Stipjes en streepjes die zich voegen tot een woekerende jungle

Tentoonstelling: Hans Scholze: tekeningen. Centrum Beeldende Kunst, Mondriaanhuis, Kortegracht 11, Amersfoort. T/m 8 jan. Di-vr 10-17 uur, za en zo 13-17 uur. (25 t/m 31 december gesloten). Bij de tentoonstelling is een boek verschenen: Hans Scholze, Het veld heeft ogen, met teksten van Betty van Garrel en K. Schippers. 112 blz., ill. in kleur en zwart wit, ƒ 30,-.

De eerste vierkante centimeter in de linkerbovenhoek van het blad papier is bepalend voor het slagen van de tekening, zei Hans Scholze (1933-1993) ooit in een televisie-interview. Mislukt die eerste vierkante centimeter, dan gaat 'de wandeling', zoals hij een tekening noemde, niet door. Soms moest hij wel dertig keer opnieuw beginnen. Was de eerste centimeter eenmaal gelukt, dan volgde de tekening vanzelf, zonder dat Scholze er voor zijn gevoel verder enige inspraak in had.

In het Mondriaanhuis in Amersfoort is een retrospectieve gewijd aan het merkwaardige oeuvre van deze eenling in de beeldende kunst. Van oorsprong was Scholze binnenhuis-architect; pas op veertigjarige leeftijd besloot hij al zijn tijd te wijden aan het tekenen. Met behulp van een loeplamp spande hij ragfijne webben van zwarte inktlijntjes over het blad. Geen plekje liet hij onbenut. De tekeningen ontstonden in lange werksessies van soms twaalf uur achtereen. Achteraf kleurde Scholze ze wel eens in, om inzicht te krijgen 'in het gebied dat hij doorwandeld had'. Dan ontdekte hij tot zijn eigen verbazing de meest vreemde vormen en voorwerpen. Scholze's werkwijze was dus écriture automatique in zijn zuiverste vorm; zijn hand deed zonder zijn inmenging het werk.

Op het eerste gezicht lijkt Scholze's werk, vooral de tekeningen uit de jaren zestig, verwant aan Zero. De rasterpatronen en structuren die zich ontwikkelen volgens een strenge wetmatigheid, de sobere zwartwitte herhalingen van identieke motieven - blokjes, kruisjes, horizontale en verticale arceringen - roepen het werk van Jan Schoonhoven in herinnering. Maar de koele distantie en de niets ontziende ordening van Zero bevredigden Scholze niet. Stipjes en streepjes bleven zich samenvoegen tot bomen, en de bomen tot een jungle die over het gehele blad heenwoekerde. Hiërogliefen, Azteken-achtige symbolen, zon en wolken duiken op, maskers, oosterse vrouwen, wegen en labyrinthen. Voor wie blijft kijken ontvouwen zich zelfs landschappen en steden, en steeds wisselende perspectieven in het dichte netwerk. Het bekijken van de hele tekening in al haar details zou evenveel tijd kosten als Scholze nodig had om zijn 'wandeling' te maken.

De kinderlijk aandoende beeldtaal, en de dwangmatigheid die er aan ten grondslag lijkt te liggen, zijn er de aanleiding toe dat sommigen het werk van Scholze vergelijken met art brut, de beeldende uitingen van geesteszieken. Maar hiervoor zijn de tekeningen van Scholze toch te ordelijk en beheerst. Hij was niet willoos overgeleverd aan zijn fantasie-wereld. Zijn kunst speelt zich af op een gebied dat ligt tussen de geometrische ordening van Zero en de wilde, naïeve figuratie van art brut. Het is een gebied dat zelden betreden is, en dat Scholze op een fascinerende manier wist te verbeelden.