AMSTERDAM, 23 DEC. In een advertentie in het Algemeen Handelsblad, december 1844, lokt een banketbakker de klanten naar zijn zaak met een nieuw fenomeen: 'een luisterrijk Geïllumineerde Kersboom'. Inmiddels dringen fijnspar, Servische spar, zilverspar en de variant van kunststof ieder jaar rond kerst massaal de huiskamers binnen. Dit jaar zijn ze met meer dan vier miljoen gekomen om het leven in de donkerste dagen te verlichten.

Bij ruwweg driekwart van de Nederlandse bevolking staat de opgetuigde boom, zo blijkt uit diverse enqûetes. Een kwart doet niet mee: dat zijn voor een deel strenge calvinisten en allochtonen van het islamitische geloof, voor een ander deel mensen die een vakantie verkiezen boven de vaderlandse huiselijkheid.

De duurdere kerstboom is aan een opmars begonnen, signaleert Th. van Mierlo, directeur van het Utrechtse tuincentrum Overvecht. “De klant is op zoek naar kwaliteit”, zegt hij. In de afdeling 'natuur' is dat vooral de zilverspar, die zijn naalden praktisch niet verliest. Ook bij de kunstbomen uit het Verre Oosten geniet 'het kwaliteitsprodukt' (boven de 200 gulden) volgens ingewijden een groeiende belangstelling.

Over de verhouding tussen kunst en levend doen uiteenlopende cijfers de ronde. Diverse tuincentra, die doorgaans beide artikelen verkopen, melden uit de losse pols: “Op elke kunstboom gaan drie natuurbomen de deur uit.” Maar er zijn er ook waar slechts tien procent van de handel uit kunst bestaat. De plastic boom lijkt terrein te verliezen ten gunste van natuur. “Jarenlang zat de echte boom in een dalende en de kunstboom in een stijgende lijn”, zegt J. Frederiks van Intratuin in Zoetermeer, “maar nu zie je het omgekeerde, net als in Engeland, waar de kentering zich eerder voltrok.” W. van Esch, groothandelaar in Schijndel, spreekt van “een stagnerende markt”: “De mensen raken uitgekeken op zo'n kunstprodukt en halen toch liever de natuur in huis.” Maar D. Verweij van de firma Edelman in Reeuwijk, die kunstbomen importeert, wil van een afbrokkelende handel niet horen. “We hebben zelfs tien procent meer omgezet dan vorig jaar.” Die stijging is overigens te danken aan een groter formaat van de gemiddelde boom; het aantal verkochte bomen bleef gelijk.

Terwijl de kunstboom uit verre landen als Taiwan en Korea wordt aangevoerd, wortelt de levende kerstboom in Europese bodem. Nederland voorziet voor circa veertig procent in de eigen behoefte, wat neerkomt op circa anderhalf miljoen exemplaren. De rest (een kleine 2,5 miljoen) komt uit Denemarken, Duitsland, België en Luxemburg. In praktisch alle gevallen gaat het om sparrebomen, al mag een werelds kerstliedje dan hardnekkig over 'O denneboom' reppen.

In ruim de helft van de Nederlandse huizen staat de fijnspar (Picea abies). Het is de traditionele kerstboom, circa 1,75 meter hoog en ook wel 'groene' kerstboom genoemd, omdat andere soorten blauwe of blauwgrijze naalden hebben. Tweede in populariteit is de Servische spar (Picea omorika) - een iets slanker model en met die blauwe tint. Fijnspar en Servische variant zijn ongeveer even duur - tussen de 15 en 25 gulden, in de stad meestal duurder dan op het platteland. Aanzienlijk kostbaarder (60 à 80 gulden) is de zilverspar (Abies nobilis en nordmanniana), die vier jaar langer nodig heeft om tot wasdom te komen. Maar bij het ouder worden houdt hij dan wel zijn naalden bij zich.

Gemiddeld liggen de prijzen iets lager dan vorig jaar. A.P. Stabel, kweker van jong plantgoed in het Brabantse Best, zoekt de oorsprong van die daling in de zware nachtvorst van 1991. Die had een sterke terugval in het aanbod tot gevolg. “Daarom werd in '92 en '93 veel meer aangeplant dan anders, maar dat had een averechts effect. Zo ontstond een overschot aan bomen waardoor de prijs vanzelf terugliep.”

De steeds weer opduikende verhalen dat kerstvierend Nederland een kaalslag in de bossen teweeg brengt, vindt Stabel 'ergerlijk'. “Daar is absoluut niets van waar. Kerstbomen worden speciaal voor de huiskamer op landbouwgrond gekweekt, er gaat geen meter bos verloren.” Tot omstreeks 1970 kwamen kerstbomen voornamelijk vrij bij het periodiek uitdunnen van bestaande produktiebossen. Ook werden wel toppen van grotere sparrebomen als kerstboom verkocht, maar tegenwoordig groeien ze op een soort plantages in het oosten en zuiden van het land. Groot-exporteur Denemarken kent nogal wat landgoederen waar dit systeem wordt toegepast.

De boom met wortel of kluit verovert langzaam maar zeker een aanzienlijk deel van de markt. Stabel: “Dat komt omdat zo'n boom veel minder snel uitdroogt en langer zijn naalden vasthoudt. Een kwaliteitsverbetering dus.” Dat sommigen de boom naderhand in hun tuin poten voor eventueel hergebruik, is meegenomen, maar zo'n actie kan makkelijk op een teleurstelling uitlopen als de vorst toeslaat. “Bovendien zijn de klei- en veengrond eigenlijk niet geschikt voor sparren. Ze gedijen van nature het best op zandgrond.”

Ook de milieubeweging heeft een sterke voorkeur voor de boom met kluit om terug te planten. “Maar dat lukt alleen als de boom niet te lang in huis staat en regelmatig water krijgt”, aldus een bulletin van de Milieutelefoon, een informatielijn van de Vereniging Milieudefensie. De consument krijgt verder het advies deel te nemen aan zogeheten retoursystemen, een initiatief van enkele over het land verspreide kwekerijen. De klant die zijn boom ongeschonden terugbrengt krijgt een soort statiegeld. Kunstbomen staan bij de milieu-organisaties in een kwade reuk. Uit hetzelfde bulletin: “Omdat ze jaren meegaan, lijken die bomen milieuvriendelijker, maar helaas is de kunststof bijna altijd pvc, de meest vervuilende plasticsoort.”

Bij een grote 'non-flammable' blauwspar van 288 gulden op de kerstafdeling van de Bijenkorf in Amsterdam staat mevrouw Van Gelderen met haar moeder. Kerstliederen concurreren met het getingel van de muziekdoos 'Christmas in the forrest'. “Schattig hè”, zegt mevrouw Van Gelderen tegen haar moeder en knikt naar de dansende muizen op de doos. Veel tijd om erbij stil te staan heeft ze niet. Ze is op zoek naar bordeauxrode slingers. “Ik heb veel donkerbruin eiken in huis, maar ik gebruik steeds meer bordeauxrode en roze accessoires. Vandaar.”

De kerstboom geldt steeds meer als verlengstuk van de persoonlijke smaak, vertelt E. Habick, inkoper van kerstversiering bij de Bijenkorf. “Zo'n tien jaar geleden had je weinig keus. Het was zilveren ballen, zilveren slingers en nog eens zilveren ballen. Op een gegeven moment kwam toen het rood en groen uit de Verenigde Staten overgewaaid. En inmiddels is het aankleden van de kerstboom deel van de inrichting geworden.” Dit jaar heeft Habich de kerstversiering ingekocht met in zijn achterhoofd de thema's ijspaleis (“bevroren artikelen met als accentkleur een vleugje mint”), barok (“engelen van goud passen daar heel goed in”) en landelijk-traditioneel (“veel natuurtinten en gedroogd fruit, denk aan een boerentafel op het Franse platteland”).

Intussen staat verderop mevrouw Vermast gebogen over een bak met matte, witte ballen. Dit jaar zou ze haar boom het liefst van top tot teen in het nieuw steken. Ieder jaar weer “die houten poppetjes”, ze zou zo graag eens alles in het wit doen. “Een beetje retro-stijl. Begrijp je?”