Embert Verhoeven, 57 jaar. Plebaan van de St. Jan in Den Bosch; Vergeven is het wezen van het mens-zijn

Laatst zag ik dat televisieprogramma 'Het spijt me' voor het eerst. Ik was verbaasd en verrast. Mensen snakken kennelijk nog steeds naar vergeving. Maar het is zo moeilijk om ertoe te komen. Er moet altijd weer bij bemiddeld worden.

“In 1963 ben ik tot priester gewijd. Ik werd kapelaan in het Gelderse gedeelte van het bisdom 's-Hertogenbosch. Daar had je een heel levendige biechtpraktijk, vooral rond kerst en pasen. Dat was best vermoeiend. Je zat dan bijna de hele week in de biechtstoel, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Soms tot vlak voordat de nachtmis begon. Buitenstaanders vonden het altijd geweldig interessant, geheimzinnig. Maar wat mensen tijdens de biecht tegen me zeiden ging eigenlijk het ene oor in en het andere weer uit. Ik vond het veel belangrijker dat ik een stukje vergeving namens Christus kon aankondigen. Dat is verschrikkelijk mooi en positief, om te kunnen zeggen: je mág een nieuw begin maken.

“De biecht bestaat uit drie elementen: berouw, belijdenis en voldoening. Berouw betekent dat je moet menen wat je zegt. Ik ben er altijd vanuit gegaan dat mensen dat doen. Kinderen hebben inderdaad nog wel de neiging iets te verzinnen. Dat ze uit de suikerpot hebben gesnoept, ja. Zij moeten het nog leren. Ze vinden het vaak eng, zo'n donker hokje. Al pratende kon ik ze altijd wel tot een belijdenis brengen. Meestal ging dat over ruzie. Maar ook voor volwassenen is het vaak niet gemakkelijk om hun schuldgevoel te verwoorden. Daar gaat het bij de belijdenis om: exact onder woorden kunnen brengen wat er fout is gegaan. Als dat lukt, is dat al een signaal dat je de juiste intentie hebt. Dan mag ik namens Christus zeggen dat het voornemen om het beter te gaan doen, een heel goede zaak is. En komen we toe aan de voldoening, wat wil zeggen dat je iets extra goeds doet om de gebroken verhoudingen weer te herstellen.

“Met het biechtgeheim heb ik nooit moeite gehad. Het heeft altijd heel zwaar gegolden. De kennis die je uit de biecht had moest je goed afschermen. Zorgen dat het je niet persoonlijk beïnvloedt. Theoretisch kunnen er natuurlijk heel zware dingen gebeurd zijn. Bij moord is vergeving niet vanzelfsprekend. Toch probeer je dan een weg te vinden naar verzoening. In mijn praktijk heb ik altijd vergeving kunnen uitspreken. Al zijn daar soms wel indringende gesprekken aan vooraf gegaan. De biecht is zeker geen automaat waar je een muntje ingooit voor wat vergeving. Je leert er waarden en normen. Het is ook een vorm van levensbegeleiding. Voor veel mensen zat er troost en bemoediging in. Dat weet ik zeker.

“De privé-biecht is in de zevende eeuw vanuit het Iers-Angelsaksische christendom bij ons terecht gekomen. Voor die tijd was de biecht hier gemeenschappelijk. Binnen de rooms-katholieke kerk is er nu weer sprake van bezinning op de biechtpraktijk. Er wordt, soms heel terecht, geconstateerd dat er formalisme ingeslopen is. Dat de biecht dieper beleefd moet worden. Daarom zijn er nu meer gemeenschappelijke boetevieringen en loopt de privébiecht terug. De biechtstoelen zijn vervangen door biechtkamers. Je zit samen aan tafel, en daardoor is er meer dialoog ontstaan. Mensen hebben de privébiecht vaak als moeilijk ervaren, omdat het een monoloog was. En er zat meer druk achter. Als er veel mensen op de biecht stonden te wachten en je zat lang in die biechtstoel, werd er al snel gedacht dat je dus veel op je kerfstok had.

“Je ziet dat verhoudingen tegenwoordig heel gemakkelijk verharden. Want in deze moderne tijd hebben mensen een heel hoog en positief zelfbewustzijn. Dat maakt het heel moeilijk om je fouten toe te geven. Maar dat je kunt vergeven en goed maken, dat is het wezen van het mens-zijn. En in de verhouding met God speelt verzoening natuurlijk ook een grote rol. De Christelijke geloofstraditie, gebaseerd op de joodse traditie, is er een van barmhartigheid en vergeving. In de joodse traditie wordt Christus de vraag gesteld hoe vaak hij wil vergeven. Degene die die vraag stelt, vindt zeven keer al erg veel. 'Nee', zegt Christus, 'je moet zeventig maal zeven keer vergeven'. Bijna dagelijks dus. “Barmhartigheid kan zeker samengaan met onverdraagzaamheid. Terwijl het elkaar in wezen zou moeten uitsluiten. We proberen het jaar tweeduizend daarom een jaar van verzoening te laten zijn. Tussen christenen, joden en islamieten. Het is de bedoeling dat er dan een gezamenlijke bijeenkomst belegd wordt rond de berg Sinaï. Want we hebben allen een God die barmhartig is. Dat is de sleutel voor betere verhoudingen. Maar ook de christelijke kerken geven elkaar soms te weinig signalen van vergevingsgezindheid. We zoeken nu naar wat ons bindt. Het woord 'dialoog' is de sleutel geworden. Maar die dialoog is soms nog steeds gebrekkig.”

“Uit eigen ervaring weet ik dat vergeving niet vanzelfsprekend is in het leven. Oog om oog, tand om tand is het oergevoel van de mens om zichzelf te handhaven. Maar als je lang met wraakgevoelens moet rondlopen, dan sloopt dat je. Wraak brengt uiteindelijk nooit een oplossing. Je moet je hoofd kunnen buigen. Dan ben je al heel ver.”