Drie grote vrouwen van Albee lijden een net, armzalig leven

Voorstelling: Drie grote vrouwen, van Edward Albee, door VOF Phoebus. Vertaling: Jan Donkers; regie: Christiaan Nortier; decor: Herman van Elteren; spel: Ellen Vogel e.a. Gezien: 22/12 Leidse Schouwburg. T/m 23/12 aldaar; tournee t/m 27/4. Inl 020-6750966.

Zo groot zijn ze nou ook weer niet, de actrices die de Drie Grote Vrouwen uit Albee's gelijknamige stuk vertolken. Met hun lengte van pakweg één meter vijfenzestig behoren ze tot de middenmoters en ook hun voeten vallen niet op. Toch praten deze vrouwen dikwijls over hun schoenmaat en over hun rijzige gestalte, waarmee ze volgens henzelf met kop en schouders boven de meeste mannen uitsteken. Of bedoelen ze dat laatste figuurlijk?

Dan moeten ze zichzelf flink voor de gek houden, want wij toeschouwers leren drie dames kennen die er weliswaar gedistingeerd uitzien maar verder een nogal armzalig leventje leiden. Zoals in al zijn stukken ontmaskert Edward Albee ook in Three Tall Women, zijn nieuwste drama, de schone schijn van de bourgeoisie in de Verenigde Staten.

Achter de façade van fatsoen, welstand en echtelijk geluk gaat een berg rottigheid schuil. Seksuele onmacht bijvoorbeeld, paranoia, eenzaamheid, alcoholisme en heerszucht. Huwelijken worden uit berekening gesloten en altijd is er iets mis met De Zoon, dat symbool van het geslaagde gezin. Het probleem van George en Martha in Who's Afraid of Virginia Woolf is dat zij geen zoon hèbben, het probleem van de Grote Vrouwen is dat hun zoon geen moer om hen geeft. In wezen is dat gevoel wederzijds. Maar de dames zijn netjes opgevoed, dus gaan ze gebukt onder het besef dat moeder en kind net als man en vrouw van elkaar behóren te houden.

Wist regisseur Dirk Tanghe vorig seizoen in zijn interpretatie van Wie is er bang... nog enig medelijden met Albee's ongelukkige hoofdpersonen te wekken, in de enscenering die Christiaan Nortier van Drie grote vrouwen maakte heerst alleen maar kilte. Geen huiveringwekkende kilte, was het maar zo. Eerder een merkwaardige bloedeloosheid, die blijkbaar voortkomt uit een gebrek aan compassie. Je vraagt je af wat Nortier ertoe bewogen heeft uitgerekend dit stuk op de planken te brengen. Het feit dat Albee, na jarenlange improduktiviteit, voor Three Tall Women de Pulitzerprijs heeft gekregen? Het feit dat er in het drama een oude vrouw voorkomt die mooi gespeeld kan worden door publieksmagneet Ellen Vogel?

Het staat nog te bezien of Albee's nieuwe stuk ook in Nederland volle zalen zal trekken. De omslachtige structuur werkt daar vast niet aan mee. Dat de Drie Grote Vrouwen eigenlijk één en dezelfde dame zijn blijkt pas uit het tweede bedrijf, waarin drie fasen uit haar leven worden getoond. We zien haar op jonge, middelbare en op haar huidige, hoge leeftijd. De oude dame van Ellen Vogel doet nu eens trots en autoritair, dan weer dreinerig als een klein kind. Haar geest maalt, haar arm zit in een mitella, en toch laat haar lot mij koud. Dat komt misschien doordat haar beledigingen, bijvoorbeeld aan het adres van joden en homo's, geen nieuwsgierigheid naar de oorzaken van haar verbittering wekken. Tussen haar sociale en haar seksuele frustraties leggen regisseur noch actrice verband. En helaas hebben de pieperig-sarcastische lachjes van Edda Barends, de middelbare uitgave, en de verontwaardigde gilletjes van Caroline Almekinders, de jongste versie van onze aristocrate, geen verhelderende maar vooral een decoratieve functie.

Zelfs wanneer de oude dame een beroerte krijgt en er na de pauze een dummy van haar in bed ligt die als een dode voor zich uit staart - zelfs dan is er geen drama, omdat we toch nauwelijks met haar sores konden meeleven. Kennelijk wil Nortier ons duidelijk maken dat we de titel Drie grote vrouwen ironisch dienen op te vatten.