Peter S., 42 jaar. Ex-gedetineerde; Vrienden verneuk je niet

Wraak is altijd een reactie. Wat ik deed is een reactie op een grote teleurstelling in vriendschap. Ik vergeef tegenwoordig niet zo snel meer.

Als je een keer gebeten bent door een hond, pas je voor iedere hond op.“Ik was weer terug in mijn geboorteplaats Groningen, en dakloos. Daklozen zoeken elkaar op. Op de Grote Markt zagen we elkaar, we kochten bier en zongen de hele dag. Op een gegeven moment bood een jongen mij een kamer aan. Ik had er geen geld voor, maar dat vond hij geen punt. Vanaf dat moment trokken we samen op. Ik noemde hem de Rooie. Samen gingen we op de schoeptoer. Schoepen, dat is pikken. Kleine dingetjes, om weer bier te kunnen kopen. We hebben ook een paar keer vastgezeten op het politiebureau. Altijd samen. De Rooie zat dan altijd tegen die agenten op te scheppen. Eén keer vertelde hij ze dat hij in Duitsland 35 mille kon verdienen. “Op een dag kwamen we een oude vriendin van mij tegen. Ze nodigde ons uit om een pilsje in de stad te drinken. Toen ze wilde afrekenen, kon ze haar portemonnee nergens vinden. Die Rooie zei: “Ik moet effe weg, ben zo terug.” Hij kwam natuurlijk niet terug. Ik kon maar één ding bedenken: dat hij dat geflikt had, met die portemonnee. Heel de uitkering van die vriendin zat erin. Negenhonderd gulden.

“Ik zei tegen al mijn vrienden: als je die Rooie ziet, sla hem in elkaar. De volgende dag kom ik hem tegen op de Vismarkt. Hij rende weg. We zijn met een stel naar zijn huis gereden, hebben de voordeur er finaal uitgetrapt en toen binnen de boel kort en klein geslagen. De buren vonden dat prima, want hij zoop. Kijk, als iemand loopt te jatten van een vriendin van me, dan word ik dus link. Vrienden verneuk je niet. Een dag later hebben mijn vrienden die Rooie het ziekenhuis ingeslagen. Want je weet hoe vriendschap in elkaar steekt: door dik en dun. Dus deden ze dat voor me.

“Op een dag kreeg ik een telefoontje van hem. Hij dreigde: als je nu niet naar me toekomt, kom ik naar jou met blaffers. Dus ik spreek met hem af, op het station, en trek mijn jas aan. Kom ik buiten, staat hij daar al. Hoe kan ik het goedmaken, vraagt-ie. Ik zei dat ik wel wat wist. Ik had namelijk net een lading valse Duitse marken gekocht. Ik zeg: “Rooie, we gaan wat drinken, ik spreek Duits, jij betaalt met de marken en het wisselgeld geef je aan mij.

'' Zo zijn we het hele weekeinde uit geweest om dat valse geld voor echt geld te wisselen. Maar het wisselgeld dat hij me gaf klopte ook niet. Hij belazerde me dus alweer. En stom was hij ook. Want wat doet die lul: hij gaat de maandagmorgen na dat weekeinde naar de supermarkt en betaalt daar met de marken die hij nog had. Toen hebben ze het ontdekt, en is hij gearresteerd.

“De zondag erop ging ik op stap met een vriend van me, weer om marken te wisselen. Ik had een stapeltje daarvan onder de trap verstopt en zei tegen die vriend dat als ik opgepakt zou worden, dat hij dan rustig die marken moest blijven uitgeven. Zodat ik niet meer verdacht zou zijn. Diezelfde dag werd ik gearresteerd omdat ik vals geld uitgaf. Die Rooie zat toen al zes dagen vast op het bureau. Toen ze me bij het verhoor vroegen hoe ik aan dat valse geld kwam zei ik dat ik van niks wist, dat ik het van die Rooie gekregen had en dat ik dacht dat het echt was. Ik gaf hem de schuld. Dat verdiende hij, want hij had die portemonnee gejat. De politie geloofde het eerst niet. Maar ik zeg: jullie hebben toch zelf gehoord, toen we hier de laatste keer vastzaten, dat hij in Duitsland geld zou gaan verdienen! En jullie weten dat hij geld van mijn vriendin gestolen had en dat ik daarom zijn huis kort en klein heb geschopt! Dat geld heeft hij me nu teruggegeven, zeg ik, in marken.

De Rooie ouwehoerde intussen met de andere gevangenen. Als je in vals geld doet, heb je aanzien in de bajes. En als je aanzien hebt, kun je gemakkelijk aan hard-dope komen. Dus de Rooie zei tegen iedereen dat dat geld van hem was. Intussen kwam er wéér een melding van het uitgeven van valse marken, want die andere vriend van me had gedaan wat ik hem had gevraagd en dat stapeltje van onder de trap uitgegeven. Toen geloofde de politie dus dat dat geld niet van mij kwam, maar van de Rooie. De Rooie durfde niet meer te ontkennen. Hij kreeg er van de rechter-commissaris twee jaar voor, en ik maar twee maanden - omdat ik dus wat vals geld had uitgegeven. Zo had ik de Rooie voor twee jaar in de bak gekregen omdat hij die portemonnee had gejat.

“Toen hij vrij was, kwam hij me natuurlijk opzoeken. Eerst dronken we nog gezellig een pilsje in de kroeg. Maar even later, op straat, begon hij me te intimideren. Was hij kwaad omdat hij gezeten had, en niet ik. Nou ben ik toevallig blind voor gevaar, en als iemand geweld wil gebruiken wil ik daar gewoon zo snel mogelijk vanaf zijn. Als het moet geef ik een waarschuwingsprik.

Met een mes ja of wat er voorhanden is. Hij wou wraak. Dus toen hij begon te dreigen ben ik bovenop hem gaan zitten. En maar schoppen en slaan. Ik heb mijn hele hand kapot geslagen. Dat deed pijn hoor. De politie is gebeld, ik heb meteen bekend. Toen ze me op het bureau naar de reden vroegen heb ik gewoon nog een keer gezegd dat het nog steeds vanwege dat valse geld was. Dat hij mij erin geluisd had. Terwijl ik hem erin had geluisd. De Rooie is in het ziekenhuis opgenomen. Zelf kon ik al snel weer naar huis, maar wel half in het gips. Ik heb hem daarna nooit meer gezien.''

“Niemand hoeft mij te vergeven. Je moet jezelf vergeven. Dat heb ik gedaan. Dankzij de bijbel. Want daar staat in van gij zult niet dit en gij zult niet dat, gij zult niet zus en niet zo, maar ook dat je om vergiffenis kunt vragen. Dat je je kunt bekeren als je een zondaar bent. Ik heb dat gedaan. Ik heb in totaal, want er waren ook andere dingetjes, vier jaar in de bajes gezeten. Maar nu ben ik een nieuw leven begonnen. Ik geef voorlichting op scholen over de gevaren van een crimineel zijn. Maar de samenleving doet niet aan vergiffenis, die gelooft niet in bekering. Dus je denkt: ik ga maar weer eens een supermarkt overvallen. Want óf je hebt dan tenminste geld, óf je komt weer in de gevangenis. Daar heb je in ieder geval onderdak, en het is er vaak een stuk aangenamer dan buiten.”