'Belgische vakbonden zullen zich doodvechten'

BRUSSEL, 23 DEC. “Nu is het genoeg”, scandeerden vijftigduizend Belgische ambtenaren die vorige week de straat op trokken. Deze week waren er wilde acties bij het spoor, een onverwachte 48-uursstaking bij luchtvaartmaatschappij Sabena en een roerige betoging op het vliegveld Zaventem. Voor volgende maand hebben de vakbonden in ieder geval al een 24-uursstaking bij de overheid aangekondigd. Slaat de stakingsgolf uit Frankrijk over naar België?

“Neen”, antwoordt Francis Holderbeke, verbonden aan de afdeling Werkgelegenheid, Arbeid, Vorming van de universiteit van Leuven. “Ook zonder de sociale onrust in Frankrijk waren er hier acties geweest.” Hij wijst op het massale banenverlies bij de spoorwegen, waar een kwart van de arbeidsplaatsen moet verdwijnen. De directie van Sabena heeft eenzijdig de collectieve arbeidsovereenkomsten opgezegd en wil de indexering (koppeling van loon aan inflatie) afschaffen - twee zeer gevoelige onderwerpen in België.

“De onrust hier is niet verwonderlijk”, zegt Holderbeke. “De sociale context is zeker niet minder erg dan in Frankrijk. De arbeidsuitstoot is bijvoorbeeld groter en er wordt hier al enige tijd een sterk deflatoir beleid gevoerd.” De stakingen zijn niet uit Frankrijk komen overwaaien, zegt Holderbeke. Je kunt hooguit zeggen dat de televisiebeelden van betogingen en rellen, die de afgelopen weken uit Frankrijk kwamen, de Belgische demonstraties wat hebben verhard. Zo werden bij een betoging woensdag op Zaventem stoeptegels door de ruiten van het luchthavengebouw gegooid, waarbij voor tienduizenden gulden schade werd aangericht.

Een belangrijk verschil met Frankrijk is volgens Holderbeke, dat de stakingen daar een sterk politieke lading hadden. “De acties waren gericht tegen het tandem Chirac-Juppé, terwijl de actie in België meer sociaal-economisch is.” De Belgen waren dan ook beter voorbereid op saneringsplannen. Terwijl Chirac als presidentskandidaat zijn kiezers gouden bergen beloofde, ging premier Dehaene de verkiezingen in met de leus 'De tocht is moeilijk, de gids ervaren'.

Waar bij Chirac de ontgoocheling volgde, komen de bezuinigingen van Dehaene geloofwaardiger over. “Dehaene doet geen valse beloften”, constateert Holderbeke. “Hij verwijst naar grote begrippen als 'de Europese eenheidsmarkt', zonder zich op cijfers vast te pinnen.” Belangrijk verschil tussen de Franse en de Belgische situatie is ook dat in België de socialisten in de regering zitten. Zonder de in Wallonië sterke Parti Socialiste in het kabinet, zouden de vakbonden al eerder de straat zijn opgekomen, meent Holderbeke.

Een opmerkelijk feit in de sociale onrust in België van de afgelopen tijd, is het eenzijdig opzeggen van een vijftigtal lopende cao's bij Sabena. Woedend kondigden de vakbonden daarop aan iedere week een dag te staken. Tot overleg zijn de bonden pas bereid als de cao's weer van kracht worden.

“Opzeggen van de cao's, dat heb ik nog nooit meegemaakt”, reageert Jean van Doren. Hij was tot begin dit jaar sociaal bemiddelaar bij Sabena en ondertekende in die functie alle vijftig cao's in de afgelopen 25 jaar. Vroeger ging het overleg tussen directie en bonden anders, meent Van Doren. “Toen werd er onderhandeld tot het einde. Conflicten werden snel opgelost, ze duurden nooit langer dan drie à vier dagen.”

Van Doren voorspelt dat de vakbonden het er nu niet bij zullen laten. “Ze zullen zich hierop doodvechten, want ze willen geen precedent creëren. Als dit er door komt, dan worden ook in andere sectoren de cao's opgezegd. De vijftig jaar sociale vrede die ik heb meegemaakt, zou dan over de kop gaan.”

Huidig sociaal bemiddelaar bij Sabena, Bernard Leemans, is minder pessimistisch. Hij wijst erop dat de verhouding tussen directie en bonden ook al eens in 1993, tijdens een looninleveringsronde, onder hoogspanning stond. Leemans zoekt nu een “gezamenlijk aanknopingspunt” om de vastgelopen onderhandelingen vlot te trekken. Hij heeft tot begin volgend jaar de tijd, want de bonden hebben hun acties tijdens de feestdagen opgeschort om vakantiegangers niet te duperen.

Ook bij de spoorwegmaatschappij NMBS verrastte de directie haar werknemers, door eind vorige week plots een ingrijpende saneringsplan goed te keuren. Volgens dit plan wordt de komende tien jaar 70 miljard frank bespaard en worden bijna 9000 werknemers ontslagen. In België, dat een consensus-traditie heeft van intensief overleg tussen de sociale partners, is de gang van zaken bij spoorwegen en Sabena verrassend. “Bij Sabena en het spoor heeft de werkgever een basisprincipe van het sociaal overleg onder de tafel geveegd”, stelde gisteren politicoloog Kris Deschouwer tegenover de BRTN-radio. Op deze manier kan België volgens Deschouwer terecht komen in een Franse situatie, waarbij eerst wordt gestaakt en dan pas wordt overlegd.

Volgens Holderbeke is het hoog tijd dat de Belgische overheid een positief signaal geeft aan de bevolking en uitlegt waarom bezuinigingen nodig zijn. “Natuurlijk, er moet het een en ander worden rechtgezet”, geeft hij toe. “Zo werken er in Nederland 18.000 mensen bij het spoor, in België nu 40.000 en ook na de sanering nog 30.000.”

Saneren is nodig, zegt Holderbeke maar de overheid speelt het slecht: de communicatie is niet goed en het gebeurt allemaal in een negatieve sfeer. Mensen zien niet waarom ze moeten inleveren, nu moet er weer 40 miljard worden bezuinigd.''

De 3-procentsnorm, een overheidstekort van ten hoogste 3 procent van het bruto binnenlands produkt - één van de criteria om te kunnen toetreden tot een Europese Economische en Monetaire Unie, is volgens Holderbeke het “gedroomde alibi” voor de Belgische regering om te bezuinigen. “Maar ook van de EMU wordt het voordeel niet uitgelegd. Intussen komt het einde van tunnel niet in zicht, in tegenstelling tot in Frankrijk. Wij moeten een staatsschuld van 140 procent terugbrengen naar 60 procent. Die tunnel is nog niet eens gebouwd.”

Holderbeke: “Als het in 1996 met inleveren hetzelfde wordt als in 1995, dan gaan we de weg op van sociale onrust.”