Sterren zonder kapsones; Het succes van Nederlandse zangers

Ongeveer een derde van de singles in de Mega Top 50 is een Nederlandse produktie. Vooral 'gewone' zangers die het 'Middle of the Road'-repertoire zingen zijn populair: melodieën die goed in het gehoor liggen, met een strijkje hier en een ondersteunende keyboard-dreun daar. “Blijkbaar kunnen mannen beter gewoon doen dan vrouwen.”

Jos, Henk en Annemarie uit Westerwoerd zitten hoog op de tribune van de Arnhemse Rijnhal. Maanden hebben ze uitgekeken naar deze avond. Trammelant overwonnen met de giro die de betalingen niet juist had uitgevoerd, steeds weer de platen meegezongen. Jos noemt het concert een uitdaging. Hij is al jaren fan, want 'het is net een cd zoals hij zingt'. Als zijn held even later het podium op komt, springt hij overeind en stompt Henk. 'Renéééé', roepen ze tegelijk.

René Froger, in wit broekpak en geflankeerd door vier langharige achtergrondzangeressen, neemt een aanloopje en begint zijn eerste nummer: 'Are you ready for loving me'. Zevenduizend fans zijn intussen overeind gekomen, scanderen zijn naam en steken hun armen in de lucht. Als Froger vertelt over zijn pas geboren baby zingt de zaal 'Lang Zal Hij Leven' en als hij zegt 'Weten jullie waarom ik hier op de bühne sta? Omdat ik niks anders kan!' wordt er overal gegrinnikt.

In de pauze vertelt Annemarie waarom René Froger fantastisch is: hij heeft een goeie stem, en je kunt zijn nummers lekker meezingen. Maar het belangrijkste is, Annemarie zegt het bijna opgelucht: 'Hij is zo gewoon'.

Froger geeft in Nederland zo'n vier optredens per week, voor nooit minder dan zes of zevenduizend mensen. Hij heeft twee verschillende orkesten, The First Show Band en de Theaterband, die hem naar gelang de grootte van de zaal begeleiden. Toen hij afgelopen zomer optrad in de Kuip, voor in het totaal 150.000 fans, was het verkeer in de omgeving Rotterdam twee avonden ontregeld.

Nederland brengt weer 'sterren' voort. Na het historische dieptepunt van 1989 heeft de aandacht van het publiek voor de vaderlandse artiesten zich hersteld. Zo is het aandeel van het Nederlandse produkt in de hitparades gestegen van 12 procent in 1989, 18 procent in '93, tot 26 procent in dit jaar. Sinds het succes van groepen als Doe Maar en Het Goede Doel, begin jaren tachtig, was dit cijfer niet meer gehaald.

Nederland is dan wel een kleine markt, de Nederlandse artiest hoeft niet meer met een tape-je onder zijn arm langs de discotheken om te schnabbelen. Platenmaatschappijen en produktiebureau's investeren veel geld in paradepaardjes als René Froger, 2 Unlimited, Rowwen Hèze, Marco Borsato of Gerard Joling, zodat ze met eigen band of volledig orkest langs bedrijfsfeesten en theaterzalen kunnen touren.

Marsepein

Een deel van de produkties valt in het genre 'dance', de energieke elektronische hitmuziek van 2 Unlimited en hun nazaten. Een ander deel bestaat uit 'gimmick'-platen; humoristische nummers zoals 'Dikke Lul' van de Dikke Lul Band, een nummer één hit in 1994, of de monsterhit van dit jaar 'Busje Komt Zo'. Maar de grootste hitsuccessen worden tegenwoordig behaald door mannelijke zangers - niet het bandje of de knappe zangeres maar de eenzame solo-zanger. Of hij nou Marco Borsato heet, Bert Heerink, Paul de Leeuw of Stef Bos. Of hij blozend is zoals Gordon, al wat ouder zoals Benny Neyman, of er uitziet als van marsepein zoals René Froger - als het maar mannen zijn en het liefst een beetje gewoon. Blijkbaar kunnen mannen beter gewoon doen dan vrouwen.

Heupzwaai

Het Nederlandse publiek wil sterren zonder kapsones of excentrieke neigingen. René Froger grijpt zich bij optredens niet in het kruis, hij waagt zich hoogstens aan een heupzwaai. Marco Borsato bespeelt bij live-optredens een denkbeeldige gitaar of keyboard, en houdt verder alles in het nette. Het podium heet net als voor de oorlog, de bühne. In interviews belijden de sterren steevast hun dankbaarheid voor het succes. En op de hoesjes van hun cd's staat geen artistieke prent maar een 'eerlijk' portret.

Ook muzikaal is er geen sprake van experiment of buitenissigheid. Groepen als Doe Maar of Het Goede Doel haakten in hun tijd nog in op de heersende muziektrends als reggae of new wave. De zangers van nu houden zich allen aan de muzikale afspraak die wordt aangeduid met de term 'Middle of the Road': melodieën die goed in het gehoor liggen, gearrangeerd volgens beproefd recept met een strijkje hier en een ondersteundende keyboard-dreun daar.

René Froger zingt in het Engels, maar de bulk van de hits is Nederlandstalig. De teksten zijn doorgaans voorspelbaar. Gordon brak vijf jaar geleden door met het door John Ewbank geschreven nummer 'Kon Ik Maar Even Bij Je Zijn': 'Kon ik maar even bij je zijn / kon ik maar even met je praten / Zoals we vroeger uren zaten / oh was het nog maar zo'. Marcel de Groot, de zoon van Boudewijn de Groot, had onlangs een hit met een hortende tekst van Henk Westbroek: 'De meeste vrouwen doen me niet zoveel / Dat is al net zo met de meeste mannen / Soms ligt het aan de vorm van hun hoofd / of zit hun spijkerbroek te strak gespannen' (in 'Mag Ik Naar Je Kijken').

Toch wordt er in de teksten meer geëxperimenteerd dan in de muziek. Juist in de tekst school de magie van bijvoorbeeld 'Dromen Zijn Bedrog', het nummer waarmee Marco Borsato vorig jaar twaalf weken op nummer één stond. In het refrein wordt inventief gehusseld met concrete en abstracte waarden: 'De meeste dromen zijn bedrog / maar als ik wakker word naast jou dan droom ik nog / Ik voel je adem en zie je gezicht / je bent een droom die naast me ligt / Je kijkt me aan en rekt je uit/ één keer in de zoveel tijd komen dromen uit'.

Het Nederlandse produkt kon pas weer opbloeien toen de nasleep van de introductie van de cd voorbij was. De consument kocht aanvankelijk vooral oud repertoire. Hij was meer geïnteresseerd in de uitgave van Sgt. Peppers op cd, dan dat hij zich bezighield met wat er dàt moment gemaakt werd.

“Eind jaren tachtig had de belangstelling voor Nederlandse produkten een dieptepunt bereikt,” vertelt Ted Sikkink, algemeen directeur van platenmaatschappij Warner Music Benelux. In 1988 stootte Warner Music daarom haar afdeling Nederlandse artiesten af, met onder anderen Gerard Joling, Loïs Lane, Maggie McNeal en Normaal. Die artiesten kostten veel tijd en geld, en brachten in verhouding te weinig op. Maar inmiddels heeft de directie van Warner Music besloten zich opnieuw op Nederlands talent te gaan richten.

“Het begon ongeveer vier jaar geleden met hits van Paul de Leeuw en René Froger” zegt Sikkink. “Zo'n anderhalf jaar geleden, toen Marco Borsato doorbrak, is het compleet geëxplodeerd.” Volgens Sikkink zou deze trend samenhangen met de naderende eenwording van Europa, met de angst de nationale cultuur te verliezen. “Maar het kan ook een reactie zijn op de gezichtsloze dance-trend, dat we nu graag weer iemand in onze eigen taal willen horen zingen over liefde en leed.”

Radio Noordzee

Het succes van de Nederlandse muziek is voor een deel te danken aan de oprichting van Radio Noordzee Nationaal, een commercieel radiostation dat sinds 1992 uitzendt. Radio Noordzee heeft zich verplicht om het grootste deel van de zendtijd aan nationale produkties te besteden en landelijk heeft Radio Noordzee zich opgewerkt tot tweede zender ná Radio 3.

Waar Radio Noordzee te ontvangen is, worden Nederlandse platen verkocht die buiten die gebieden geen aftrek vinden. Jerney Kaagman, vroeger zangeres van de groep Earth & Fire en voorzitter van de BV Pop, is pr-manager bij Radio Noordzee. Over het soort platen dat wordt gedraaid zegt Kaagman: “Zodra het prettig in het gehoor ligt, draaien we het. Nederlandse hard rock en dance brengen we in de speciaal daarvoor bestemde uren. En alles wat minder toegankelijk is moet de publieke omroep maar draaien.”

Radio Noordzee Nationaal brengt tien maal per jaar een krantje uit. In het meest recente nummer staat een interview met Gordon: 'Apetrots maar geen kapsones', meldt de kop. Voor zijn succes stond Gordon, nu 27, als koopman op de Abert Cuyp-markt in Amsterdam. Zijn laatste hit, het nummer 'Omdat Ik Zo Van Je Hou', stond tegelijkertijd met de oorspronkelijke versie van de Canadese zangeres Celine Dion in de Top Tien. Bij Dion heet het: 'Pour Que Tu M'aimes Encore'. Al is Dions versie soberder, de nummers lijken sterk op elkaar. Hoe kunnen twee dezelfde nummers op het zelfde moment een hit zijn? “Als de oorspronkelijke versie Engelstalig was geweest,” zegt Gordon hierover, “had ik het natuurlijk nooit gedaan. Maar het was in het Frans, veel mensen kunnen die taal niet goed verstaan.”

De TROS zendt sinds dit jaar Op Nieuwe Toeren uit, een tv-programma uitsluitend voor Nederlandse artiesten. Twee weken geleden werden in een theater in Dronten de opnamen gemaakt voor de kerst-special. “Het paard komt toch niet op de generale?” vraagt de opnameleidster. Even later wordt presentator Albert West in een arreslee het podium opgetrokken door twee medewerkers. De uitzending lijkt vooral gevuld met veteranen. Corry Konings is er, Ben Cramer, de Blue Diamonds. Drie verfomfaaide smurfen playbacken 'Knutsel Komt Zo', hun brave smurfen-versie van 'Busje Komt Zo', het nummer waarin twee verslaafden worden doodgereden door een methadonbus. Daarna komt Benny Neyman met zijn ontnuchterende anti-lied 'Kerstdagen Van Toen'.

“Twintig jaar zit ik nu in het vak en ik heb altijd goed verkocht,” vertelt Neyman na afloop in de bar van het theater, “ook als ik niet gedraaid word. De laatste tijd is er weer meer aandacht voor het vaderlandse werk, maar daar profiteert vooral de jonge garde van. Al hebben mijn laatste cd's ook allebei goud gehaald. Er is nu een gunstig klimaat voor Nederlandse artiesten, dus ze komen plotseling overal vandaan. Maar alleen de besten zullen overblijven.”

Benny Neyman is een van de weinige Nederlandse artiesten die zijn eigen teksten schrijft. Anders dan de meeste succesvolle Nederlandse artiesten van het moment schuwt hij niet de scherpe observaties, en zijn liefdesliedjes kenmerken zich door veel voorbehoud. Soms is Neyman in al zijn nuchterheid juist weer dichterlijk. In 'Met Jou Wil Ik Leven' bijvoorbeeld, concludeert de zanger: ''k Ben tot alles bereid / 'k neem je angst, je problemen / je humeur bij 't ontbijt / want met jou wil ik leven / tot het leven ons scheidt'.

“Ja,” zegt Neyman. “Je zou misschien verwachten 'tot de dood ons scheidt'. Maar de dood is net zo goed een soort leven. En als het stuk loopt is ook dàt een vorm van Het Leven.”