Stemmig televisieportret van twijfelaar Wim Kan

Wim Kan: Hoog boven de bomen kijk ik terug, Ned.1, 20.31-21.46u.

Wim Kan stierf in 1983 en leeft hoofdzakelijk nog voort als symbool van Hollandse saamhorigheid op oudejaarsavond. Omdat zijn optreden reageerde op de actualiteit, is veel van zijn werk verouderd - de verwijzingen naar politici en partijen zijn zonder annotatie lang niet allemaal meer op hun waarde te schatten. Terwijl van cabaretiers als Wim Sonneveld en Frans Halsema nog regelmatig liedjes worden gedraaid, klinkt de stem van Kan dan ook zelden meer. En er was ook nog niet eens een ordentelijke documentaire over hem gemaakt.

Het programma Hoog boven de bomen kijk ik terug van Ria Groeneveld, dat vanavond wordt uitgezonden door de KRO, is een eerste poging de gecompliceerde twijfelaar Kan in beeld te brengen. Daartoe werden collega's en vrienden geïnterviewd, archiefopnamen gerangschikt en fragmenten uit de postuum verschenen dagboeken (voorgelezen door Hans Croiset) geselecteerd. Het resultaat is vooral een stemmige levensbeschrijving, waarin wonderbaarlijk weinig wordt gelachen. Kan wordt geportretteerd als een man die hechtte aan rituelen en kinderlijk vertier, maar nooit in staat was langdurig van zijn succes te genieten, en met Corry Vonk steeds meer in een eigen, geïsoleerd wereldje kwam te verkeren. Hun rolverdeling wordt het best beschreven door Seth Gaaikema: “Zij was concreet, zij was zeker, dus hij kon onzeker zijn.”

Daarnaast wordt ietwat vaag verwezen naar een oud gerucht over Kan als pederast, zonder dat iemand daarover helderheid kan verschaffen. Dat 's mans frequente strandwandelingen met jongens en meisjes “wel degelijk erotisch geladen” waren, wordt - niet in de documentaire, maar deze week in Vrij Nederland - bevestigd door Frans Rühl, die jarenlang Kans assistent was.

Het grootste gemis van de uitzending vind ik dat er zo weinig aandacht is voor de toverkracht die Wim Kan in het theater heeft uitgeoefend. Geen van de vele geïnterviewden, die vaak slechts heel kort in beeld zijn, wordt daarover aan het woord gelaten en in de fragmenten uit zijn voorstellingen is niets terug te vinden van de ongeëvenaarde wijze waarop Kan een complot met het publiek wist te smeden - alsof hij en zijn toehoorders alleen op die ene speciale avond een uniek contact hadden. Zo ontbreekt een voorbeeld van zijn hilarische gezeur tegen één (denkbeeldige) man of vrouw in de zaal. In plaats daarvan staat Ria Groeneveld wel lang stil bij de Den Uyl-imitatie en de reactie van Den Uyl zelf daarop. Ook mag Norbert Schmelzer voor de zoveelste keer veinzen dat hij de kenschets “een gladde teckel met een kluif in z'n bek” destijds als “een mooi compliment” heeft ervaren. Ik vraag me af of dat, uit de overvloed van materiaal, een juiste keuze is.

Hoog boven de bomen kijk ik terug, een titel die Kan zelf aan zijn dagboeken had willen geven, eindigt met de mislukte oudejaarsavondconférence van 1982, de ziekte van Corry Vonk en de eenzame dood van Wim Kan. Mede daardoor eindigt de documentaire in mineur. En wat er vervolgens van blijft hangen, stemt voornamelijk tot melancholie.