We gaan de Duitse slepers op techniek kloppen

ROTTERDAM, 22 DEC. Wacht de haven van Hamburg een vergelijkbare 'slepersoorlog' als in Rotterdam? President Ton Kooren van slepersbedrijf Kotug verwacht dat het allemaal niet zo'n vaart zal lopen. Met vier sleepboten met een trekkracht tussen de 45 en 52 ton bindt Kooren vanaf 1 januari in Hamburg de strijd aan met vijf Hamburgse sleepdiensten. Kooren wil in Hamburg tarieven gaan hanteren die 25 procent lager liggen dan die van zijn Duitse collega's, die volgens hem 85 tot 90 procent duurder zijn dan in Rotterdam. In de Duitse media worden de Nederlanders nu al afgeschilderd als 'piraten' en bestaat er de nodige scepsis over het slagen van de plannen. Hamburg is een kleinere haven en heeft daardoor aanzienlijk minder 'calls' van schepen voor sleepassistentie dan Rotterdam is een veelgehoord argument.

Maar Kooren is een inventief ondernemer die niet met lege handen naar Hamburg komt. Drie jaar heeft zijn marktonderzoek in beslag genomen, waarbij naast Hamburg ook de marktsituatie in de havens van Antwerpen, Felixstowe, Bremerhaven en Le Havre is bestudeerd. Kooren is daarbij tot de conclusie gekomen dat er jarenlang nauwelijks iets veranderd is in de havensleepvaart. Investeringen zijn uitgebleven, modernisering van de vloot eveneens. “Ik mag het niet hardop roepen maar ik voorspel je dat we de Duitsers op techniek gaan kloppen”, beweert Kooren, die voor het werk op de lastig bevaarbare Elbe door dertig potentiële klanten is benaderd. Twintig reders hebben al een contract met hem getekend. Dat zijn voornamelijk klanten waarmee Kooren ook zaken doet in Rotterdam. Kooren biedt reders voor Hamburg en Rotterdam een gecombineerd en daardoor goedkoper tarief aan wat in Rotterdam weer gunstig voor Kooren werkt ten opzichte van zijn concurrent Smit Havensleepdiensten.

bp“Uit dit initiatief van Kotug blijkt maar weer eens dat de reders tegenwoordig weer de absolute macht in de havens uitoefenen”, zegt een van Koorens concurrenten. Bij Smit, het havensleepbedrijf waar Kotug al jaren mee op voet van oorlog in de Rotterdamse haven leeft, vindt men het initiatief van Kooren opmerkelijk. “Kooren is een echte ondernemer die opvallende dingen doet. Maar als wij als Smit in Hamburg zouden beginnen, willen we toch eerst weten of het winstgevend is. Iedere nieuwe concurrent brengt prijsdruk met zich mee. Zeker in een haven als Hamburg die kleiner is dan Rotterdam. In alle havens nemen de goederenstromen weliswaar toe, maar het aantal schepen dat die goederen vervoert wordt steeds kleiner. Grote moderne schepen zijn tegenwoordig uitgerust met geavanceerde hek- en boegschroeven, dus manoeuvreerbaarder en minder afhankelijk van slepers.”

xpHoewel Kotug in Hamburg aan meer voorschriften moet voldoen waardoor het werk fractioneel duurder is denkt Ton Kooren door de “koninklijke tarieven” die in Hamburg worden gehanteerd echter onmiddellijk zwarte cijfers te kunnen schrijven. “Ik ben nu 59 jaar en wil niet nog eens doormaken wat ik acht jaar geleden in Rotterdam heb meegemaakt. Ik ben daar op mijn klompen begonnen, zonder één vaste klant. Het heeft daardoor jaren geduurd voordat we in Rotterdam winst maakten. Maar in Hamburg is dat allemaal anders. Anders was ik er niet eens aan begonnen.

Kooren vaart in Rotterdam met 14 sleepboten, terwijl de Havensleepdienst van Smit - die vorig jaar februari vanwege een arbeidsconflict de Waterweg blokkeerde - 28 boten heeft. Kotug heeft ongeveer 100 werknemers, Smit Havensleepdiensten 350. De vier boten die nu naar Hamburg vertrekken worden in Rotterdam bij Kotug vervangen door vier in Italië aangeschafte vaartuigen. Tevens investeert Kooren in een generatie nieuwe slepers die manoeuvreerbaarder zijn en meer sleepvermogen hebben dan de huidige generatie schepen. Het eerste exemplaar, waarvan het casco waarschijnlijk in Spanje wordt gebouwd en de rest in Nederland, moet volgend jaar in de haven van Rotterdam varen. “Die investering in Hamburg kost ons voorlopig 21 miljoen, dus we moeten even een beetje zuinig aan doen”, zegt Kooren.

Veel rederijen waren verheugd toen Kooren zo'n acht jaar geleden met zes krachtige sleepboten in Rotterdam de monopoliepositie van Smit aanvocht. De rederijen waren dolblij met de liberalisering van de slepersmarkt die door het monopolie van Smit en de door de FNV bevochten arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen duur was en potdicht zat. Smit hanteerde hoge tarieven en bood contractueel vaak kleinere sleepboten aan dan was overeengekomen. Daardoor waren loodsen en kapiteins soms genoodzaakt een extra boot te nemen.

Smit voer indertijd met vier man (tegenwoordig drie) op een sleepboot en had ook veel hogere kosten dan Kotug, dat regels hanteerde die gebruikelijk zijn in de binnenvaart. Door de moderne uitrusting van vloot en materiaal kon Kooren al van begin af aan met drie man (kapitein, machinist en dekhulp) op een sleper volstaan. Kotug bespaarde daarmee 30 tot 50 procent op de sleepkosten, die daardoor in Rotterdam omlaag vlogen en de inzet vormden van een verbitterde strijd tussen beide concurrenten.

Niettemin heeft Kotug inmiddels 25 procent van de slepersmarkt (hoewel Smit het op iets minder dan 19 procent schat) in de Rotterdamse haven in handen. In Hamburg gokt Kooren op een soortgelijke coup. “Er zijn echter wel een paar kleine cultuurverschillen”, zegt Ton Kooren. “Maar die lossen we wel op. We varen in Hamburg met Duitse bemanningen op onze boten. In Duitsland komt een matroos niet bij een kapitein op de brug. Dat dit bij ons wel gebeurt, daar keken die Duitsers tijdens de training in Rotterdam wel even vreemd van op.”