De wervelwind van de Caraïben voelt zich steeds sterker

De Cubaanse atlete Ana Fidelia Quirot verkeerde nog geen drie jaar geleden op het randje van de dood. Na een ernstig ongeluk dacht niemand dat ze ooit nog een meter zou hardlopen. Ze beleefde echter een glorieuze comeback, die deze zomer resulteerde in het wereldkampioenschap op de 800 meter. Nu mikt ze op goud in Atlanta. “Ik heb het gevoel dat ik steeds sterker word.”

Wereldrecordhouder hoogspringen Javier Sotomayor doet wat oefeningen in zijn strakke rood-witte trainingspak. Hij draagt een futuristische zonnebril, als wapen tegen de genadeloze zon die deze laatste maandag in november boven het Estadio Panamericano hangt. Op de sintelbaan loopt verspringer Ivan Pedroso grappen te maken. De jonge atleet hoopt elk moment geschiedenis te schrijven; hij heeft de wereld beloofd de magische negen-metergrens te overschrijden.

Tussen tientallen hordenlopers en sprinters loopt La tormenta del Caribe, zoals Ana Fidelia Quirot hier wordt genoemd. De wervelwind van de Caraïben loopt op het veld in een rustig tempo rondjes met een teamgenote. Vanuit de verte valt de combinatie op van de iele onderbenen en de dikke, gespierde bovenbenen. Quirot - blauwe bodysuit, haar in een staart - heeft er vanochtend twee trainingsuren op zitten. Het is tien uur en de winterzon is al zo warm dat zij er de voorkeur aan geeft voor het vraaggesprek een plek in de schaduw te zoeken. Dat wordt een betonnen rand onder de poort die de sintelbaan met de buitenwereld verbindt. Tegenover de rode Lada, die ze gekregen heeft van de Staat. Om het leven wat gemakkelijker te maken, zoals ook Nederlandse olympische atleten dankzij de inspanningen van NOC*NSF gratis in een auto kunnen rijden. Met dit verschil dat Quirot niet de straat op hoeft met de sticker: 'In deze auto rijdt een lid van het olympisch team'.

Trainer Leandro Civil komt er even bij staan, in zijn vuurrode trainingspak, met de onafscheidelijke chronometer op zijn borst. Nee, Quirot is zich nog niet specifiek aan het voorbereiden op de Olympische Spelen in Atlanta, ook al is dat het enige waar ze in haar hoofd mee bezig is. Tot mei volgend jaar prepareert ze zich middels een “algemene training”, dat is alles wat ze erover kwijt wil. Daarna gaat ze wedstrijden lopen, om het ritme en het gevoel te pakken te krijgen dat haar die ene gouden medaille moet bezorgen, op de 800 meter, als bekroning op een wonderlijke carrière.

Nog geen drie jaar geleden balanceerde Ana Fidelia Quirot op het randje van de dood. Bij een ongeluk in haar keuken, eind januari 1993, verbrandde ze bijna veertig procent van haar bovenlichaam, inclusief haar gezicht. Derdegraads-brandwonden liep ze op toen de vlam in een op kerosine gestookte pan sloeg. Als gevolg van het ongeluk verloor de zwangere atlete haar ongeboren baby, waarvan Sotomayor de vader was. In het ziekenhuis vocht ze voor haar leven, met haar grootste fan, Fidel Castro, naast haar bed. De zuster die haar verpleegde dacht aanvankelijk dat ze zou sterven. Maar Ana Fidelia beleefde een wonderbaarlijke wederopstanding, dank zij de Cubaanse medische wetenschap die haar grotendeels van synthetische huid voorzag én een ijzeren wil.

Ze overleefde niet alleen het zware ongeluk, ze keerde sneller terug aan de absolute atletiektop dan iemand ooit voor mogelijk had gehouden. In juli van dit jaar, tweeëneenhalf jaar na het ongeluk, werd Quirot in Gothenburg wereldkampioene op de 800 meter. Ze eindigde voor de Surinaamse Letitia Vriesde die zilver won. De opmerkelijke comeback bezorgde haar begin deze maand tijdens het jaarlijkse feestje van de internationale atletiekunie in Monte Carlo de prijs voor de meest uitzonderlijke prestatie. In een blauwe galajurk, als een prinses in het koninkrijk van Rainier, nam ze de prijs in ontvangst.

Trainen, trainen en nog eens trainen: het trainingsschema is de komende vier maanden een exercitie in monotonie. Bijna elke dag, van maandag tot en met zaterdag, rijdt Ana Fidelia Quirot in haar Lada van Calle O over de Malécon, de brede boulevard waar de golven van de Atlantische Oceaan tegen de muren beuken. Via de met uitlaatgassen volgeperste tunnel bij het eeuwenoude fort El Morro bereikt ze het sportcomplex dat met revolutionair enthousiasme door bouwvakkers én sporters voor de Panamerikaanse Spelen van 1991 uit de grond werd gestampt. Op woensdag en zaterdag traint ze een halve dag; op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van acht tot tien in de ochtend, 's middags van drie tot zes uur. Zondag is ze thuis, in haar appartement met uitzicht op de oceaan en het zwembad van Hotel Nacional, de in koloniale stijl opgetrokken vijfsterrentaart van waaruit de Amerikaanse mafia het Cubaanse uitgaansleven tot 1959 bestierde. “Dan kijk ik bijvoorbeeld televisie, bij voorkeur sport. En als ik niet thuis ben, ga ik een stukje rijden.”

Aan de overkant van haar appartement liggen de Verenigde Staten. De 'imperialistische reus' waar veel van haar landgenoten, ook sporters, de afgelopen jaren naar zijn uitgeweken. Wie veronderstelt dat het een extra stimulans voor haar is dat de Olympische Spelen volgend jaar in de VS worden gehouden, heeft het mis. Bij de suggestie verschijnt een verbaasde uitdrukking op haar gezicht. “De Olympische Spelen in Atlanta zijn Olympische Spelen zoals overal elders in de wereld. Ik ben al zo vaak in de Verenigde Staten geweest.” Het vochtige en benauwd warme klimaat in de olympische stad waar veel sporters als een berg tegenop zien, doet haar niet zoveel. “Dat maakt voor mij geen verschil. De omstandigheden zijn te vergelijken met het weer in de zomermaanden op Cuba. Het klimaat in Atlanta is natuurlijk wel een nadeel voor atleten die uit koudere landen afkomstig zijn.”

Nooit won Ana Fidelia Quirot een gouden olympische medaille. Tot nu toe verscheen de 32-jarige atlete slechts op de Spelen in Barcelona, in 1992. Ze won brons (1.56,80) en stond op het erepodium met Ellen van Langen, nummer één op de 800 meter. De gouden medaille die ze dit jaar op de WK in Gothenburg behaalde, beschouwt ze als de mooiste prijs in haar twintigjarige carrière. “De zwaarst bevochten plek was echter de tweede plaats, achter Letitia Vriesde, op de Panamerikaanse Spelen in Ponce op Puerto Rico, in 1993, omdat dat slechts drie maanden na mijn ongeluk was.” Zonder haar bovenlichaam te kunnen bewegen en met beide armen stram als nutteloze ballast tegen de romp, sprintte ze naar zilver. Het was een bizar gezicht, alsof haar armen aan haar lichaam waren vastgeplakt. Hoewel de gevolgen van het ongeluk niet alleen zichtbaar maar ook goed voelbaar waren, maakte Quirot duidelijk dat ze weer terug was. Haar ster bleef sindsdien rijzen, tot aan de hemel boven Gothenburg. Ze wil hem ook aan het firmament boven Atlanta zien.

Tijdens het interview reageert Quirot verrast op de mededeling dat ze genomineerd is voor de verkiezing van de atlete van het jaar, op 9 december in Monte Carlo. Voor het eerst lacht ze. Spierwitte tanden bloot, pretoogjes. Timide, schuchter. Het zou “un premio mas” zijn, “en een grote overwinning in mijn carrière, nee, mijn grootste overwinning, iets heel bijzonders. Dat zou me zelfs meer doen dan goud in Atlanta. Ik heb zoveel meegemaakt...”

Ze wist niet dat ze genomineerd was, wel dat ze een speciale prijs zou krijgen voor haar uitzonderlijke prestaties. Anderhalve week na het interview haalt ze bij de de verkiezing voor de atlete van het jaar een teleurstellende zesde plaats. Ach, de titel van atlete van het jaar behaalde ze al in 1989, een van haar meest succesvolle jaren. Ze liep toen haar snelste 800 meter, in 1.54,44, altijd nog ruim een seconde boven het wereldrecord.

Quirot is “muy contente” over het verloop van haar carrière. Vooral omdat zoveel mensen gedacht hadden dat ze nooit meer op de baan zou terugkeren. Haar rentree heeft ze te danken aan de uitstekende medische wetenschap die op Cuba bedreven wordt en aan haar ijzeren doorzettingsvermogen. Gods hulp kwam er niet aan te pas. Of ze gelovig is? “Nee”, klinkt het kortaf. Zonder toelichting. Ze is een atheïste van het zuiverste water, in tegenstelling tot veel van haar landgenoten die praktizerend katholiek zijn of de santeria belijden, de Cubaanse variant van de voodoo. Veel Cubanen hebben voor haar gebeden toen ze bijna op sterven lag.

Op de sintelbaan klinkt het vertrouwde geluid van een startschot. Ana Fidelia rilt van de kou. Het is immers winter in Cuba; achtentwinig graden in de zon, in de schaduw nog ruim boven de twintig. In Havana klagen de mensen sinds enige dagen over de omslag in het weer. Ook de wereldkampioene klaagt, ondanks het grijze T-shirt dat ze over haar bodysuit heeft aangetrokken.

De voorbereiding op een wedstrijd is de dagen die er aan voorafgaan vooral mentaal van aard, vertelt Quirot. Met haar psycholoog probeert ze de druk weg te praten. Een paar dagen vooraf maakt ze zich pas echt druk. “Je kunt je immers niet pas een dag van tevoren met de wedstrijd gaan bezighouden. In de voorbereiding is er ook aandacht voor de prestaties en de eigenschappen van de concurrenten die naast haar aan de start verschijnen. “Ik heb voor de wedstrijd geen last van nervositeit”, zegt Quirot terwijl ze de veters van haar sportschoenen losmaakt. “Nou ja, meestal niet. Ik heb mijn zenuwen op dat moment aardig onder controle.” Een vast ritueel voordat ze op de baan verschijnt, beperkt zich tot het lenigen van hoge nood: “Ik moet voor een wedstrijd twee, drie keer naar de wc. Verder doe ik niks bijzonders.”

Na het behalen van het wereldkampioenschap neemt niet alleen het zelfvertrouwen van de Cubaanse atlete toe, ook haar kracht. “Ik heb het gevoel dat ik steeds sterker word.” Of dat een garantie is voor goud en mogelijk een nieuw wereldrecord in Atlanta? Lachend: “Alles is mogelijk.” “Zolang ik bezig ben met de algemene voorbereiding, is het nog te vroeg om daar over te praten. Pas wanneer ik wedstrijden loop, kan ik iets zinnigs over een eventueel record zeggen. In de VS zal Maria Mutola uit Mozambique haar grootste concurrente zijn. “Geen twijfel mogelijk. Ik zal rekening moeten houden met iedereen die in Gothenburg de 800 meter heeft gelopen. Letitia, Patricia (Djate uit Frankrijk), Ellen (van Langen). Maar toch vooral met Mutola.”

Ana Fidela Quirot werd geboren in Palma Soriano, een stadje ten noorden van Santiago de Cuba, in het oosten van Cuba waar ook Fidel Castro opgroeide. Ze is afkomstig uit een arbeidersgezin dat trouw was aan de principes van de Revolutie, die de vruchtbaarste bodem juist in dat deel van het land vond. Moeder was arbeider, vader een verdienstelijk bokser. Een zus speelt basketbal, een van haar broers was 400-meter-loper. Een halfbroer, zoon van haar vader, begeleidt haar bij de training.

Twaalf was ze toen ze voor het eerst wedstrijden liep, precies twintig jaar geleden. Voor ze met lopen begon, speelde ze kortstondig basketbal; slechts drie maanden. In haar debuutjaar viel Quirot al op. Tijdens haar eerste buitenlandse trip, naar de Hongaarse hoofdstad Boedapest waar wedstrijden voor 11- en 12-jarige kinderen uit socialistische landen werden gehouden, haalde ze brons op de 60 meter. De tijd die ze neerzette, staat vlijmscherp in haar geheugen gegrift: “Acht seconden”.

Quirot kent Fidel Castro sinds 1982 persoonlijk. “Maar natuurlijk al veel langer als kind.” Nadrukkelijk: “Hij is met me bevriend wegens mijn sportresultaten. En dat is altijd zo gebleven. Hij bewondert me en is een goede vriend van me sinds ik succes heb. Hij is een fan van me. En heeft ook mijn handtekening.” Ziet Ana Fidelia zich als een symbool van de Revolutie? “Ik geloof het wel ja.” De Revolutie betekent voor haar “maximo”. Het maximale. Het was zonder Fidels omwenteling in 1959 “niet mogelijk geweest atleet te zijn en nu nog te leven”. Ze dankt haar leven aan de Revolutie. De leus Socialismo o Muerte die nog steeds talloze muren en borden in het uitgestrekte land siert, heeft voor Ana Fidelia Quirot wel een erg letterlijke betekenis. “Als ik in een ander systeem geleefd zou hebben, zou ik ook niet de gelegenheid hebben gehad om te komen waar ik nu ben. De Revolutie heeft veel over voor de sport.”

Maar dat geldt toch ook voor de Verenigde Staten, waar sport met de paplepel wordt ingegoten? “In de VS moeten atleten zelf hun spullen kopen. Alleen voor wereldberoemde atleten zoals Carl Lewis doen ze er alles. Is het niet”, vraagt ze vertwijfeld. Ze zit dringend verlegen om een bevestiging. Een knikje zou al genoeg zijn. “Hier heeft iedereen dezelfde mogelijkheden, dezelfde faciliteiten. In Amerika moeten ze veel betalen voor atleten, voor de school. Carl Lewis moet ook zelf zijn doktersrekening betalen. Wij niet. We verbeteren ons met steun van niveau tot niveau. Van de basis tot de top. Ook ik ben onderaan begonnen.” Quirot legde de voor haar betrekkelijk korte weg af van de sportschool in Oriente tot de sintelbaan in het Estadio Panamericano.”

De laatste jaren waren zwaar voor de Cubaanse. Vooral het eerste jaar na het ongeluk, dat in het teken van herstel stond. Dit voorjaar kreeg ze een tegenslag te verwerken toen haar ex-echtgenoot, tweevoudig wereldkampioen worstelen Raul Cascaret bij een ongeluk om het leven kwam. Ze was acht jaar met hem getrouwd geweest. In het nationale sportmuseum in Havana, ondergebracht in het complex waar de belangrijkste volley- en basketbalwedstrijden worden gespeeld, staat de vitrine met trofeeën van Quirot temidden van prijzenkasten van de twee mannen in haar leven, Cascaret en Sotomayor. Boven de vitrines reusachtige zwartwit-foto's van de drie atleten in actie.

Dat Quirot herstelde mag een wonder heten, het tempo waarin dat gebeurde wekte eveneens ontzag en ongeloof. “Het hangt allemaal van de wil af. Ik ben na het ongeluk goed verzorgd, heel goed zelfs, maar als ik niet zo vasthoudend was geweest, had ik het niet gehaald. Zo snel mogelijk weer de baan op was de beste therapie. Daarnaast zijn de fysiotherapie in het ziekenhuis en het contact met de atleten erg belangrijk voor me geweest.” Over de wijze waarop ze het ongeluk mentaal heeft verwerkt, is ze kort. “Ik voel me nu beter, meer ontspannen. Aan het ongeluk probeer ik niet meer te denken. Dat ben ik al vergeten. Ook in interviews wil ik er eigenlijk niet meer over praten.”

Quirot sprak voor het eerst over de tragedie in mei, in Sports Illustrated. Ze bevestigt de beschrijving van het ongeluk in dat Amerikaanse tijdschrift, maar is er niet zo blij mee dat de journalisten die haar thuis interviewden “wat dingen door elkaar hebben gehaald” en er chisme in hebben gestopt: geroddel over haar verhouding met de atleet die een paar meter verderop over het veld dartelt, Sotomayor. Ook de suggestie dat het een zelfmoordpoging betrof, brengt venijn in haar stem en vuur in de ogen.

De brandwonden op gezicht en hals vallen vreemd genoeg beter op van een afstand dan van dichtbij. Haar armen en handen, waarmee ze tijdens het ongeluk haar gezicht wilde beschermen toen de vlam in de pan sloeg, zijn die van een oude vrouw. Zeven operaties heeft ze gehad en na Atlanta zullen er nog één of meer volgen. “Het hangt er vanaf wat de dokters zeggen.” Ze wil niet alleen haar mooie gezicht terug. “Alles moet mooier.” Quirot prijst zich gelukkig dat ze nog kinderen kan krijgen. “De meeste vrouwen willen kinderen, ik ook. Er moet eerst nog aan een voorwaarde worden voldaan.” De glimlach is weer terug op haar gezicht. “Ik moet eerst een geschikte man tegenkomen.”

Quirot ontkent dat ze als topsporter bepaalde privileges geniet. “Dat zijn dingen die ik gewonnen heb. Niets heb ik gekregen. Mijn grootste privilege is dat ik geliefd ben door het volk.” In ruil voor haar prestaties voorzag de Staat haar onder meer van een appartement en de Lada. “In de tweede week van december komt een Mercedes die ik gewonnen heb”, zegt Quirot enigszins opgewonden. Ze rijdt dan hetzelfde merk als Castro. Ooit overwogen om in het buitenland achter te blijven? “Nooit”, klinkt het vastberaden. Verbeten perst ze haar lippen samen. Het respect voor de vele collega's die dat in de afgelopen jaren wel hebben gedaan, is nul. “Ik begrijp niet waarom ze dat doen. Iedereen is natuurlijk vrij om te doen en laten wat hij wil, maar zij hebben het land verlaten voor economische aanbiedingen, voor geld, een mooi huis, een auto. Maar het is allemaal één grote leugen. Aan het eind van hun sportcarrière zullen ze toch voor zichzelf moeten zorgen.”

Quirot heeft haar doel, Atlanta, duidelijk in het vizier. Maar hoe ziet de toekomst er na de Olympische Spelen uit? “Dan stop ik ermee. Om een kind te krijgen en te werken. Als trainer natuurlijk.”

Het is tijd voor de massage, geeft Quirot aan. Vriendelijk neemt ze afscheid en verdwijnt in de catacomben van het stadion.