Athene opgelucht over begroting

ATHENE, 23 DEC. Het Griekse parlement, waarin de regerende Pasok over een ruime meerderheid beschikt, heeft kort na middernacht de begroting voor 1996 aangenomen. Het voorafgaande vijfdaagse debat was overschaduwd door het ziekbed van premier Andreas Papandreou dat zijn tweede maand inging. Donderdag leek dit in een terminaal stadium te zijn getreden, maar gisteren heettte ook zijn vijfde infectie weer onder controle.

Zou de premier deze week zijn overleden, dan hadden de debatten, na een rouwperiode, van voren af aan moeten beginnen. Alleen al daarom werd zijn licht herstel met veel opluchting begroet, niet alleen in het kamp van de regeringspartij. Ook in zakenkringen, waarbinnen de vooruitgang op economisch gebied wordt herkend, werd de tijdige aanneming van de begroting strikt noodzakelijk geacht. De Atheense beurs heeft tot nu toe niet ongunstig gereageerd op de geschapen onzekerheid rond het ziekbed, maar dat had bij een op een lange baan raken van de begroting anders kunnen worden.

Intussen is er niemand die gelooft dat de premier, zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat hij het ziekenhuis levend verlaat, zijn rergeringstaken weer op zich zal nemen. Tegen deze achtergrond wordt de strijd om de opvolging, die nog net niet officieel wordt uitgevochten, extra heftig. De twee voornaamste kandidaten, minister van defensie Arsénis en oud-minister van handel Simitis, nu dissident binnen de partij, hebben gisteravond een uur lang met elkaar gesproken. Ze zijn overeengekomen dat vóór alles de eenheid binnen de partij moet worden bewaard en er moet worden worden gestreefd naar een nieuwe verkiezingsoverwinning in 1997.

Tevoren hadden zij zelfs de begrotingsdebatten gebruikt om hun verschillende 'identiteit' te benadrukken. Arsénis, die zich liet fotograferen met een grote helm op tijdens luchtvaartmanoeuvres, weerprak zijn tegenstander die had verkondigd datr, om aan meer geld te komen voor onderwijs en sociale zaken, gezocht moest worden naar mogelijkheden, op de defensiebegroting te bezuinigen.

De 169-koppige parlementsfractie van de Pasok zal volgens de grondwet drie dagen na aftreden (of verdwijning) van de premier een opvolger moeten kiezen. Het blijft mogelijk dat, om een keus tussen de onderling zeer verschillende hoofdkandidaten te vermijden, een compromiskandidaat uit de bus komt, zoals parlementsvoorzitter Kaklámanis of de algemeen gerespecteerde nieuwe nestor in de partij, Charalamvópoulos.

De man die vooralsnog Papandreou vervangt, minister van binnenlandse zaken Tsochatzópoulos, maakt zowat geen kans, maar wordt wel getipt als volgende Pasok-voorzitter. Het premierschap en het partijleiderschap zullen ontkoppeld worden; is veler verwachting.

Intussen wordt, vooral vanwege de rechtse oppositiepartij Nieuwe Democratie, steeds grotere ongerustheid beleden over de vraag, wat er moet gebeuren als dit ziekbed nog tot na de feestdagen voortduurt. De grondwet is in deze onduidelijk, maar ook binnen de Pasok zijn er velen die vinden dat Papandreous uitschakeling wel als 'verdwijning' ('eclips') kan worden aangemerkt en dat de opvolgingsprocedure nu reeds in werking moet worden gezet. Eventueel zouden de artsen hierbij de beslissende expertise kunnen geven - de chef van het vijftienkoppige medische team dat Papandreou verpleegt, Kremastinós, is ook minister van gezondheid - maar uit deze hoek hoort men tot nu toe voornamelijk beroepen op het ambtsgeheim.

Hoewel de hartchirurgiekliniek Onassion groot van afmetingen is en de sfeer van een luxe hotel heeft, lopen de spanningen tussen de artsen onderling, de artsen en de pers, de artsen en de familie, en de familieleden onderling (met name die tussen de nieuwe echtgenote Dimitra en de vier kinderen uit het vorige huwelijk van de premier) hoog op. Na 33 beklemmende dagen in dezelfde ruimte komt het tot ontzettende wrijvingen, waartoe de uiterst laconieke communiqué's van het medisch team niet weinig bijdragen. In die verklaringen wordt vooral van het woord 'stabilisatie', bij de gestaag toenemende verergering van de toestand, een overdreven en bizar gebruik gemaakt. Sommigen roepen om uitvoeriger communiqué's, anderen vragen zich af of een nog veel bondiger berichtgeving, zoals bij voorbeeld indertijd bij het ziekbed van de Franse president François Mitterrand, niet te prefereren valt.