Over aanstoot en afstand; De rust van het denken

Boos? In vier dagen moet het lukken: zoek een tegenspeler, repeteer en open dan op tweede kerstavond de schuifdeuren. Dialoog voor wraakzuchtigen.

Personages: de schrijfster

de vriendin

Locatie: een woonkamer

(De schrijfster zit aan tafel tegenover een vriendin, ook schrijfster. Op die tafel: resten van een maaltijd, een halfvolle fles wijn en een pakje sigaretten.)

SCHRIJFSTER

Ik heb mijn vader maar niet verteld hoe de zaak écht in mekaar zat.

VRIENDIN

Waarom niet?

SCHRIJFSTER

Hij vindt dat schrijven van mij maar niks. Verdient te weinig, enzovoorts. Als hij dít zou horen... 't Zou koren op zijn molen zijn.

VRIENDIN

Ja.

(Schenkt glas vol.)

't Is ook een vreselijk verhaal. Ik bedoel... Dat de dikke dramaturg op je geilt is nog tot daar aan toe. Dat hij het openlijk en smakeloos doet is al wat erger. Maar dat hij je vervolgens van de opdracht af zet, omdat je niet met 'm wil vozen... En dat hij dan beweert dat jouw film in wezen zijn idee is

dat hij dat zwart op wit heeft in zijn aantekeningen, dat hij de basis zou hebben gelegd tijdens brainstormsessies met jou... Dat is allemaal... Zo'n enórm cliché! Zó schaamteloos! Dat gelooft geen mens meer.

SCHRIJFSTER

Nee.

VRIENDIN

Dit laat je toch niet over je kant gaan, mag ik hopen. In godsnaam!

SCHRIJFSTER

't Kan toch best zijn dat hij meent wat hij zegt? Dat het scenario niet voldoet in zijn ogen, dat hij niet het idee heeft dat er bij mij 'meer uitkomt dat er nu in zit?' Ik ben niet zo van mezelf overtuigd...

VRIENDIN (Onderbreekt.)

Doe toch niet zo raar! Hij zei toch juist dat het nog niet afgekeurd hoefde te worden? Dan ga jij niet in op zijn avances en een paar dagen later belt hij dat je exit bent. Lijkt me toch een kwestie van oorzaak en gevolg.

SCHRIJFSTER

Ja... Dat wel.

(Vriendin snuift van woede.)

VRIENDIN

Ik kén bovendien de kwaliteit van jouw werk. Dat is beter dan wat hij wél laat passeren. Maar als je had toegegeven...

SCHRIJFSTER (Verbeten)

Hou op. Hou op.

(Pauze. Trommelt met vingers op tafel.)

Ik weet toch al niet waar ik heen moet met mijn woede. Ik had 'm zijn ogen uit willen krabben. Ik heb me zo zitten opfokken. Dagenlang barstende koppijn gehad. Hij heeft me mijn werk afgepakt.

VRIENDIN

Nou, doe dan iets!

SCHRIJFSTER

Wat dan?

VRIENDIN

Weet ik veel. Oog om oog. Bedreig 'm telefonisch. Steek zijn huis in de fik. Doe 'm een proces aan. Iets!

SCHRIJFSTER (Ineens heel droog.)

Oh. Ik wilde 'm vermoorden.

(Ze lachen.)

VRIENDIN

Heel goed! Nog beter! Ik help je hoor.

SCHRIJFSTER

Ja, jij lacht erom.

VRIENDIN

Nee, ik meen 't.

(Pauze. Lachen niet meer. Schrijfster kijkt vriendin aan. Vriendin slaat blik niet neer. Schrijfster kijkt weg.)

SCHRIJFSTER

Eigenlijk... eigenlijk was dat gesprek met hem heel geestig. Nog terwijl ik er zat, stelde ik me voor wat een derde zou zien, als hij van een afstandje naar ons keek. Twee mensen die regelmatig glimlachen, elkaar eigenlijk zelfs aardig lijken te vinden. Maar een glimlach is een lege vorm. In dit geval het masker van haat. Waarom hij mij haat weet ik niet, misschien omdat ik schrijf en hij dat ook graag had gewild.

VRIENDIN

Natuurlijk. Hij haat je talent.

SCHRIJFSTER

Waarom? Stel, hij vindt echt dat ik talent heb, wat dan nog? Zijn eigen positie is toch veel prettiger? Hij heeft macht. Ik heb op dit moment niet eens een inkomen, ik ben niks. En dan ook nog aan me willen zitten, en wanneer ik weiger, hup, meteen wraak.

VRIENDIN

De zwakken pakken. Dat is een natuurwet.

SCHRIJFSTER

Beschaving is maar een vernisje.

VRIENDIN

Natuurlijk. Dat is niks nieuws. Als het niet meer in je belang is om beschaafd te zijn, en je hebt enig overlevingsinstinct, dan vecht je met de middelen die je hebt.

(Pauze. Vriendin schudt het hoofd. Wil een sigaret uit het pakje halen. Dat lukt niet meteen. Driftig.)

Alles minder dan moord maakt hem alleen maar sterker. Zelfs als jij een proces tegen hem zou aanspannen en je zou het winnen, dan zou hij daarna nog volhouden dat het eigenlijk laster was van een mislukte schrijfster, jij zou de naam krijgen van een lastpak, je zou niet veel werk krijgen, geloof me, en je zou niet weten waar het aan lag. (Pauze. Ze steekt haar sigaret aan.)

SCHRIJFSTER

Dus het is de moeite niet. Een proces. Het heeft uiteindelijk geen zin.

(Pauze.)

VRIENDIN

Nee. Pyrrhusoverwinning. Jij zult altijd die schrijfster blijven die seksueel geïntimideerd is. Ook al is het waar: het is een verkeerd soort aandacht, het leidt af van waar het om gaat. Je werk.

(Pauze.)

Horen, zien en zwijgen. Wie onbesproken is, is vrij. Wie niet spreekt, geeft geen aanstoot.

(Pauze.)

SCHRIJFSTER

Weet je, als je overweegt iemand te vermoorden, als je er écht over gaat nadenken, als je beseft dat dat de enige manier is om wraak te nemen... dan word je erg kalm. Berekenend. Ik zag het voor me, als in een film. Ik weet waar hij woont, vlak bij mij eigenlijk. Ik stelde me voor dat ik 'm eerst op straat zou zien, bij 't boodschappen doen. Ik volgde 'm naar z'n etagewoning, onopgemerkt. Hem naar binnen laten gaan. Een tijdje later aanbellen. Hij deed open, glimlachje, verrast, maar ik mocht binnen. Ik liep achter hem aan naar de huiskamer. Ik zag die dikke rug. Hij draaide zich om en ik schoot. Geen aarzeling. Quentin Tarantino, bloed, kogelgaten. Daarna rustig weggaan. Waarheen met het pistool. In 't IJ. Zorgen dat niemand je ziet. Klaar. Niet eens zo moeilijk.

(Pauze.)

Ik zie 't nu weer voor me. Alsof het werkelijkheid is geweest. En zo ging het steeds, de afgelopen tijd. Ik kwam niet meer van hem los. Ik kon niet meer werken, me nergens op concentreren. Zijn pens getatoeëerd op mijn netvlies, zijn 'zonder meer' geëtst in mijn oor...

VRIENDIN (Lacht.)

Ja! Ja!

SCHRIJFSTER

...zonder meer dit, zonder meer dat...

VRIENDIN (Imiteert de dikke dramaturg.)

'Ik kom ook wel eens in de studio hoor. Genieten! Zonder meer!' SCHRIJFSTER

...al die nikserige zinnetjes van hem zeurden door mijn kop. 's Nachts, overdag. Ik heb hem duizend keer vermoord. Ook laten martelen natuurlijk, door de ganse junta van Pinochet. Van alles.

(Pauze.)

Maar ik zal niks doen. Als ik hem morgen in de stad tegenkom wens ik hem een fijne kerst en een gelukkig nieuwjaar, snap je. En ik meen 't nog ook.

VRIENDIN

Dat snap ik niet. Dat wil ik niet snappen.

SCHRIJFSTER

Oh nee? Jij hebt toch ook met hem te maken gehad? Heb jij daarna iets tegen hem ondernomen?

VRIENDIN

Ik had er geen reden voor. Op mij viel hij niet.

SCHRIJFSTER

Ja zeg! Jouw scenario moest hij ook niet. Je kon er nog mee naar een andere producent, hij had de rechten niet.

VRIENDIN

Okee okee. Je hebt gelijk.

SCHRIJFSTER

Daar gaat 't niet om. Ik probeer je uit te leggen hoe die dingen werken. Ik bedoel, je neemt je van alles voor, misschien vind je jezelf op een goeie dag ook écht op straat terug met een busje haarlak in je hand waarmee je hem in z'n ogen spuit... Misschien wel. Maar juist omdat het zo voorstelbaar is, doe je het niet. Onze cultuur, de basis, is zelfbeheersing. Je néémt geen wraak. Dat doe je niet! Net zo min als je iemand vergeeft. Je vergéét. Uiteindelijk.

Die dikke dramaturg, die bestaat op een gegeven moment niet meer voor me, ook al weet híj dat niet. Ik heb dan met hem afgerekend. In mijn hoofd. Ik bedoel

dat bedenk ik nu. Om iets niet te doen moet je het eerst hebben overwogen. En die overweging moet een échte overweging zijn. Je mag er best een tijdje gek van worden. Maar je moet je fantasie de vrije loop laten. Als catharsis gebruiken. Ja. Toch?

VRIENDIN (Leegt haar glas.)

Als je fantasie hebt.

SCHRIJFSTER

Die heeft iedereen.

VRIENDIN

Jawel. Maar er zijn ook mensen die aan een wraakzuchtige verbeelding niet genoeg hebben. Ik bedoel, jij kunt dat wel ontkennen, maar dat is tamelijk onzinnig. 't Is aan de orde van de dag. Wraak wordt elke dag gepraktizeerd...

(Schenkt haar glas nog eens vol.)

...door mensen die zich niet meer willen of kunnen beheersen. Of die het gewoon lekker vinden.

SCHRIJFSTER

Maar dat is toch niet interessant? Natuurlijk is dat zo. Maar het nieuws...

(Vriendin kijkt vragend naar de fles.)

... nee ik niet meer, maar het nieuws van alledag focust al op wraak. Elk spannend verhaal doet dat. Er is nooit aandacht voor de main stream, voor alles wat niet bijzonder is, voor het dagelijks leven zoals het is en waaróm het zo is. De journalist bericht over rokende puinhopen, niet over mij en mijn probleem met de dikke dramaturg. Dat is nog helemaal niet interessant, geen nieuws. Omdat het nog in mijn hoofd zit. Tot ik hem iets aandoe. Of mezelf.

VRIENDIN

Ja. Goed. Wat wil je daarmee zeggen?

SCHRIJFSTER

Dat ik een gewoon, doodnormaal mens ben. Dat ik handel zoals een gewoon, doodnormaal mens. Je kunt veel hebben, voor je vindt dat je iemand echt te grazen moet nemen. Geldt althans voor mij. Er is een hele hoge drempel, die alleen maar hoger wordt naarmate ik ouder word. Maar in mijn hoofd wreek ik me wél. Leef ik me uit. Daar is 't een spookhuis.

(Pauze.)

VRIENDIN

Dus als jij zegt dat je hem wil vermoorden...

SCHRIJFSTER

Dan zeg ik dat pas... als ik het al heb overwogen en uitgeleefd. Ik had, maar dat bedenk ik me nu, met jou niet over die moordplannen gesproken als ik er nu nog mee rondliep. Dan had ik ze voor me gehouden. Het moet al verleden tijd zijn. Geschiedenis.

VRIENDIN

Ja, je moet afstand hebben... Maar je haat die man nog steeds.

SCHRIJFSTER

Ik moet hem zien te mijden. Wat die man doet is onvergeeflijk. Niet alleen in mijn geval. Hij doet elke dag iets onvergeeflijks.

VRIENDIN

Ja. En vergeven is niet erg in de mode geloof ik.

SCHRIJFSTER

Dat komt door de ontkerstening. Steeds minder mensen weten waar ons begrip voor moraal vandaan komt. Maar verder is 't een definitiekwestie, vergeven. Ik bedoel, ik ben ervan overtuigd dat een mens niet bestaat uit zijn daden, maar uit wat hij niét doet. Ik hoop een beschaafd persoon te zijn. Beschaafde mensen kunnen zich beheersen, ze kunnen goed dingen nalaten. In die zin probeer ik de dikke dramaturg misschien te vergeven. Ik stel mijn wraak uit, door die wraak eindeloos te overwegen. Door de executie voor me te zien, in alle gruwelijke details. En uiteindelijk word ik er zelf moe van. Moe van mijn eigen wraakgevoelens. Daarmee verdwijnt de obsessie, de verblinding. En ik kan weer verder. Ik kom tot rust. Ik heb mezelf letterlijk rustig gedacht. Terwijl ik helemaal niets heb gedaan, niet gewroken, niet vergeven. (Pauze.)

VRIENDIN

Misschien werkt het zo voor jou. Maar je kunt ook zeggen: je bent gewoon te laf om het echt tegen hem op te nemen. Je durft niet, uit angst voor de consequenties. Je vlucht in je fantasie en zegt op een gegeven moment: ach, ik ben't nu wel kwijt. Terwijl de tiran ondertussen gewoon blijft zitten. En hij wéét niet eens welke wraakgevoelens jij hebt gekoesterd.

SCHRIJFSTER

Nee, en misschien kan hij zich die ook niet voorstellen. Ik vraag me af hoe hij zich voelt na zo'n actie tegen mij. Hoe rolt hij 's avonds zijn bed in? Hij is oud genoeg om het verschil tussen goed en kwaad te kennen. Niemand wil toch op zijn oude dag moeten constateren: wat een klootzak ben ik geweest?

VRIENDIN

Oh, hij valt rustig in slaap. Hij heeft een gigantisch bord voor zijn kop. Voor hem was het routine. Opwindend ook. De kat houdt van de muizen waarmee hij speelt. Het is zijn natuur.

(Pauze.)

Misschien, als hij heel oud wordt. Misschien dat hij zich dan iets afvraagt. En als hij zijn macht kwijtraakt. Dan wordt hij hulpeloos.

SCHRIJFSTER

En rancuneus.

VRIENDIN

Ja, maar daar kan hij niks meer mee, zonder macht.

(Pauze. Ze roeren niks meer aan. Geen drank. Geen sigaretten.)

SCHRIJFSTER

Ik probeer 't te relativeren. Tirannen moet je óverleven, met geïnstitutionaliseerde domheid moet je léren leven. Deze man valt vanzelf wel om, op termijn. Als een rotte boom. Daar hoeft niemand iets voor te doen.

(Pauze.)

VRIENDIN

Jij gaat 't nog ver schoppen.

SCHRIJFSTER

Hoezo?

VRIENDIN

Iemand die zo praat. Die vindt uiteindelijk alles wel best. Zogenaamd. Nooit een conflict met jou. Jij wordt door iedereen aardig gevonden. Je laat de dingen over je heen komen met een oosterse rust, begripvol, vergevingsgezind. Schijnbaar dan. Want van binnen ziet 't er anders uit. Daar verkankert 't. Wil je dat? Wil je zo iemand zijn? Zo huichelachtig?

(Pauze.)

SCHRIJFSTER

Huichelachtig? Waarom huichelachtig? Eerder onverschillig.

VRIENDIN

Nee nee. Helemáal niet onverschillig.

SCHRIJFSTER

Uiteindelijk wel. Uiteindelijk laat hij me toch onverschillig.

VRIENDIN

Ja zeg. Vraag niet na hoeveel hoofdpijn. Jij bent in staat eindeloos te proberen iemand die jou iets aandoet te begrijpen.

(Pauze.)

SCHRIJFSTER

Trouwens. Weet je wat hij tegen me zei, toen ik hem aansprak op de rust in dat gebouw?

VRIENDIN

'Dat is de rust van het denken. Hier zitten mensen die overal boven staan.'

SCHRIJFSTER

Oh. Ik had 't je al... ik herhaal mezelf.

VRIENDIN

Ja.

(Pauze.)

SCHRIJFSTER

Toch mooi gezegd van hem, vind je niet?

VRIENDIN

Wat? Mensen die overal boven staan?

SCHRIJFSTER

Nee. De rust van het denken.

(Pauze.)

VRIENDIN

Bombastisch. Grote woorden.

SCHRIJFSTER

Ja?

(Pauze.)

Ja. Misschien wel.

(Pauze.)

Ach ja...

(Pauze.)

Misschien probeer ik hem wel te begrijpen, niet alleen omdat ik te naïef bén

maar omdat ik zo wil zijn. Ik wil geloven in een zekere objectiviteit. Niet in iemand die schaamteloos zijn macht misbruikt, terwijl het bedrijf waarvoor hij werkt hem rustig zijn gang laat gaan.

VRIENDIN

Hoezo?

SCHRIJFSTER

Anders was hij toch al lang ontslagen?

VRIENDIN

Zijn superieuren weten hier helemaal niks van.

SCHRIJFSTER

Denk je?

VRIENDIN

Ja.

SCHRIJFSTER

Dan wordt 't tijd dat ze 't horen.

VRIENDIN

Van wie? Van jou? Waarom zouden ze jou geloven? Wat kun je bewijzen?

(Pauze.)

SCHRIJFSTER

Niks.

VRIENDIN

Nou dan.

(Ze kijken elkaar aan. Lang.

Donkerslag).

Ruud van Meegen (Heerlen, 1959) schrijft theaterteksten en scenario's voor film en televisie. Voor zijn toneeltekst 'De Egyptische schaatser' ontving hij een maand geleden de Mediamaxprijs en de Media persprijs van het Festival van het Ongespeelde Stuk.

(c) Ruud van Megen, i.o. van NRC Handelsblad