Herijking

MAX VAN DEN BERG en BRAM VAN OJIK: Kostbaarder dan koralen. Beschouwingen over ontwikkelingssamenwerking

140 blz., Novib/Van Gennep 1995, ƒ24,50

In het debat over de 'Herijking' van het buitenlands beleid, waarin de departementen van buitenlandse zaken, ontwikkelingssamenwerking en economische zaken nauwer dan ooit samenwerkten, bleek dat minister Pronk voorlopig 0,8 procent van het Bruto Nationaal Produkt aan ontwikkelingssamenwerking kan besteden. Hij toonde zich daarmee tevreden. Ten minste zo belangrijk is voor hem dat hij voortaan over onderwerpen kan meepraten die zijn departementale werkterrein raken, zoals de economische belangen van Nederland in ontwikkelingsgebieden. De economische kant van de buitenlandse politiek wordt in de Herijkingsnota immers voor het eerst op waarde geschat. Wel kreeg Pronk direct nul op rekest met zijn protest tegen de wapenverkoop aan Botswana. Botswana is een stabiele democratie die participeert in vredesoperaties, besliste minister van buitenlandse zaken Van Mierlo.

Met zo'n illustratie van herijkt buitenlands beleid hebben Max van den Berg en Bram van Ojik, auteurs van Kostbaarder dan koralen, geen rekening gehouden. De directeur van Novib en de voorzitter van Milieudefensie zijn weliswaar blij dat de economische component voortaan duidelijk naar voren komt, maar in hun boek vergeten zij dat er ook handel bestaat die ogenschijnlijk weinig relevantie heeft voor economische en maatschappelijke ontwikkeling van een land. Hun aandacht is geheel en al gericht op de vervlechting van hulp en economisch belang bij ontwikkelingssamenwerking. Daarbij bekritiseren ze het vaak onderbelichte feit dat een groot deel van de hulpgelden in Nederland moet worden besteed. Nederlandse bedrijven en consultants profiteren flink van deze gebonden donaties. Er is in zekere zin enige moed voor nodig om vanuit het hart van de ontwikkelingssector te schrijven dat economische en politieke belangen niet minder belangrijk zijn dan morele aspecten. Van den Berg en Van Ojik betogen dat ontwikkelingssamenwerking ten onrechte en te lang een heilig boontje-imago heeft gehad. In werkelijkheid is er altijd, zo stellen zij, een ruimer belang geweest dan charitas alleen, en in de praktijk zijn economische, politieke en morele motieven meestal niet uit elkaar te houden. Waar ontwikkelingssamenwerking zich volgens Van den Berg en Van Ojik in de toekomst vooral op moet richten, is armoedebestrijding. Daar ligt voor Pronk de belangrijkste taak in een herijkt buitenlands beleid. Door meer te investeren in structurele ontwikkelingsprocessen, hoeft later minder geld aan noodhulp te worden besteed. Van den Berg en Van Ojik leggen zo de nadruk op de lange termijn en minder op de korte.

Echte armoedebestrijding zal volgens hen op den duur het meeste rendement hebben.

Op deze manier geven Van den Berg en Van Ojik een gepaste bijdrage aan de in de laatste jaren terecht oplaaiende discussie of de ontwikkelingshulp nu wel helpt. In dat debat werd door bijvoorbeeld Bolkestein gepleit voor de vervanging van ontwikkelingssamenwerking door het geven van noodhulp en de werking van de vrije markt, maar uiteindelijk bleef ook hij steken in een oer-Hollands gekissebis over hoe hoog de bedragen mogen zijn. Van den Berg en Van Ojik overstijgen die 'procenten-discussie'. Zij ontkennen niet dat veel hulp is mislukt, maar zij tonen door analyse van het verschijnsel armoede, en van de manieren om het te bestrijden, ook aan dat ontwikkelingssamenwerking door de decennia heen wel degelijk heeft geholpen.

Hoewel het boek inzicht biedt in de mechanismen die bij hulp een rol spelen, is het jammer dat Kostbaarder dan koralen zich beperkt tot het perspectief van de donor, met name van een organisatie gespecialiseerd in projecten zoals Novib. Dat is de reden dat zoiets alledaags als de behoefte aan wapens van een stabiele democratie in Afrika niet aan de orde komt. In zoverre is Kostbaarder dan koralen uiteindelijk toch een conservatief boek: een pleidooi voor de Novib-methode als vorm van zelfbehoud.