Z-Korea: aanklacht tegen ex-president

SEOUL, 22 DEC. De voormalige Zuidkoreaanse president Chun Doo Hwan, die eerder deze maand werd gearresteerd op verdenking van het beramen van de militaire staatsgreep uit 1979, zal zich ook moeten verantwoorden wegens mogelijke corruptie tijdens zijn regering (1980-88). Dat heeft de openbare aanklager, Kim Sung Ho, vandaag in Seoul gezegd.

Volgens Kim heeft Chun tijdens zijn autoritair bewind mogelijk enige honderden miljoenen guldens aan steekpenningen ontvangen, een bedrag dat vergelijkbaar is met de som die Chuns opvolger, Roh Tae Woo, tijdens zijn regeringsperiode (1988-93) ontving. Roh zit in verband hiermee sinds 16 november in de gevangenis. Roh heeft toegegeven ruim 600 miljoen dollar te hebben ontvangen van het Zuidkoreaanse bedrijfsleven, maar hij zegt dat het om giften gaat. Zijn proces, dat deze week begon, is verdaagd naar medio januari.

Chun Doo Hwan werd gisteren in staat van beschuldiging gesteld in verband met de staatsgreep van eind 1979, die hem aan de macht bracht. Na aanhoudende onrust in het hele land zette Chun in mei 1980 het leger in tegen betogers in de stad Kwangju. Daarbij kwamen zeker 200 mensen om het leger. Ook voor het 'Kwangju-incident' moet Chun zich nu voor de rechter verantwoorden. Indien hij voor de staatsgreep en het bloedbad wordt veroordeeld, kan Chun de doodstraf krijgen, maar waarnemers in Zuid-Korea achten het zeer onwaarschijnlijk dat Chun deze straf zal krijgen en vervolgens inderdaad zal worden geëxecuteerd. Een veroordeling wegens corruptie kan hem komen te staan op levenslange gevangenisstraf. Chun werd woensdag van de gevangenis overgebracht naar een ziekenhuis; door een hongerstaking, uit protest tegen zijn detentie, is hij sterk verzwakt. Chun is met name verbolgen over het feit dat de huidige president Kim Young Sam is teruggekomen op zijn belofte dat hij niet zou worden vervolgd.

Chun en Roh (respectievelijk 64 en 63 jaar) zijn jeugdvrienden, die gezamenlijk een militaire carrière opbouwden. Het is de eerste maal in de Zuidkoreaanse geschiedenis dat hoge ex-leiders nu worden aangeklaagd wegens hun politiek. Vijf voormalige legerofficieren moesten zich vandaag voor de rechter verantwoorden in verband met hun mogelijke aandeel in de gebeurtenissen van 1979-80. Onder hen bevindt zich Kim Jung Ho, die minister van binnenlandse zaken onder Chun was.

Intussen heeft de dochter van Roh, So Young, toegegeven dat een gift van 192.000 dollar voor haar huwelijk niet afkomstig was van vrienden, zoals ze tot nu toe steeds had gezegd, maar van haar vader. So Young en haar echtgenoot Chey Tae Won kwamen in 1992 in de Verenigde Staten in de problemen toen zij poogden het geld te storten op de rekeningen van elf verschillende banken in Californië. De Amerikaanse autoriteiten hadden het vermoeden dat het om illegaal verkregen geld ging en veroordeelden het echtpaar voorwaardelijk tot een jaar cel. (AP, Reuter)