Sterren vielen van de hemel

Vroeger las mijn vader ons iedere dag voor uit de Bijbel. Ook de verhalen uit Openbaring. Dat is het laatste deel van de Bijbel. Het gaat over het einde van de tijd, en over het einde van de mensen en van de aarde. Toch is dit niet het einde van àlles: want na het einde van de tijd begint, volgens Openbaring, het koninkrijk van God. Een andere naam voor het einde van de tijd is Apocalyps.

Volgens geleerden is het dit jaar precies negentienhonderd jaar geleden dat een leerling van Jezus, de apostel Johannes het boek Openbaring schreef. Johannes schreef het toen hij al een oude man was, in het jaar 95, op het Griekse eiland Patmos. Hij zat daar in een lange witte jurk bovenop een kale rots, met in zijn ene hand een ganzeveer en in zijn andere hand een rol perkament - dat is een flinterdun leren vel dat vroeger als papier werd gebruikt. Zo staat Johannes altijd afgebeeld op oude schilderijen. Johannes raakte daar op die rots in trance, of, zoals het mooi in de Bijbel staat, 'in vervoering des geestes'. Hij hoorde een machtige stem als van een bazuin (een grote trompet met een zware klank), die zei dat Johannes alles op moest schrijven wat hij zag. Dat was de stem van God, die hem visioenen voorspiegelde waarin Johannes zag hoe het einde van de tijd zou zijn.

Dat einde was vreselijk. Het begon allemaal met een heel groot boek, een rol van perkament die verzegeld was met zeven zegels. In deze boekrol stond de geschiedenis van alle mensen, ook van jou en van mij, opgeschreven, wie er goed was en wie slecht. Het boek werd langzaam opengemaakt en de zegels één voor één verbroken. Met ieder zegel dat werd geopend kwamen er grote rampen over de aarde: oorlog, honger, ziekte en dood. Vooral bij het verbreken van het zesde zegel gebeurden er ontzettende dingen. Er kwam een grote aardbeving, en 'de zon werd zwart als een haren zak en de maan werd als bloed. En de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgeboom zijn vijgen laat vallen wanneer hij door een harde wind wordt geschud. En de hemel week terug als een boekrol die wordt opgerold ..' De mensen, ook koningen en presidenten en rijke en machtige mensen, probeerden zich in de bergen en in rotsspleten te verstoppen, uit angst voor de woede van God.

Met het verbreken van het zevende zegel kwam tenslotte het echte einde. De mensen werden verscheurd door een grote rossige draak met wel zeven koppen en tien horens, en op zijn koppen zeven kronen. Deze draak was de duivel. Hij was zo groot dat zijn staart een derde van de sterren van de hemel wegveegde en op de aarde wierp. De zeeën veranderden in bloed en alles wat in de zee leefde, stierf, en ook de rivieren en waterbronnen werden bloed. En er volgde een aardbeving die groter was dan alle vorige, die eilanden verzwolg en ook de bergen werden niet meer teruggevonden. Eindelijk opende God het boek en oordeelde hij over de mensen. Ook de doden werden weer levend om door God geoordeeld te worden. Wie aan God gehoorzaam was geweest ging naar de hemel, en wie niet gehoorzaam was geweest werd voor eeuwig in 'een poel van vuur' geworpen.

Vaak vroeg ik mij af, als mijn vader uit Openbaring had voorgelezen, of het einde van de wereld echt zo zou zijn, en wanneer dat dan allemaal zou gebeuren. Het was niet leuk om er aan te denken. Eén keer dacht ik dat het einde aangebroken was. Dat was toen ik voor het eerst om twaalf uur 's nacht de oudejaarsviering mee mocht maken, ik was zes of zeven jaar oud. Om half twaalf werd ik wakker gemaakt. Die viering was niet zo vrolijk als ik had gedacht. Wij zongen met zijn alleen een vreemd plechtig lied, dat heet 'Uren, dagen, maanden, jaren, vliegen als een schaduw heen'. Het lied was om eraan te herinneren dat de tijd heel snel voorbijgaat. Misschien dat ik daardoor al een beetje aan het eind van de tijd was gaan denken. Toen ik na twaalf uur buiten kwam schrok ik vreselijk: want de hemel was helemaal rood en de maan was als bloed en er vielen sterren van de hemel op de aarde. Ik had nog nooit een vuurwerk gezien. Het was afschuwelijk; en het gekste was nog wel dat iedereen er lachend naar stond te wijzen. Ik voelde mij wanhopig en erg eenzaam, want kennelijk was ik de enige die in zag hoe ernstig de situatie was. Daarna heb ik natuurlijk geen oog meer dicht gedaan. Ik lag in mijn bed zo'n beetje te wachten op het verbreken van het zevende zegel.

Gelukkig is dat nu allemaal lang geleden. Tegenwoordig vind ik vuurwerk heel mooi. Maar op oudejaarsnacht moet ik nog altijd even denken aan de Openbaring van Johannes, aan de zevenkoppige draak, en aan het eind der tijden.