Werkgroep badminton wil nieuwe bondscoach

NIEUWEGEIN, 22 DEC. Na de Olympische Spelen zal Martijn van Dooremalen niet langer verantwoordelijk zijn voor het topsportbeleid van de Nederlandse Badminton Bond (NBB). Dat is de vertaling van de belangrijkste aanbeveling, die de Werkgroep Topsportbeleid doet aan het NBB-bestuur. Het rapport wordt 20 januari behandeld tijdens de algemene vergadering van de NBB. Een definitief besluit wordt in de zomer van 1996 verwacht.

De werkgroep werd afgelopen zomer ingesteld, nadat gebleken was dat er grote ontevredenheid heerste over het gevoerde topsportbeleid. Eerder had bondscoach Huub Franssen al zijn ontslag gekregen.

De werkgroep is vooral samengesteld door vertegenwoordigers uit de topsportsector. Onder hen bevinden zich de voormalige nationale kampioenen Astrid van der Knaap en Rob Ridder. Van Dooremalen werd niet tot de werkgroep toegelaten. Bondsbestuurslid Eric Bakker, die verantwoordelijk is voor het topsportbeleid, nam wel zitting in de commissie. De belangrijkste aanbeveling is dat er na 'Atlanta' een buitenlandse bondscoach moet worden aangetrokken die volledig verantwoordelijk wordt voor alle technische onderdelen. Volgens de werkgroepleden snakken topspelers als Jeroen van Dijk naar “een frisse wind”. De topsportcoördinator, die momenteel eindverantwoording draagt, zal in de toekomst alleen nog fungeren als organisator van het door de bondscoach uitgestippelde beleid.

Tot de Olympische Spelen blijven de huidige coaches Martijn van Dooremalen, Rob Kneefel en Tony van Dalm gewoon aan het werk. Dit gebeurt op verzoek van de olympische kandidaat-deelnemers. Zij zijn gebaat bij een rustige voorbereiding. De Spelen beginnen eind juli van het volgend jaar. Na 'Atlanta' zal Martijn van Dooremalen, die op 1 augustus 1985 bij de NBB begon, vrijwel zeker geheel verdwijnen uit de topsportsector. Vanuit de werkgroep wordt de vrees uitgesproken dat de nieuwe bondscoach anders geen serieuze kans krijgt een nieuw beleid neer te zetten.

NBB-voorlichter Kool: “Er zijn door het bondsbestuur met Van Dooremalen inmiddels bepaalde afspraken gemaakt. Maar onze policy is dat we niet naar buiten treden met individuele afspraken tussen werkgever en werknemers.”