Strijd op leven en dood in Turkije

ANKARA, 23 DEC. De opiniepeilingen wijzen uit dat de eerste vrouwelijke premier van Turkije, Tansu Çiller, de grote verliezer wordt bij de parlementsverkiezingen, morgen. Haar conservatieve Partij van het Juiste Pad (PJP) komt ondanks de eerder deze maand overeengekomen douane-unie tussen Brussel en Ankara, niet verder dan een derde plaats. De Turkse kiezers zouden de premier op die manier straffen voor haar economische beleid, als gevolg waarvan een belangrijk deel van het volk verder is verarmd.

De stembusslag lijkt een zege te worden voor haar belangrijkste rivaal, de centrum-rechtse Moederlandpartij van Mesut Yilmaz, direct gevolgd door de religieus-fundamentalistische Welvaartspartij van Necmettin Erbakan. Ook de twee sociaal-democratische partijen, Democratisch Links van Bülent Ecevit en de Republikeinse Volkspartij van Deniz Baykal, halen de nationale kiesdrempel van tien procent. De pro-Koerdische HADEP en de ultra-rechtse Partij van Nationale Actie, blijven, zoals het er nu naar uitziet, beneden die kiesdrempel hangen.

Maar de toonaangevende waarzeggers in Turkije beweren dat de sterren juist gunstig staan voor Çiller. Zij zou in ieder geval haar machtspositie weten te behouden. Het is Yilmaz die volgens hen sombere tijden tegemoet gaat, terwijl de Welvaartspartij op de tweede plaats zal eindigen. Hiermee wordt ook door hen de hoop van Erbakan de bodem ingeslagen.

Tot morgen blijft dus onduidelijk of het Turkse electoraat inderdaad genoeg heeft van mevrouw Çiller, de voorkeur geeft aan de saaie, maar in ieder geval niet corrupte Yilmaz, of dat de noodzakelijke verandering van het politieke klimaat in Turkije toch bij de religieus-fundamentalistische Welvaartspartij wordt gezocht. Tussen de 10 en 20 procent van de kiezers, met name vrouwen, hebben nog steeds hun stem niet hebben bepaald. De algemene indruk is dat het meerendeel van die stemmen uiteindelijk bij de Moederlandpartij terecht komt.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart vorig jaar zette Çiller zich vooral af tegen de separatische Koerdische Arbeiders Partij (PKK) en en de inmiddels ontbonden pro-Koerdische DEP-partij, nu wordt de politieke islam door haar afgeschilderd als een 'groot gevaar voor Turkije'. Haar rivaal, de Moederlandpartij, wordt in datzelfde kamp geplaatst. Partijleider Yilmaz slaat haar evenwel met haar eigen wapen om de oren: Çiller is in het geheim in onderhandeling met de Welvaartspartij om na de verkiezingen samen een regering te vormen, zo houdt hij het volk voor.

Gezien het verbod op het publiceren van opiniepeilingen, bleef lang onduidelijk aan welke van de twee rechtse partijen de Turkse kiezers de voorkeur gaven. Maar nu de kranten de laatste dagen dat verbod openlijk naast zich neeerleggen, lijkt Yilmaz de meeste aanhang te hebben verworven. De twee partijleiders zijn in een strijd op leven-en-dood gewikkeld. Want het is duidelijk dat deze verkiezingen het hoofd gaan kosten van ofwel Yilmaz, ofwel van Çiller. Zelfs de onduidelijkheid omtrent de manier waarop de premier en haar man - een voormalige bankier - hun bezit, met name in de VS, hebben vergaard, wordt als een wapen in die strijd gebruikt. Evenals de douane-unie. Çiller had gehoopt dat die historische overeenkomst haar politiek voordeel zou opleveren in deze verkiezingen, maar een belangrijk deel van dat krediet wordt door de Republikeinse Volkspartij geclaimd, wiens partijleider met name de socialistische fractie in het Europarlement er uiteindelijk toe bewoog voor de douane-unie te stemmen om zo de democratische krachten in Turkije te ondersteunen. Desondanks gebruikt Çiller het als een argument tegen de Moederlandpartij, die ze er van beticht 'tot de krachten te behoren die tegen de economische integratie van Turkije in Europa zijn'. Yilmaz beweert evenwel dat de Turkse premier belangrijke concessies aan Europa heeft gedaan, bijvoorbeeld met betrekking tot de kwestie van het verdeelde eiland Cyprus, om de douane-unie koste wat het koste binnen te kunnen halen.

Sinds de premier bij de parlementsverkiezingen vier jaar geleden door de huidige president Süleyman Demirel de politiek werd binnengeloodsd om de aanhang van de PJP in de steden te vergroten, worden de verschillen tussen de Moederlandpartij en de PJP steeds kleiner. Beide partijen staan rechts van het midden, opteren voor een vrije-markt-economie, willen verdergaande democratische hervormingen, maar maken die ondergeschikt aan de strijd tegen de (Koerdische) terreur. Gezien haar contacten met Europa lijkt mevrouw Çiller juist wat betreft die democratische hervormingen een tikkeltje verder te willen gaan dan Yilmaz. Dat is ook de reden waarom ze een belangrijk deel van haar conservatieve partijkader heeft vervangen en technocraten, bankiers, academici, ondernemers en vrouwen op de kieslijsten van de PJP heeft geplaatst. De oude garde in haar partij steunt evenwel nog steeds op een grotendeels agrarische achterban. De Moederlandpartij is populairder in Istanbul.

Een van de belangrijkste klachten is dat het in deze verkiezingen niet gaat om partij-ideologiën en partijprogramma's, maar om personen. Dat geldt zowel voor de PJP als voor de andere partijen. Het is niemand in het land volledig duidelijk waar de politieke partijen precies voor staan en hoe ze de politieke veranderingen tot stand willen brengen die ze de Turkse kiezers beloven. De indruk is dan ook dat deze stembusslag geen einde zal maken aan de politieke instabiliteit in Turkije. Alleen al de vorming van een nieuwe coalitieregering wordt een krachttoer en wat is de toekomstige rol van de religieus-fundamentalistische Welvaartspartij? Cem Boyner, de leider van de kleine Nieuwe Democratische Beweging, verwijst naar het buurland Griekenland: “Om aan de choas de ontstijgen werden daar drie verkiezingen in twee jaar tijd gehouden.”