Heineken in Birma

Het artikel van Lolke van der Heide over Birma (NRC Handelsblad, 30 november), geeft een beeld van de tactieken die de militaire dictatuur toepast om de democratische oppositie het leven onmogelijk te maken. Wat het artikel niet vertelt is de onfrisse rol die buitenlandse bedrijven spelen in Birma. Onder deze bedrijven bevinden zich o.a. Total, Pepsi en Heineken.

Heineken investeert in Birma en ondersteunt daarmee het militaire regime dat door Amnesty International wordt bestempeld als een van de ergste mensenrechtenschenders ter wereld. Een joint-venture van Heineken in Singapore, APBL (Asia Pacific Breweries Limited) is samen met de Union of Myanmar Economic Holdings een brouwerij aan het bouwen, die Myanmar Brewery Limited (MBL) zal gaan heten. Deze holding is volledig in het bezit van (ex-)militairen en heeft haar kantoor in het ministerie van defensie. De brouwerij zal naar verwachting september 1996 operationeel zijn.

In de VS zijn boycots aan de gang tegen Texaco, Heineken en Pepsi Cola die toch in Birma investeren. Heineken geeft echter geen krimp. Heinekens verklaring: “De ervaring leert dat door de aanwezigheid van internationale bedrijven de economische en politieke situatie meer kans krijgt te verbeteren en zodoende het welzijn van de bevolking. Dit heeft vaak een positief effect op processen van democratisering.”

Democratisering in Birma kan alleen plaats vinden als de ijzeren greep van de SLORC op het land afneemt. Met een joint venture die zo duidelijk de militairen ten goede komt, laat Heineken zien dat zij meer bezorgd is over de winstcijfers van het concern dan over het welzijn van Birma's burgers.