Duitsland; De spanning tussen gisteren en vandaag

BONN, 23 DEC. Ignatz Bubis, voorzitter van de Centrale raad der joden in Duitsland en lid van het FDP-bestuur, houdt wel van een grap. Soms ook van een bittere grap. Een voorbeeld daarvan gaf hij onlangs in Hamburg. Namelijk op een symposium-achtige bijeenkomst in die stad waar gesproken werd over het afgelopen voorjaar zo actuele vraagstuk welke invloed de herdenkingen van de vijftigste verjaardag van het einde van de Tweede Wereldoorlog (bevrijding of nederlaag?) in Duitsland hebben gehad. Met als subsidiair vraagstuk: wat was - in het algemeen gesproken - de rol van de Wehrmacht in de Tweede Wereldoorlog, die van een misbruikt machtsinstrument of die van een willige meeloper?

Bubis herinnerde circa 200 luisteraars aan de veelbesproken rede die de CDU'er Philipp Jenninger 9 november 1988 als voorzitter van de Bondsdag hield ter herdenking van de vijftigste verjaardag van de Kristallnacht, de avond en nacht waarin in heel Hitler-Duitsland winkels van joden en synagoges werden aangevallen en in brand gestoken. Jenninger, die nogal wat citaten in zijn rede had verwerkt, onder andere van Sebastian Haffner, zonder hun herkomst uitdrukkelijk te noemen, zag zeven jaar geleden nog tijdens zijn toespraak Bondsdagleden geschokt de zaal verlaten. Zij waren hoogst verontwaardigd over wat zij hielden voor een soort verdediging van het nationaal-socialisme door de voorzitter van het parlement.

Heel groot was één dag de opwinding in de hele wereld over wat als een even onbegrijpelijke als dramatische misstap werd gezien. Pas na die dag, en na nauwkeurige lezing van Jenningers tekst, bleek dat die opwinding feitelijk misplaatst was geweest. Maar toen was het voor Jenninger al te laat, hij legde het voorzitterschap van de Bondsdag neer en verliet kort daarna ontgoocheld de actieve politiek. Hij zou een paar jaar later ambassadeur in Wenen worden.

Hoe kunstmatig die plotselinge opwinding van al die goede Bondsdagleden en al die haastige media destijds was geweest maakte Bubis duidelijk met een eigen anecdote. Hij had precies een jaar later - 9 november 1989 - op een herdenking van de Kristallnacht in een synagoge te Frankfurt namelijk Jenningers rede “met minimale aanpassingen” nog eens uitgesproken om de reacties van zijn gehoor te peilen. “Niemand heeft dat toen opgemerkt”, aldus Bubis.

De Bundeswehr, het meest democratische leger dat Duitsers ooit hebben gekend, heeft te maken met de spanning tussen gisteren en vandaag. De Duitse krijgsmacht is geen voortzetting van de Wehrmacht en wil dat ook niet zijn. Maar evenmin wil zij, of kon zij, vooral in de jaren vijftig en zestig, leven in een totale negatie van wat de Wehrmacht was. Ook hier was de volkomen breuk met gisteren moeilijk. Dat leidde soms tot pijnlijke discussies, zoals die van afgelopen voorjaar (mei 1945 als nederlaag of bevrijding?). Of tot pijnlijke feiten. Bijvoorbeeld dat pas in de loop van dit jaar enkele kazernes die nog naar hartelijke militaire medestanders van Hitler vernoemd waren door toedoen van minister Volker Rühe alsnog een andere naam kregen.

Maar in de spanning tussen gisteren en vandaag, tussen de lang niet altijd aantrekkelijke zin voor continuïteit en de noodzaak van een nieuw begin, is een van de pijnlijkste kwesties de vraag wat er, vijftig jaar na de oorlog, moet gebeuren met de aanspraken van vroegere Wehrmacht-deserteurs, of hun nabestaanden (want vaak zijn zulke deserteurs ter dood veroordeeld en met een bord om de hals - Ich war ein Feigling - opgehangen of doodgeschoten), op eerherstel en/of schadevergoeding. Wie bijvoorbeeld de film 'Strafbataillon 999' heeft gezien, weet wat er met zulke Wehrkraftzersetzern is gebeurd.

Er wordt intussen al twee parlementaire periodes, ten naaste bij dus sinds die rede van Jenninger even voor zoveel opwinding zorgde, in de Bondsdag gestreden over een generieke wettelijke regeling voor deze nog enkele duizenden mensen omvattende groep. Het is een gruwelijke strijd, waarover Duitse media - het is 1995 - maar mondjesmaat berichten.

De regeringspartijen in de Bondsdag, die de vroegere Wehrmacht niet categorisch als een willig instrument van een misdadig regime willen zien, en die doodvonnissen wegens desertie uit die Wehrmacht dus van geval tot geval willen beoordelen, vinden eigenlijk dat de grijsaards die op de een of andere manier overleefden, of nabestaanden, een halve eeuw later plausibel moeten maken dat destijds niet angst maar ideologisch protest de drijfveer voor desertie was. Of het tot eerherstel en schadeloosstelling kan komen moet daarvan afhankelijk zijn, vinden zij.

De CSU'er Norbert Geist zei daarover tijdens de zoveelste parlementaire touwtrekkerij verontwaardigd: “Als je mensen die deserteerden eerherstel geeft zeg je dat degenen die wèl bleven dienen in het algemeen het onrecht hebben gediend en principieel fout hebben gehandeld”. De SPD en de Groenen zijn over zo'n opvatting radeloos-razend. Maar zij hebben geen meerderheid. Wat betekent dat die deserteurs een halve eeuw later nog niet bevrijd zijn èn nog altijd op een nederlaag staan.