'Ik ben een liefhebber van het zuivere boksen'

De Amerikaan Stan Hoffman is de architect achter de wereldtitel van bokser Regilio Tuur, die vanavond in de Amsterdamse Rai voor de vierde keer zijn titel op het spel zet. “Het publiek komt naar het boksen om twee mannen elkaar wezenloos te zien slaan.”

AMSTERDAM, 23 DEC. Stan Hoffman is nog niet vergeten met hoeveel argwaan zijn Amerikaans optimisme in Nederland werd ontvangen. Drie jaar geleden presenteerde hij zichzelf trots als de nieuwe manager van bokser Regilio Tuur. Bij zijn eerste optreden kondigde Hoffman vol overtuiging aan dat Tuur wereldkampioen zou worden.

“Iedereen lachte me uit”, vertelt Hoffman op de dag dat hij zijn 64ste verjaardag viert. Maar zijn selectie-criteria zijn eenvoudig. “Ik neem boksers in mijn stal omdat ik jonge sporters een kans wil geven hun droom te verwezenlijken. Ik wil ze in staat stellen wereldkampioen te worden. Maar ik contracteer alleen boksers die zo'n kans, als die komt, ook echt zullen grijpen. Dat was zo met Regilio Tuur. Dat is zo met Orhan Delibas en Don Diego Poeder. Ook zij worden wereldkampioen.”

Hoffman heeft een lange, dunne vlecht op zijn rug. Deze week liep hij in trainingspak door het Amsterdamse Marriott Hotel, waar Tuur met de zijnen hun trainingskamp hadden opgeslagen. Hij voelt zich lekker in de sportkleding en vroeg of het goed was dat hij zich niet omkleedde voor de foto. “This is me.” De Amerikaanse manager van de drie Nederlandse boksers voldoet niet aan het clichébeeld van de boksmanager in strak pak met zonnebril.

Hoffmans eerste stappen in de grote wereld zette hij op het canvas van een boksring. Zijn ouders waren arm en de familie leefde van maaltijdbonnen. De kleine Stan koos boksen als uitweg. “Ik was geen twee meter lang, geen anderhalve meter breed, ik had niet de armen om homeruns mee te slaan. Dus moest ik wel vechten, moest ik wel boksen.” Hoffman bracht het in de jaren vijftig tot de finales van het toernooi om de Golden Gloves, het Amerikaanse amateurkampioenschap.

Zijn huidige beroep en succes - hij begeleidde zestien boksers naar een wereldtitel - is geen bewust uitgestippelde carrière. Hij is financieel niet afhankelijk van het sportieve succes van de boksers uit zijn stal, die uit elf professionals bestaat. Zijn eerste carrière speelde zich af in de muziekindustrie. Hij had een uitgeverij en was de baas bij het platenbedrijf Prelude, de grootste onafhankelijke label met zwarte muziek van de Verenigde Staten. Hoffman was bijvoorbeeld verantwoordelijk voor Ding-A-Ling, de enige nummer-een-hit van Chuck Berry.

Al die jaren bleef hij het boksen van nabij volgen. Als een typische, voormalige vuistvechter stond hij bij wedstrijden met gelijkgestemde geesten over vroeger te kletsen en bezocht hij de sportscholen om het jonge talent van goedbedoelde kritiek te voorzien. “In 1980 kwam iemand bij me op de zaak met een cassettebandje met muziek. Vreselijke muziek, wist hij ook. Maar vroeg hij, wil je niet twee boksers managen? Het duo zou voor de Verenigde Staten naar de Olympische Spelen in Moskou zijn gegaan als de president geen boycot had afgekondigd. Daardoor wisten ze plotseling niet wat ze moesten doen.” Hoffman hoefde er niet lang over na te denken. Hij verkocht zijn bedrijf voor een paar miljoen en werd boksmanager. “Ik bleef hetzelfde werk doen. Alleen was overal het woord muziek vervangen door het woord boksen. Boksen is ook entertainment.”

Tuur heeft veel aan zijn nieuwe manager te danken. Nadat Tuur zijn vorige baas, Bill Bikoff, had vervangen door Hoffman, kreeg hij binnen anderhalf jaar de kans voor de wereldtitel te boksen. Hoffman is net als Don King, de promoter van onder anderen Mike Tyson, nauw verbonden met Top Rank. Dit promotie-bureau regeert de bokswereld.

Tuur is wereldkampioen van de WBO, één van de vier boksbonden. De drie andere bonden erkennen andere boksers als hun kampioen in het supervedergewicht. “Het begon met één bond die titelgevechten mocht uitschrijven”, legt Hoffman uit. “Maar binnen die bond ontstonden meningsverschillen over de regels en over samenstelling van de ranglijsten. Dus kwam er een tweede bond. Daarin ontstonden weer meningsverschillen, enzovoorts, enzovoorts. Uiteindelijk draait alles om geld. Daarom is het waarschijnlijker dat er over een paar jaar acht boksbonden zijn, dan dat de huidige bonden de titel zullen verenigen.” Hij kan de kritiek op de onoverzichtelijkheid niet delen. “Teveel titels? Voor wie? Niet voor de boksers zelf. Er kunnen er meer kampioen worden. Niet voor de bonden. En bovendien: wie bepaalt wat te veel is. Hoeveel mensen passen er op deze planeet? Vier miljard of acht miljard? En wat zou je er aan willen doen?”

Hij erkent dat er onduidelijkheid bestaat over wie de ware wereldkampioen bij de zwaargewichten is. “Ik zeg Riddick Bowe, misschien in de toekomst weer Mike Tyson. Maar het grote publiek in Amerika zal op dit moment kiezen voor George Foreman, hoewel die de titel heeft van de WBO, de zogenaamd minst belangrijke bond. Dat bewijst dat het niet om de bonden, maar om de kampioenen zelf gaat.”

De huidige populariteit van Tyson, die een gevangenisstraf heeft uitgezeten wegens verkrachting, verbaast Hoffman niet. “Ik denk dat Tyson niet schuldig is aan de misdaad waarvoor hij veroordeeld werd. En zo denken de meeste Amerikanen er over. In de ring vertegenwoordigt hij het beest, de brute kracht. Ik ben een purist en houd van het zuivere, schone boksen, maar de meeste mensen komen toch naar een bokswedstrijd om twee mannen elkaar wezenloos te zien slaan. Daar is Tyson het belangrijkste voorbeeld van.”

Als het gevecht om een andere titel hem wordt aangeboden. zal Tuur daar wel op in willen gaan, zegt Hoffman. Maar het is geen doel. “Hij wordt er niet 'extra wereldkampioen' van, hij zal er geen dollar extra door verdienen. Dus waarom zou je het doen.” Tuur bokst vanavond tegen de Italiaan Giorgio Campanella. Hoffman wil aan het einde van de zomer van volgend jaar een gevecht arrangeren tegen de Ghanees Azumah Nelson, een 37-jarige legende in Tuurs gewichtsklasse. “Zijn volgende tegenstander moet elke keer sterker zijn dan de vorige”, luidt het parool van Hoffman. “Want je wordt beter of je valt van je voetstuk, een tussenweg bestaat niet.”